Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

A1  ·  Alfabet en uitspraak  ·  ca. 4 min

ch, sch, sp, st en stemloze eindklanken

de klanken die het Nederlands anders spelt

Twee klanken voor ch, een “sj” in sch, sp en st, en eindklanken die hard worden — net als in het Nederlands.

Deze woorden heb je nodig22

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • sprechenspreken
  • lesenlezen
  • das Buchhet boek
  • die Milchde melk
  • der Hundde hond
  • der Tagde dag
  • die Schulede school
  • weitver
  • verstehenbegrijpen, verstaan
  • die Fragevraag
  • kostenkosten
  • zwanzigtwintig
  • der Eurode euro
  • spielenspelen
  • der Sportde sport
  • der Parkhet park
  • das Radhet wiel; de fiets
  • gelbgeel
  • der Gartende tuin
  • morgenmorgen
  • gehengaan, lopen
  • das Fahrradde fiets

Oefen als flitskaarten · 1Oefen als flitskaarten · 2Oefen als flitskaarten · 3

Begrijpen

OnthoudAan het eind klinken b, d en g als p, t en k — en net als in het Nederlands laat het meervoud de spelling horen.

Signaalwoorden
  • sch
  • sp
  • st
  • ch
  • -ig
  • -b
  • -d
  • -g

De vorm

Hoe je het schrijft en uitspreekt

Elke rij geeft eerst de regel en dan voorbeelden in het Duits waaraan je hem ziet.

sch als “sj”Schule, Tisch
sp en st aan het begin: “sjp”, “sjt”sprechen, Stadt
ch na a, o, u, au: achter in de keelBach, Buch, auch
ch op alle andere plaatsen: voor in de mondich, nicht, Milch
een -ig aan het eind klinkt als -ichzwanzig, König
b, d, g aan het eind klinken als p, t, kgelb, Hund, Tag

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaat

  1. Sp en st aan het begin van een woord spreek je uit als “sjp” en “sjt”.

    Wir sprechen in der Stadt Deutsch.In de stad spreken we Duits.

  2. Ch na a, o, u of au klinkt achter in de keel, zoals in “lachen”.

    Ich lese auch ein Buch.Ik lees ook een boek.

  3. Ch na alle andere klanken klinkt zacht en voor in de mond.

    Ich trinke nicht gern Milch.Ik drink niet graag melk.

  4. B, d en g klinken aan het eind van een woord als p, t en k.

    Der Hund schläft den ganzen Tag.De hond slaapt de hele dag.

Voorbeeldzinnen

Die Schule ist nicht weit.De school is niet ver.

Ich verstehe die Frage nicht.Ik begrijp de vraag niet.

Das Buch kostet zwanzig Euro.Het boek kost twintig euro.

Meer voorbeeldzinnen (2)

Wir spielen Sport im Park.We sporten in het park.

Das Rad ist gelb.De fiets is geel.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

De stemloze eindklank ken je uit je eigen taal, dus Hunt in plaats van Hund schrijf je minder snel dan andere leerders. Gebeurt het toch, gebruik dan dezelfde truc als in het Nederlands: zet het woord in het meervoud — Hunde, “honden” — en je hoort de goede letter. De echte valkuil zit voor jou in de uitspraak van de g aan het eind. Het Nederlandse “dag” eindigt op een ch, het Duitse Tag op een k. En zeg ich en nicht niet met een Nederlandse g of ch uit de keel, maar zacht, voor in de mond.

Fout:Der Hunt schläft.
Goed:Der Hund schläft.

Snelle check

Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.

Oefenen

Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Gelukt

Hoe goed zit dit thema?

Verder op het leerpad: 5 · Klemtoon, hoofdletters en de scherpe sTerug naar het leerpad

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 2 min

Het Nederlands spreekt “school” uit als s plus ch; het Duits spreekt sch uit als één klank, de “sj” van “sjaal” of “meisje”: Schule, schön, Tisch. Aan het begin van een woord, of van het deel na een voorvoegsel, klinken sp en st ook met die sj: “sjp” en “sjt”. Zo spreek je sprechen, Sport, Stadt, Straße en verstehen uit. Elders blijven ze zoals ze geschreven worden: Fenster, ist, Wespe.

Ch heeft twee klanken. Na a, o, u en au is het de keelklank die je kent uit “lachen”, “nacht” en “toch”: Bach, noch, Buch, auch. Na alle andere klinkers en na een medeklinker is het een klank die het Nederlands niet heeft: zacht en voor in de mond. Leg je tong zoals voor de j van “ja” en blaas er stemloos lucht langs: ich, nicht, Milch, Mädchen. Een -ig aan het eind krijgt in het standaardduits die tweede klank: zwanzig, König.

Aan het eind van een woord of lettergreep worden b, d en g stemloos en klinken ze als p, t en k. Dat doet het Nederlands precies zo: je zegt “hont” en schrijft “hond”. Gelbeindigt dus op een pHundop een tTagop een k Ook de reden voor de spelling is dezelfde: zodra er een klinker volgt, hoor je de zachte letter weer, zoals in Hunde en Tage. Rad (wiel) en Rat (raad) klinken net als “rad” en “rat” hetzelfde.

De Duitse r aan het begin van een lettergreep is een lichte r achter in de keel, zoals veel Nederlanders hem in de Randstad en in Vlaanderen ook uitspreken: rot, Reise. Een gerolde r met de tong wordt in het zuiden van Duitsland en in Oostenrijk ook gebruikt en is overal verstaanbaar. Na een klinker wordt de r meestal een korte, donkere a: hier, Tür, Uhr. Een Nederlandse r aan het eind van een lettergreep, zoals in “hier” of “boer”, klinkt in het Duits te zwaar.

Goed om te weten1
  1. Goed om te weten

    Vergelijking met het Nederlands: school en Schule

    Woorden die in het Nederlands met sch- beginnen, hebben in het Duits meestal ook sch-: schrijven en schreiben, schip en Schiff, school en Schule. De spelling kun je dus vaak afleiden; alleen de uitspraak verandert, van s-ch naar sj. Bij de keelklank is het nog makkelijker: lachen, nacht, acht en dochter heten lachen, Nacht, acht en Tochter, met dezelfde klank als bij jou.

    Wir lachen in der Schule.We lachen op school.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · sprechen · lesen · kosten · spielen · verstehen · trinken · schlafen