A1 · Alfabet en uitspraak · ca. 4 min
Klemtoon, hoofdletters en de scherpe s
waar de klemtoon valt en wat de spelling laat zien
Klemtoon op de eerste lettergreep, geen accenttekens en een hoofdletter voor elk zelfstandig naamwoord.
Ken je dit al?
“Nieuw voor mij”: eerst de uitleg, dan oefenen. “Ik test mezelf”: korte vragen (3) – heb je er minstens twee goed, dan ga je meteen door naar de moeilijkere oefeningen.
Deze woorden heb je nodig13
Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.
- die Arbeithet werk
- bezahlenbetalen
- frühvroeg
- aufstehenopstaan
- die Katzede kat
- führenleiden, voeren
- der Flussde rivier
- studierenstuderen
- die Universitätde universiteit
- der Samstagzaterdag
- einkaufenboodschappen doen
- der Bahnhofhet station
- erklärenuitleggen
Begrijpen
OnthoudKlemtoon vooraan, tenzij een voorvoegsel iets anders zegt — en elk zelfstandig naamwoord krijgt een hoofdletter.
- Signaalwoorden
- be-
- ver-
- an-
- auf-
- -ion
- -ieren
- ß
- ss
De vorm
Hoe je het schrijft en uitspreekt
Elke rij geeft eerst de regel en dan voorbeelden in het Duits waaraan je hem ziet.
| klemtoon op de eerste lettergreep | Arbeit, Sprache, Morgen |
| be-, ge-, er-, ver- nooit met klemtoon | bezahlen, verstehen |
| scheidbare voorvoegsels krijgen de klemtoon | anrufen, aufstehen |
| klemtoon op de uitgang | Information, studieren |
| ß na een lange klinker | Straße, Fuß, heißen |
| ss na een korte klinker | Wasser, Fluss, muss |
De regels één voor één
De vorm waar dit thema over gaat
De meeste woorden hebben de klemtoon op de eerste lettergreep.
Die Arbeit beginnt am Morgen.Het werk begint ’s ochtends.
Be-, ge-, er-, ver-, zer- en ent- krijgen nooit de klemtoon.
Kann ich bezahlen?Kan ik betalen?
Een scheidbaar voorvoegsel krijgt altijd de klemtoon.
Ich muss früh aufstehen.Ik moet vroeg opstaan.
Elk zelfstandig naamwoord begint met een hoofdletter.
Ich habe einen Hund und eine Katze.Ik heb een hond en een kat.
ß volgt op een lange klinker, ss op een korte.
Die Straße führt zum Fluss.De straat loopt naar de rivier.
Voorbeeldzinnen
Ich studiere an der Universität.Ik studeer aan de universiteit.
Am Samstag gehen wir einkaufen.Op zaterdag gaan we boodschappen doen.
Wo ist der Bahnhof?Waar is het station?
Meer voorbeeldzinnen (2)
Kannst du mir das erklären?Kun je me dat uitleggen?
Wie heißt diese Straße?Hoe heet deze straat?
De valkuil voor Nederlandstaligen
Let op
Bij het schrijven is de kleine letter de bekendste fout van Nederlandstaligen: in het Nederlands krijgen alleen namen een hoofdletter, en de hand schrijft dus hund. In het Duits is een zelfstandig naamwoord met een kleine letter een spelfout, waar het ook in de zin staat. Een handige toets: kun je er der, die of das voor zetten, dan krijgt het woord een hoofdletter. Bij het spreken let je op de leenwoorden: neem de klemtoon van “informatie” niet zomaar mee naar Information, waar hij op de laatste lettergreep ligt.
Snelle check
Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.
Oefenen
Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.
Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.
Gelukt
Hoe goed zit dit thema?
Na het oefenen wordt dit automatisch ingevuld. Je kunt het hier altijd zelf aanpassen.
Verder op het leerpad: 6 · De vier naamvallen in één overzichtTerug naar het leerpad
Uitgebreid uitgelegd
Lees de hele uitleg · ca. 1 min
De meeste Duitse woorden hebben de klemtoon op de eerste lettergreep: Arbeit, Sprache, Morgen, Fenster. Dat voelt vertrouwd, want het Nederlands werkt grotendeels hetzelfde. Ook een samenstelling houdt de klemtoon op het eerste deel, net als “koelkast” of “handschoen”: Bahnhof, Kühlschrank.
Bij voorvoegsels lopen de twee talen eveneens gelijk op. De onscheidbare voorvoegsels be-, ge-, er-, ver-, zer- en ent- krijgen nooit de klemtoon; die gaat naar de stam, zoals in “betalen” en “verstaan”: bezahlen, Geschenk, verstehen, erzählen. Scheidbare voorvoegsels krijgen juist altijd de klemtoon, zoals in “opbellen” en “opstaan”: anrufen, aufstehen, einkaufen. Leenwoorden houden de klemtoon vaak achteraan, en een paar uitgangen laten dat zien: Information, Universität, Bäckerei, studieren. Pas op bij -tion: het Nederlandse “informatie” legt de klemtoon op “ma”, het Duitse woord op de laatste lettergreep.
Het Duits schrijft geen accenttekens, dus de spelling laat de klemtoon nooit zien; de puntjes op ä, ö en ü horen bij de letter. Twee andere dingen laat de spelling wel zien. Ten eerste begint elk zelfstandig naamwoord met een hoofdletter, waar het ook staat: Ich habe einen Hund und eine Katze. Het Nederlands geeft alleen namen een hoofdletter. Ten tweede wijst ß tegenover ss op de lengte van de klinker ervoor: ß na een lange klinker of een klinkerpaar (Straße, Fuß, heißen), ss na een korte (Wasser, Fluss, muss). In Zwitserland wordt ß helemaal niet gebruikt; daar staat overal ss.
Goed om te weten1
Goed om te weten
Vergelijking met het Nederlands: klemtoon in leenwoorden
Veel leenwoorden lijken in beide talen sterk op elkaar en hebben de klemtoon ook op dezelfde plaats: Universitäten “universiteit”Bäckereien “bakkerij”studierenen “studeren”Musiken “muziek” Bij -tion lopen ze uiteen: het Nederlands zegt “informatie” en “situatie” met de klemtoon op de voorlaatste lettergreep, het Duits Information en Situation met de klemtoon op de laatste. Daar klinkt -tion bovendien als “tsioon”.
Die Information ist richtig.De informatie klopt.
De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: können · sein · haben · müssen · gehen · beginnen · führen · erklären