B1 · Zelfstandige naamwoorden: geslacht, meervoud, samenstellingen · ca. 4 min
Zwakke mannelijke zelfstandige naamwoorden
de woorden die zelf verbuigen
Een kleine groep mannelijke woorden die in elke naamval behalve één -n krijgt — en het zijn woorden die je elke dag gebruikt.
Ken je dit al?
“Nieuw voor mij”: eerst de uitleg, dan oefenen. “Ik test mezelf”: korte vragen (3) – heb je er minstens twee goed, dan ga je meteen door naar de moeilijkere oefeningen.
Deze woorden heb je nodig1
Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.
- die Meinungde mening
Begrijpen
OnthoudAlleen in de Nominativ enkelvoud zonder. Overal anders -n.
- Signaalwoorden
- -e
- -ent
- -ist
- -ant
- -oge
- Herr
- Nachbar
- Mensch
De vorm
De patronen in één oogopslag
Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Duits.
| Nominativ | der Student, der Kollege, der Herr |
| Akkusativ | den Studenten, den Kollegen, den Herrn |
| Dativ | dem Studenten, dem Kollegen, dem Herrn |
| Genitiv | des Studenten, des Kollegen, des Herrn |
| meervoud | die Studenten, die Kollegen, die Herren |
De regels één voor één
De vorm waar dit thema over gaat
Een zwak mannelijk woord krijgt -n of -en in elke naamval behalve de Nominativ enkelvoud.
Ich frage den Kollegen.Ik vraag het aan de collega.
Mannelijke woorden voor personen op -e horen erbij.
Wir haben mit dem Kunden gesprochen.We hebben met de klant gesproken.
Ook leenwoorden met de klemtoon op het eind: -ent, -ist, -ant, -oge.
Der Polizist hat den Studenten befragt.De agent heeft de student ondervraagd.
Herr krijgt -n in het enkelvoud en -en in het meervoud.
Guten Tag, Herr Weber. Meine Herren!Goedendag, meneer Weber. Mijne heren!
Voorbeeldzinnen
Ich habe dem Nachbarn Bescheid gesagt.Ik heb de buurman op de hoogte gebracht.
Das ist die Meinung des Experten.Dat is de mening van de deskundige.
Sie hat einen Kollegen mitgebracht.Ze heeft een collega meegebracht.
Meer voorbeeldzinnen (10)
Der Junge hilft dem alten Herrn.De jongen helpt de oude meneer.
Kein Mensch hat das gewusst.Geen mens wist dat.
Fragen Sie bitte den Herrn dort.Vraagt u het de meneer daar.
Wir warten auf den Kandidaten.We wachten op de kandidaat.
Das Auto des Nachbarn steht im Weg.De auto van de buurman staat in de weg.
Er arbeitet mit einem Architekten zusammen.Hij werkt samen met een architect.
Die Rede des Präsidenten war kurz.De toespraak van de president was kort.
Ich habe den Jungen nicht gesehen.Ik heb de jongen niet gezien.
Sie hat dem Praktikanten alles erklärt.Ze heeft de stagiair alles uitgelegd.
Vom Standpunkt des Kunden aus ist das teuer.Vanuit de klant gezien is dat duur.
De valkuil voor Nederlandstaligen
Let op
Het lidwoord is goed en het zelfstandig naamwoord niet, en daarom houdt deze fout lang stand: de rest van de zin klopt. Omdat Duitse zelfstandige naamwoorden normaal niet veranderen — en Nederlandse helemaal nooit —, laat je ze vanzelf met rust. De groep is klein genoeg om uit je hoofd te leren.
Snelle check
Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.
Oefenen
Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.
Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 3, getypt en meteen gecontroleerd.
Gelukt
Hoe goed zit dit thema?
Na het oefenen wordt dit automatisch ingevuld. Je kunt het hier altijd zelf aanpassen.
Verder op het leerpad: 71 · Het onpersoonlijke onderwerp: men en het lege hetTerug naar het leerpad
Uitgebreid uitgelegd
Lees de hele uitleg · ca. 1 min
Duitse zelfstandige naamwoorden veranderen normaal niet; het lidwoord draagt de naamval. Een kleine groep mannelijke woorden is de uitzondering: ze krijgen -n of -en in elke naamval behalve de Nominativ enkelvoud. Der Student, maar den Studenten, dem Studenten, des Studenten.
De groep is klein en volgt duidelijke patronen: mannelijke woorden voor personen en sommige dieren op -e — der Kollege, der Junge, der Kunde, der Neffe, der Löwe —, leenwoorden met de klemtoon op de laatste lettergreep — der Student, der Polizist, der Journalist, der Präsident — en een paar oude woorden: der Herr, der Nachbar, der Mensch, der Bauer, der Held.
Het is belangrijk omdat het gewone woorden zijn. Ich frage den Kollegen en ich helfe dem Nachbarn zeg je dagelijks, en de uitgang weglaten is een van de hoorbaarste kleine fouten.
Nader bekeken
Waarom een taal zo’n groep houdt
Deze woorden zijn de rest van een verbuiging die vroeger veel meer woorden omvatte. Wat juist deze woorden erin hield, is hoe vaak ze gezegd worden: Herr, Mensch, Nachbar en Junge.
De leenwoorden zijn het interessante deel. Student en Polizist zijn er later bij gekomen, omdat een mannelijk woord met de klemtoon op het eind zo klonk. Daarom verbuigt ook een nieuw woord als der Aktivist op dezelfde manier.
Uitzonderingen en bijzondere gevallen2
Uitzondering
Als het woord Name, Gedanke, Wille, Glaube of Buchstabe is
dan is het zwak, maar krijgt het -ns in de Genitiv: des Namens.
Ich kenne die Bedeutung des Namens nicht.Ik ken de betekenis van de naam niet.
Waarom? Dit zijn gemengde woorden, half zwak en half sterk; er zijn er een stuk of acht.
Uitzondering
Als het woord das Herz is
dan is het zwak in Dativ en Genitiv, al is het onzijdig: dem Herzen, des Herzens.
Das liegt mir am Herzen.Dat gaat me erg aan het hart.
Waarom? Het is het enige onzijdige woord in de groep, om historische redenen.
Goed om te weten2
Goed om te weten
Het meervoud heeft dezelfde uitgang
Een zwak mannelijk woord heeft in het meervoud dezelfde -n als in de naamvallen van het enkelvoud. Je hoeft dus maar twee vormen te kennen: Kollegein de Nominativ enkelvoudKollegenoveral anders
ein Kollege, zwei Kollegen, mit den Kollegeneen collega, twee collega’s, met de collega’s
Goed om te weten
Herr zeg je het vaakst
Wie iemand bij naam noemt, zet Herr steeds in de Akkusativ of Dativ: Ich habe Herrn Weber angerufen. De -n is verplicht en wordt vaker vergeten dan bij elk ander woord uit de groep, omdat de naam ernaast het onzichtbaar maakt.
Ich habe Herrn Weber angerufen.Ik heb meneer Weber gebeld.
De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: haben · sein · liegen · sagen · sprechen · fragen · helfen · kennen