A1 · Afwerking · ca. 4 min
Spelling en uitspraak
“Straße”, “sie”, “viel”, “Bücher”
De Duitse spelling is bijna regelmatig, dus een geschreven woord zegt hoe je het uitspreekt — als je een paar regels kent en een paar Nederlandse gewoontes loslaat.
Ken je dit al?
“Nieuw voor mij”: eerst de uitleg, dan oefenen. “Ik test mezelf”: korte vragen (2) – heb je er minstens twee goed, dan ga je meteen door naar de moeilijkere oefeningen.
Deze woorden heb je nodig4
Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.
- die Mutterde moeder
- sperrenblokkeren
- breitbreed
- frühervroeger
Begrijpen
OnthoudDuits u is “oe”, ü is “uu”, ö is “eu” — en eu is “oi”.
- Signaalwoorden
- ß
- ss
- ie
- h
- ä
- ö
- ü
- sp
- st
De vorm
De patronen in één oogopslag
Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Duits.
| lang: dubbele klinker, h, ie | Saal, fahren, viel |
| kort: dubbele medeklinker | Mutter, kommen, Bett |
| “ß” na een lange klinker | Straße, groß, heißen |
| ss na een korte klinker | Fluss, dass, müssen |
| sp, st aan het begin | gesprochen wie schp, scht: Sport, Stunde |
| b, d, g aan het eind | Hund klingt wie Hunt |
De regels één voor één
De vorm waar dit thema over gaat
Een dubbele medeklinker betekent dat de klinker ervoor kort is.
kommen, Mutter, bittekomen, moeder, alsjeblieft
ß volgt op een lange klinker of tweeklank, ss op een korte.
Straße, aber: Flussstraat, maar: rivier
sp en st aan het begin van een woord klinken als “sjp” en “sjt”.
Sport, Straße, Stundesport, straat, uur
b, d en g aan het eind van een woord klinken als p, t en k.
Hund, Tag, halbhond, dag, half
Voorbeeldzinnen
Die Straße ist gesperrt.De straat is afgesloten.
Der Fluss ist breit.De rivier is breed.
Sie fährt viel zu schnell.Ze rijdt veel te hard.
Meer voorbeeldzinnen (8)
Wir müssen früher aufstehen.We moeten eerder opstaan.
Der Hund liegt im Garten.De hond ligt in de tuin.
Er heißt Weiß.Hij heet Weiß.
Ich weiß es nicht.Ik weet het niet.
Die Bücher stehen im Regal.De boeken staan in de kast.
Sprich bitte lauter.Spreek alsjeblieft harder.
Das Rad ist kaputt.De fiets is kapot.
Sie hat schöne Augen.Ze heeft mooie ogen.
De valkuil voor Nederlandstaligen
Let op
Nederlandse leesgewoontes zijn hier de valkuil. Buch klinkt als “boech”, niet “buch”; Schule begint met “sj”, niet met “s-ch”; Leute klinkt als “loite”. En wie een umlaut weglaat, verandert het woord: schon en schön, Mutter en Mütter zijn verschillende woorden. Zonder umlaut op het toetsenbord schrijf je ue: Muenchen.
Snelle check
Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.
Oefenen
Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.
Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.
Gelukt
Hoe goed zit dit thema?
Na het oefenen wordt dit automatisch ingevuld. Je kunt het hier altijd zelf aanpassen.
Verder op het leerpad: 28 · Scheidbare werkwoorden: het deeltje achteraanTerug naar het leerpad
Uitgebreid uitgelegd
Lees de hele uitleg · ca. 1 min
De Duitse spelling volgt de klank veel consequenter dan het Engels, en op veel punten net als het Nederlands. Een woord dat je de eerste keer goed voorleest, is de norm, geen geluk.
Klinkerlengte staat in de spelling. Een dubbele klinker (Saal), een h erna (fahren, ihn) of ie (viel) maakt hem lang; een dubbele medeklinker erna (Mutter, kommen) maakt hem kort — zoals in het Nederlands. En ßvolgt op een lange klinkerssop een korte: Straße tegenover Fluss.
Een paar letters klinken anders dan in het Nederlands. Duits u is Nederlands “oe”, Duits ü is “uu”, Duits ö is “eu”, en Duits eu klinkt als “oi”. Duits sch is één klank, zoals in “sjaal”, niet “s-ch”. En sp en st aan het begin van een woord klinken als “sjp” en “sjt”.
Nader bekeken
De letters die niet Nederlands zijn
Voor Nederlandstaligen zijn de umlauts geen nieuwe klanken: üis de “uu” uit “muur”öde “eu” uit “neus”äligt dicht bij de “e” uit “bed” Nieuw is alleen de spelling. Ook de Duitse g is anders: een harde g zoals in het Engelse “go”, niet de zachte of harde Nederlandse g.
ß is geen letter met een eigen klank: het is een scherpe s, gelijk aan ss, en bestaat alleen om te tonen dat de klinker ervoor lang is. In Zwitserland schrijft men altijd ss: Strasse.
Uitzonderingen en bijzondere gevallen2
Uitzondering
Als het woord geleend is
dan houdt het vaak zijn oorspronkelijke uitspraak.
das Restaurant, der Chefhet restaurant, de baas
Waarom? Het Duits heeft de meeste recente leenwoorden niet aangepast: Restaurant, Computer, Jeans.
Uitzondering
Als er een v in een Duits woord staat
dan klinkt die als f.
Vater, vielvader, veel
Waarom? Vater, viel, vor — zoals veel Nederlanders de v ook uitspreken; een echte v-klank hoor je alleen in leenwoorden als Vase.
Goed om te weten2
Goed om te weten
De umlaut is een grammaticaal signaal
Umlauts zijn niet willekeurig: ze markeren een meervoud (Buch → Bücher), een vergrotende trap (alt → älter), een conjunctief (war → wäre) en een verkleinwoord (Haus → Häuschen). Een umlaut die verschijnt, is meestal een grammaticale verandering, geen ander woord.
Goed om te weten
ei en ie zijn tegenpolen
Duits ie klinkt als Nederlands “ie”: wie, viel, Bier. Duits ei klinkt opener dan het Nederlandse “ei”, ongeveer als “aai”: Wein, Zeit, heißen. De tweede letter noemt de klank niet; de twee zijn tegenpolen.
De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · müssen · kommen · liegen · fahren · sperren