A2 · Woordvolgorde · ca. 4 min
Het middenveld: bekend voor nieuw
tijd, reden, manier, plaats
Niet vrij, maar geordend naar een principe: bekende dingen vroeg, nieuwe laat.
Ken je dit al?
“Nieuw voor mij”: eerst de uitleg, dan oefenen. “Ik test mezelf”: korte vragen (2) – heb je er minstens twee goed, dan ga je meteen door naar de moeilijkere oefeningen.
Begrijpen
OnthoudWanneer voor waar. Voornaamwoorden voor zelfstandige naamwoorden.
- Signaalwoorden
- heute
- deswegen
- gern
- schnell
- hier
- dort
- nicht
De vorm
De patronen in één oogopslag
Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Duits.
| standaardvolgorde | zuerst Zeit, dann Grund, Art und Ort |
| twee zelfstandige naamwoorden, Dativ eerst | Ich gebe dem Kind den Ball. |
| twee voornaamwoorden, Akkusativ eerst | Ich gebe es ihm. |
| gemengd | Ich gebe es dem Kind. / Ich gebe ihm den Ball. |
| waar “nicht” staat | spät, aber vor dem letzten Element |
De regels één voor één
De vorm waar dit thema over gaat
De standaardvolgorde in het middenveld is tijd, reden, manier, plaats.
Er fährt heute wegen der Arbeit mit dem Zug nach Bonn.Hij gaat vandaag vanwege zijn werk met de trein naar Bonn.
Voornaamwoorden staan voor zelfstandige naamwoorden, welke naamval ook.
Ich habe es meinem Bruder gegeben.Ik heb het aan mijn broer gegeven.
Twee zelfstandige naamwoorden: Dativ voor Akkusativ. Twee persoonlijke voornaamwoorden: Akkusativ voor Dativ — maar een aanwijzend das staat achter het andere: mir das.
Ich gebe dem Kind den Ball. Ich gebe es ihm.Ik geef het kind de bal. Ik geef het hem.
nicht staat aan het eind van het middenveld, voor wat de zin afsluit.
Ich habe ihn gestern nicht gesehen.Ik heb hem gisteren niet gezien.
Voorbeeldzinnen
Ich schicke dir das Foto morgen.Ik stuur je morgen de foto.
Sie hat es ihm gestern erklärt.Ze heeft het hem gisteren uitgelegd.
Wir fahren am Sonntag mit dem Rad an den See.Zondag fietsen we naar het meer.
Meer voorbeeldzinnen (10)
Er kommt heute wegen des Wetters nicht.Hij komt vandaag vanwege het weer niet.
Kannst du mir das bitte noch einmal zeigen?Kun je me dat nog een keer laten zien?
Ich habe ihr das gestern gesagt.Ik heb het haar gisteren gezegd.
Wir treffen uns um sieben vor dem Kino.We zien elkaar om zeven uur voor de bioscoop.
Er hat mir den Schlüssel nicht gegeben.Hij heeft me de sleutel niet gegeven.
Bringst du es mir bitte mit?Neem je het voor me mee?
Sie arbeitet seit Januar in Frankfurt.Ze werkt sinds januari in Frankfurt.
Ich kann dir das leider nicht erklären.Ik kan je dat helaas niet uitleggen.
Wegen des Streiks fahren heute keine Busse.Door de staking rijden er vandaag geen bussen.
Zeig es ihm doch einfach.Laat het hem toch gewoon zien.
De valkuil voor Nederlandstaligen
Let op
De volgorde van het middenveld lijkt sterk op het Nederlands, dus de valkuil zit ergens anders: in het Nederlands mag een plaatsbepaling na het deelwoord staan (“ik heb gewacht op het station”), in het Duits niet. Alles hoort in het middenveld: Ich habe am Bahnhof gewartet.
Snelle check
Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.
Oefenen
Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.
Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.
Gelukt
Hoe goed zit dit thema?
Na het oefenen wordt dit automatisch ingevuld. Je kunt het hier altijd zelf aanpassen.
Verder op het leerpad: 43 · Wat de tegenwoordige tijd allemaal doetTerug naar het leerpad
Uitgebreid uitgelegd
Lees de hele uitleg · ca. 1 min
Tussen het werkwoord op de tweede plaats en wat de zin aan het eind afsluit, ligt het middenveld. Er is een standaardvolgorde, en wie ervan afwijkt, legt nadruk.
De standaard is tijd, reden, manier, plaats — Ich fahre morgen wegen der Prüfung schnell nach Köln. In Duitse lessen heet dat TeKaMoLo. Het Nederlands heeft een vergelijkbare neiging (“ik ga morgen vanwege het examen snel naar Keulen”), dus hier klopt je gevoel meestal.
Twee regels gaan voor. Een voornaamwoord staat zo vroeg mogelijk, vóór elk zelfstandig naamwoord. En twee zelfstandige naamwoorden: eerst Dativ, dan Akkusativ; twee voornaamwoorden: eerst Akkusativ, dan Dativ — Ich gebe es ihm, “ik geef het hem”. Kort en bekend eerst, lang en nieuw laatst.
Nader bekeken
Waarom bekende dingen eerst komen
De volgorde is geen willekeur maar een gevolg van één principe dat de meeste talen volgen: wat de luisteraar al weet, komt vroeg; wat nieuw is, komt laat. Een voornaamwoord verwijst naar iets bekends en staat dus zo ver mogelijk vooraan.
Daarom wisselt de volgorde Dativ–Akkusativ tussen zelfstandige naamwoorden en voornaamwoorden. Het Nederlands doet hetzelfde: “ik geef het kind de bal”, maar “ik geef het hem”.
Uitzonderingen en bijzondere gevallen2
Uitzondering
Als je een zinsdeel wilt benadrukken
dan zet je het op de eerste plaats in plaats van het middenveld om te gooien.
Nach Köln fahre ich morgen — nicht nach Bonn.Naar Keulen ga ik morgen — niet naar Bonn.
Waarom? Nadruk zit in het Duits in de eerste plaats en de klemtoon.
Uitzondering
Als nicht één woord ontkent in plaats van de hele zin
dan staat het direct voor dat woord.
Ich fahre nicht morgen, sondern übermorgen.Ik ga niet morgen, maar overmorgen.
Waarom? De plaats zegt hoeveel er ontkend wordt.
Goed om te weten2
Goed om te weten
TeKaMoLo is een ezelsbruggetje, geen wet
De meeste zinnen bevatten twee van de vier, niet vier. Het geheugensteuntje beantwoordt vooral één vraag: komt tijd voor plaats? Ja. Verder wijken schrijvers er voortdurend van af voor het ritme.
Ich gehe heute Abend ins Kino.Ik ga vanavond naar de bioscoop.
Goed om te weten
Het eind van de zin is al bezet
Het middenveld eindigt waar het afsluitende deel begint: een scheidbaar voorvoegsel, een deelwoord, een infinitief. Die kun je niet opschuiven, en daarom moet alles ertussen passen.
Ich habe ihn gestern im Supermarkt gesehen.Ik heb hem gisteren in de supermarkt gezien.
De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: fahren · haben · geben · können · kommen · zeigen · sehen · erklären