A2 · Voorzetsels · ca. 4 min
Ergens vandaan komen: aus en von
aus Deutschland, vom Arzt
aus als je erin was, von als je er alleen bij was — het spiegelbeeld van in en zu.
Ken je dit al?
“Nieuw voor mij”: eerst de uitleg, dan oefenen. “Ik test mezelf”: korte vragen (2) – heb je er minstens twee goed, dan ga je meteen door naar de moeilijkere oefeningen.
Deze woorden heb je nodig3
Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.
- die Schalede schaal; de schil
- woherwaarvandaan, waar … vandaan
- das Lederleer
Begrijpen
OnthoudErin geweest: aus. Erbij geweest, of een persoon: von. Materiaal: aus.
- Signaalwoorden
- woher
- aus
- von
- vom
- seit
- ab
De vorm
De patronen in één oogopslag
Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Duits.
| aus + Dativ, van binnenuit | aus dem Haus |
| aus + herkomst | Ich komme aus Spanien. |
| aus + materiaal | ein Tisch aus Holz |
| von + Dativ, van buitenaf | vom Bahnhof, von der Arbeit |
| von + personen | von meinem Bruder |
| seit, ab | seit gestern, ab Montag |
De regels één voor één
De vorm waar dit thema over gaatHet woord dat erom vraagt
aus staat bij een plaats waar je binnen was.
Sie kommt gerade aus dem Kino.Ze komt net uit de bioscoop.
Een land of geboorteplaats neemt aus.
Ich komme aus Österreich.Ik kom uit Oostenrijk.
von staat bij een plaats waar je bij was en bij personen.
Ich komme gerade vom Zahnarzt.Ik kom net van de tandarts.
aus noemt ook het materiaal — waar het Nederlands “van” zegt.
Die Schale ist aus Glas.De schaal is van glas.
Voorbeeldzinnen
Woher kommst du? — Aus Italien.Waar kom je vandaan? — Uit Italië.
Er kommt gerade von der Arbeit.Hij komt net van zijn werk.
Nimm das Buch aus dem Regal.Pak het boek uit de kast.
Meer voorbeeldzinnen (8)
Das ist ein Geschenk von meiner Mutter.Dat is een cadeau van mijn moeder.
Die Jacke ist aus Leder.De jas is van leer.
Sie stammt aus einer kleinen Stadt.Ze komt uit een kleine stad.
Ich habe es von einem Kollegen gehört.Ik heb het van een collega gehoord.
Hol bitte die Milch aus dem Kühlschrank.Haal de melk alsjeblieft uit de koelkast.
Das Paket ist von meiner Schwester.Het pakket is van mijn zus.
Ein Ring aus Silber.Een ring van zilver.
Aus Versehen habe ich es gelöscht.Per ongeluk heb ik het gewist.
De valkuil voor Nederlandstaligen
Let op
Herkomst gaat goed: “uit” is aus, “van” is von. De valkuil is het materiaal. Het Nederlands zegt “een tafel van hout”, het Duits ein Tisch aus Holz. Ein Tisch von Holz klinkt ouderwets of fout. Denk bij materiaal: waar is het uit gemaakt?
Snelle check
Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.
Oefenen
Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.
Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.
Gelukt
Hoe goed zit dit thema?
Na het oefenen wordt dit automatisch ingevuld. Je kunt het hier altijd zelf aanpassen.
Verder op het leerpad: 67 · Het voltooid deelwoord vormenTerug naar het leerpad
Uitgebreid uitgelegd
Lees de hele uitleg · ca. 1 min
Bij woher — waar iemand of iets vandaan komt — gebruikt het Duits aus of von, allebei met de Dativ. Aus is “uit”: voor een plaats waar je binnen was, aus dem Haus, aus der Schweiz, aus Berlin. Von is “van”: voor een plaats waar je bij was en voor personen, vom Arzt, von der Arbeit, von meiner Schwester.
De verdeling spiegelt de heenweg. Je gaat een gebouw in en komt er aus; je gaat zu een persoon en komt von hem. Dat loopt bijna gelijk met het Nederlands: “ik kom uit Nederland”, “ik kom van de dokter”.
Aus noemt ook het materiaal — aus Holz, aus Glas, aus Baumwolle — en daar wijkt het Nederlands af: dat zegt “van hout”, “van glas”.
Nader bekeken
Drie richtingen, drie paren
Het Duits markeert richting op drie manieren, elk met een terugweg. Iets in gaan is in met Akkusativ, eruit komen is aus met Dativ. Naar een persoon of instelling is zu, terug is von. Naar een stad of land is nach, terug is aus.
Wie ze als paren leert, heeft vijf voorzetsels met drie feiten — en ook de naamval: alles op de terugweg is Dativ, want een bron is geen bestemming.
Uitzonderingen en bijzondere gevallen2
Uitzondering
Als de herkomst het vertrekpunt van een reis is
dan staat von, ook bij een stad.
Der Zug kommt von Hamburg.De trein komt uit Hamburg.
Waarom? De stad is dan een vertrekpunt, geen herkomst.
Uitzondering
Als een reden bedoeld wordt in plaats van een plaats
dan leidt aus een motief in.
Er hat es aus Angst getan.Hij heeft het uit angst gedaan.
Waarom? Het idee “uit iets voortkomen” strekt zich uit tot oorzaken — zoals “uit angst”.
Goed om te weten2
Goed om te weten
De eerste vraag die iedereen stelt
Woher kommen Sie? is een van de eerste vragen die je krijgt, en het antwoord vraagt aus: Ich komme aus den Niederlanden of aus Belgien. Wo wohnen Sie? vraagt in, en Wohin fahren Sie? vraagt nach — drie vragen, drie voorzetsels, in één gesprek.
Goed om te weten
von vervangt ook de Genitiv
Hetzelfde woord doet een tweede klus: das Auto von meinem Bruder, “de auto van mijn broer”, in plaats van de Genitiv. Hier loopt het Duits gelijk met het Nederlands.
De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: kommen · sein · haben · nehmen · tun