Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

A1  ·  Alfabet en uitspraak  ·  ca. 4 min

Klemtoon, hoofdletters en de scherpe s

waar de klemtoon valt en wat de spelling laat zien

Klemtoon op de eerste lettergreep, geen accenttekens en een hoofdletter voor elk zelfstandig naamwoord.

Deze woorden heb je nodig13

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • die Arbeithet werk
  • bezahlenbetalen
  • frühvroeg
  • aufstehenopstaan
  • die Katzede kat
  • führenleiden, voeren
  • der Flussde rivier
  • studierenstuderen
  • die Universitätde universiteit
  • der Samstagzaterdag
  • einkaufenboodschappen doen
  • der Bahnhofhet station
  • erklärenuitleggen

Oefen als flitskaarten · 1Oefen als flitskaarten · 2

Begrijpen

OnthoudKlemtoon vooraan, tenzij een voorvoegsel iets anders zegt — en elk zelfstandig naamwoord krijgt een hoofdletter.

Signaalwoorden
  • be-
  • ver-
  • an-
  • auf-
  • -ion
  • -ieren
  • ß
  • ss

De vorm

Hoe je het schrijft en uitspreekt

Elke rij geeft eerst de regel en dan voorbeelden in het Duits waaraan je hem ziet.

klemtoon op de eerste lettergreepArbeit, Sprache, Morgen
be-, ge-, er-, ver- nooit met klemtoonbezahlen, verstehen
scheidbare voorvoegsels krijgen de klemtoonanrufen, aufstehen
klemtoon op de uitgangInformation, studieren
ß na een lange klinkerStraße, Fuß, heißen
ss na een korte klinkerWasser, Fluss, muss

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaat

  1. De meeste woorden hebben de klemtoon op de eerste lettergreep.

    Die Arbeit beginnt am Morgen.Het werk begint ’s ochtends.

  2. Be-, ge-, er-, ver-, zer- en ent- krijgen nooit de klemtoon.

    Kann ich bezahlen?Kan ik betalen?

  3. Een scheidbaar voorvoegsel krijgt altijd de klemtoon.

    Ich muss früh aufstehen.Ik moet vroeg opstaan.

  4. Elk zelfstandig naamwoord begint met een hoofdletter.

    Ich habe einen Hund und eine Katze.Ik heb een hond en een kat.

  5. ß volgt op een lange klinker, ss op een korte.

    Die Straße führt zum Fluss.De straat loopt naar de rivier.

Voorbeeldzinnen

Ich studiere an der Universität.Ik studeer aan de universiteit.

Am Samstag gehen wir einkaufen.Op zaterdag gaan we boodschappen doen.

Wo ist der Bahnhof?Waar is het station?

Meer voorbeeldzinnen (2)

Kannst du mir das erklären?Kun je me dat uitleggen?

Wie heißt diese Straße?Hoe heet deze straat?

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

Bij het schrijven is de kleine letter de bekendste fout van Nederlandstaligen: in het Nederlands krijgen alleen namen een hoofdletter, en de hand schrijft dus hund. In het Duits is een zelfstandig naamwoord met een kleine letter een spelfout, waar het ook in de zin staat. Een handige toets: kun je er der, die of das voor zetten, dan krijgt het woord een hoofdletter. Bij het spreken let je op de leenwoorden: neem de klemtoon van “informatie” niet zomaar mee naar Information, waar hij op de laatste lettergreep ligt.

Fout:Ich habe einen hund.
Goed:Ich habe einen Hund.

Snelle check

Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.

Oefenen

Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Gelukt

Hoe goed zit dit thema?

Verder op het leerpad: 6 · De vier naamvallen in één overzichtTerug naar het leerpad

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

De meeste Duitse woorden hebben de klemtoon op de eerste lettergreep: Arbeit, Sprache, Morgen, Fenster. Dat voelt vertrouwd, want het Nederlands werkt grotendeels hetzelfde. Ook een samenstelling houdt de klemtoon op het eerste deel, net als “koelkast” of “handschoen”: Bahnhof, Kühlschrank.

Bij voorvoegsels lopen de twee talen eveneens gelijk op. De onscheidbare voorvoegsels be-, ge-, er-, ver-, zer- en ent- krijgen nooit de klemtoon; die gaat naar de stam, zoals in “betalen” en “verstaan”: bezahlen, Geschenk, verstehen, erzählen. Scheidbare voorvoegsels krijgen juist altijd de klemtoon, zoals in “opbellen” en “opstaan”: anrufen, aufstehen, einkaufen. Leenwoorden houden de klemtoon vaak achteraan, en een paar uitgangen laten dat zien: Information, Universität, Bäckerei, studieren. Pas op bij -tion: het Nederlandse “informatie” legt de klemtoon op “ma”, het Duitse woord op de laatste lettergreep.

Het Duits schrijft geen accenttekens, dus de spelling laat de klemtoon nooit zien; de puntjes op ä, ö en ü horen bij de letter. Twee andere dingen laat de spelling wel zien. Ten eerste begint elk zelfstandig naamwoord met een hoofdletter, waar het ook staat: Ich habe einen Hund und eine Katze. Het Nederlands geeft alleen namen een hoofdletter. Ten tweede wijst ß tegenover ss op de lengte van de klinker ervoor: ß na een lange klinker of een klinkerpaar (Straße, Fuß, heißen), ss na een korte (Wasser, Fluss, muss). In Zwitserland wordt ß helemaal niet gebruikt; daar staat overal ss.

Goed om te weten1
  1. Goed om te weten

    Vergelijking met het Nederlands: klemtoon in leenwoorden

    Veel leenwoorden lijken in beide talen sterk op elkaar en hebben de klemtoon ook op dezelfde plaats: Universitäten “universiteit”Bäckereien “bakkerij”studierenen “studeren”Musiken “muziek” Bij -tion lopen ze uiteen: het Nederlands zegt “informatie” en “situatie” met de klemtoon op de voorlaatste lettergreep, het Duits Information en Situation met de klemtoon op de laatste. Daar klinkt -tion bovendien als “tsioon”.

    Die Information ist richtig.De informatie klopt.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: können · sein · haben · müssen · gehen · beginnen · führen · erklären