Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

A2  ·  Voorzetsels  ·  ca. 4 min

Ergens vandaan komen: aus en von

aus Deutschland, vom Arzt

aus als je erin was, von als je er alleen bij was — het spiegelbeeld van in en zu.

Deze woorden heb je nodig3

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • die Schalede schaal; de schil
  • woherwaarvandaan, waar … vandaan
  • das Lederleer

Oefen als flitskaarten

Begrijpen

OnthoudErin geweest: aus. Erbij geweest, of een persoon: von. Materiaal: aus.

Signaalwoorden
  • woher
  • aus
  • von
  • vom
  • seit
  • ab

De vorm

De patronen in één oogopslag

Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Duits.

aus + Dativ, van binnenuitaus dem Haus
aus + herkomstIch komme aus Spanien.
aus + materiaalein Tisch aus Holz
von + Dativ, van buitenafvom Bahnhof, von der Arbeit
von + personenvon meinem Bruder
seit, abseit gestern, ab Montag

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaatHet woord dat erom vraagt

  1. aus staat bij een plaats waar je binnen was.

    Sie kommt gerade aus dem Kino.Ze komt net uit de bioscoop.

  2. Een land of geboorteplaats neemt aus.

    Ich komme aus Österreich.Ik kom uit Oostenrijk.

  3. von staat bij een plaats waar je bij was en bij personen.

    Ich komme gerade vom Zahnarzt.Ik kom net van de tandarts.

  4. aus noemt ook het materiaal — waar het Nederlands “van” zegt.

    Die Schale ist aus Glas.De schaal is van glas.

Voorbeeldzinnen

Woher kommst du? — Aus Italien.Waar kom je vandaan? — Uit Italië.

Er kommt gerade von der Arbeit.Hij komt net van zijn werk.

Nimm das Buch aus dem Regal.Pak het boek uit de kast.

Meer voorbeeldzinnen (8)

Das ist ein Geschenk von meiner Mutter.Dat is een cadeau van mijn moeder.

Die Jacke ist aus Leder.De jas is van leer.

Sie stammt aus einer kleinen Stadt.Ze komt uit een kleine stad.

Ich habe es von einem Kollegen gehört.Ik heb het van een collega gehoord.

Hol bitte die Milch aus dem Kühlschrank.Haal de melk alsjeblieft uit de koelkast.

Das Paket ist von meiner Schwester.Het pakket is van mijn zus.

Ein Ring aus Silber.Een ring van zilver.

Aus Versehen habe ich es gelöscht.Per ongeluk heb ik het gewist.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

Herkomst gaat goed: “uit” is aus, “van” is von. De valkuil is het materiaal. Het Nederlands zegt “een tafel van hout”, het Duits ein Tisch aus Holz. Ein Tisch von Holz klinkt ouderwets of fout. Denk bij materiaal: waar is het uit gemaakt?

Fout:Ich komme von Deutschland.
Goed:Ich komme aus Deutschland.

Snelle check

Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.

Oefenen

Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Gelukt

Hoe goed zit dit thema?

Verder op het leerpad: 67 · Het voltooid deelwoord vormenTerug naar het leerpad

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

Bij woher — waar iemand of iets vandaan komt — gebruikt het Duits aus of von, allebei met de Dativ. Aus is “uit”: voor een plaats waar je binnen was, aus dem Haus, aus der Schweiz, aus Berlin. Von is “van”: voor een plaats waar je bij was en voor personen, vom Arzt, von der Arbeit, von meiner Schwester.

De verdeling spiegelt de heenweg. Je gaat een gebouw in en komt er aus; je gaat zu een persoon en komt von hem. Dat loopt bijna gelijk met het Nederlands: “ik kom uit Nederland”, “ik kom van de dokter”.

Aus noemt ook het materiaal — aus Holz, aus Glas, aus Baumwolle — en daar wijkt het Nederlands af: dat zegt “van hout”, “van glas”.

Nader bekeken

Drie richtingen, drie paren

Het Duits markeert richting op drie manieren, elk met een terugweg. Iets in gaan is in met Akkusativ, eruit komen is aus met Dativ. Naar een persoon of instelling is zu, terug is von. Naar een stad of land is nach, terug is aus.

Wie ze als paren leert, heeft vijf voorzetsels met drie feiten — en ook de naamval: alles op de terugweg is Dativ, want een bron is geen bestemming.

Uitzonderingen en bijzondere gevallen2
  1. Uitzondering

    Als de herkomst het vertrekpunt van een reis is

    dan staat von, ook bij een stad.

    Der Zug kommt von Hamburg.De trein komt uit Hamburg.

    Waarom? De stad is dan een vertrekpunt, geen herkomst.

  2. Uitzondering

    Als een reden bedoeld wordt in plaats van een plaats

    dan leidt aus een motief in.

    Er hat es aus Angst getan.Hij heeft het uit angst gedaan.

    Waarom? Het idee “uit iets voortkomen” strekt zich uit tot oorzaken — zoals “uit angst”.

Goed om te weten2
  1. Goed om te weten

    De eerste vraag die iedereen stelt

    Woher kommen Sie? is een van de eerste vragen die je krijgt, en het antwoord vraagt aus: Ich komme aus den Niederlanden of aus Belgien. Wo wohnen Sie? vraagt in, en Wohin fahren Sie? vraagt nach — drie vragen, drie voorzetsels, in één gesprek.

  2. Goed om te weten

    von vervangt ook de Genitiv

    Hetzelfde woord doet een tweede klus: das Auto von meinem Bruder, “de auto van mijn broer”, in plaats van de Genitiv. Hier loopt het Duits gelijk met het Nederlands.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: kommen · sein · haben · nehmen · tun

Verwante thema’s