Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

A1  ·  Afwerking  ·  ca. 4 min

Spelling en uitspraak

“Straße”, “sie”, “viel”, “Bücher”

De Duitse spelling is bijna regelmatig, dus een geschreven woord zegt hoe je het uitspreekt — als je een paar regels kent en een paar Nederlandse gewoontes loslaat.

Deze woorden heb je nodig4

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • die Mutterde moeder
  • sperrenblokkeren
  • breitbreed
  • frühervroeger

Oefen als flitskaarten

Begrijpen

OnthoudDuits u is “oe”, ü is “uu”, ö is “eu” — en eu is “oi”.

Signaalwoorden
  • ß
  • ss
  • ie
  • h
  • ä
  • ö
  • ü
  • sp
  • st

De vorm

De patronen in één oogopslag

Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Duits.

lang: dubbele klinker, h, ieSaal, fahren, viel
kort: dubbele medeklinkerMutter, kommen, Bett
“ß” na een lange klinkerStraße, groß, heißen
ss na een korte klinkerFluss, dass, müssen
sp, st aan het begingesprochen wie schp, scht: Sport, Stunde
b, d, g aan het eindHund klingt wie Hunt

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaat

  1. Een dubbele medeklinker betekent dat de klinker ervoor kort is.

    kommen, Mutter, bittekomen, moeder, alsjeblieft

  2. ß volgt op een lange klinker of tweeklank, ss op een korte.

    Straße, aber: Flussstraat, maar: rivier

  3. sp en st aan het begin van een woord klinken als “sjp” en “sjt”.

    Sport, Straße, Stundesport, straat, uur

  4. b, d en g aan het eind van een woord klinken als p, t en k.

    Hund, Tag, halbhond, dag, half

Voorbeeldzinnen

Die Straße ist gesperrt.De straat is afgesloten.

Der Fluss ist breit.De rivier is breed.

Sie fährt viel zu schnell.Ze rijdt veel te hard.

Meer voorbeeldzinnen (8)

Wir müssen früher aufstehen.We moeten eerder opstaan.

Der Hund liegt im Garten.De hond ligt in de tuin.

Er heißt Weiß.Hij heet Weiß.

Ich weiß es nicht.Ik weet het niet.

Die Bücher stehen im Regal.De boeken staan in de kast.

Sprich bitte lauter.Spreek alsjeblieft harder.

Das Rad ist kaputt.De fiets is kapot.

Sie hat schöne Augen.Ze heeft mooie ogen.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

Nederlandse leesgewoontes zijn hier de valkuil. Buch klinkt als “boech”, niet “buch”; Schule begint met “sj”, niet met “s-ch”; Leute klinkt als “loite”. En wie een umlaut weglaat, verandert het woord: schon en schön, Mutter en Mütter zijn verschillende woorden. Zonder umlaut op het toetsenbord schrijf je ue: Muenchen.

Fout:Ich fahre nach Munchen.
Goed:Ich fahre nach München.

Snelle check

Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.

Oefenen

Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Gelukt

Hoe goed zit dit thema?

Verder op het leerpad: 28 · Scheidbare werkwoorden: het deeltje achteraanTerug naar het leerpad

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

De Duitse spelling volgt de klank veel consequenter dan het Engels, en op veel punten net als het Nederlands. Een woord dat je de eerste keer goed voorleest, is de norm, geen geluk.

Klinkerlengte staat in de spelling. Een dubbele klinker (Saal), een h erna (fahren, ihn) of ie (viel) maakt hem lang; een dubbele medeklinker erna (Mutter, kommen) maakt hem kort — zoals in het Nederlands. En ßvolgt op een lange klinkerssop een korte: Straße tegenover Fluss.

Een paar letters klinken anders dan in het Nederlands. Duits u is Nederlands “oe”, Duits ü is “uu”, Duits ö is “eu”, en Duits eu klinkt als “oi”. Duits sch is één klank, zoals in “sjaal”, niet “s-ch”. En sp en st aan het begin van een woord klinken als “sjp” en “sjt”.

Nader bekeken

De letters die niet Nederlands zijn

Voor Nederlandstaligen zijn de umlauts geen nieuwe klanken: üis de “uu” uit “muur”öde “eu” uit “neus”äligt dicht bij de “e” uit “bed” Nieuw is alleen de spelling. Ook de Duitse g is anders: een harde g zoals in het Engelse “go”, niet de zachte of harde Nederlandse g.

ß is geen letter met een eigen klank: het is een scherpe s, gelijk aan ss, en bestaat alleen om te tonen dat de klinker ervoor lang is. In Zwitserland schrijft men altijd ss: Strasse.

Uitzonderingen en bijzondere gevallen2
  1. Uitzondering

    Als het woord geleend is

    dan houdt het vaak zijn oorspronkelijke uitspraak.

    das Restaurant, der Chefhet restaurant, de baas

    Waarom? Het Duits heeft de meeste recente leenwoorden niet aangepast: Restaurant, Computer, Jeans.

  2. Uitzondering

    Als er een v in een Duits woord staat

    dan klinkt die als f.

    Vater, vielvader, veel

    Waarom? Vater, viel, vor — zoals veel Nederlanders de v ook uitspreken; een echte v-klank hoor je alleen in leenwoorden als Vase.

Goed om te weten2
  1. Goed om te weten

    De umlaut is een grammaticaal signaal

    Umlauts zijn niet willekeurig: ze markeren een meervoud (Buch → Bücher), een vergrotende trap (alt → älter), een conjunctief (war → wäre) en een verkleinwoord (Haus → Häuschen). Een umlaut die verschijnt, is meestal een grammaticale verandering, geen ander woord.

  2. Goed om te weten

    ei en ie zijn tegenpolen

    Duits ie klinkt als Nederlands “ie”: wie, viel, Bier. Duits ei klinkt opener dan het Nederlandse “ei”, ongeveer als “aai”: Wein, Zeit, heißen. De tweede letter noemt de klank niet; de twee zijn tegenpolen.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · müssen · kommen · liegen · fahren · sperren

Verwante thema’s