Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

A2  ·  Afwerking  ·  ca. 4 min

Formeel en informeel: “du”, “Sie”

“duzen” en “siezen”

Net als in het Nederlands kies je in elke zin een beleefdheidsniveau — maar de werkwoordsvorm is anders.

Deze woorden heb je nodig2

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • der Herrmeneer, heer
  • die Hausaufgabehet huiswerk

Oefen als flitskaarten

Begrijpen

OnthoudSie met hoofdletter is de persoon tegenover je, met het werkwoord in het meervoud.

Signaalwoorden
  • du
  • ihr
  • Sie
  • Ihnen
  • Ihr
  • euch
  • dich
  • dir

De vorm

De patronen in één oogopslag

Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Duits.

vraagvorm

één persoon, informeeldu — Kommst du mit?
meerdere personen, informeelihr — Kommt ihr mit?
formeel, één of meerSie — Kommen Sie mit?
de bezittelijke vormendein / euer / Ihr
de vormen als voorwerpdich, dir / euch / Ihnen

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaat

  1. Sie heeft altijd een hoofdletter, in elke vorm.

    Kann ich Ihnen helfen?Kan ik u helpen?

  2. Sie neemt de vorm van de derde persoon meervoud — bij bijna elk werkwoord de infinitief (sein geeft Sie sind).

    Sie haben recht.U hebt gelijk.

  3. De gebiedende wijs met Sie houdt het voornaamwoord; die met du laat het weg.

    Warten Sie bitte. — Warte bitte.Wacht u even. — Wacht even.

  4. Overstappen wordt aangeboden, niet genomen.

    Wollen wir uns duzen?Zullen we je en jij zeggen?

Voorbeeldzinnen

Wie heißt du?Hoe heet je?

Wie heißen Sie?Hoe heet u?

Habt ihr Hunger?Hebben jullie honger?

Meer voorbeeldzinnen (8)

Darf ich Sie etwas fragen?Mag ik u iets vragen?

Ich schreibe dir morgen.Ik schrijf je morgen.

Können Sie mir helfen?Kunt u me helpen?

Kannst du mir helfen?Kun je me helpen?

Ich gebe Ihnen die Unterlagen.Ik geef u de documenten.

Setzt euch bitte.Gaan jullie alsjeblieft zitten.

Wir sind seit gestern per du.Sinds gisteren zeggen we je en jij.

Grüßen Sie Ihre Frau von mir.Doet u de groeten aan uw vrouw.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

Wie het Nederlandse “u komt” overzet, zegt Sie kommt — en dat betekent “zij komt”. De beleefde vorm neemt in het Duits altijd het meervoud: Sie kommen, Sie haben, Sie sind. En met een kleine letter is sie “zij”: de hoofdletter is geen versiering.

Fout:Wie heißen sie?
Goed:Wie heißen Sie?

Snelle check

Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.

Oefenen

Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Gelukt

Hoe goed zit dit thema?

Verder op het leerpad: 55 · Ergens zijn: in, an, auf, beiTerug naar het leerpad

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

Het Duits heeft drie woorden voor “jij”: du voor één persoon die je tutoyeert, ihr voor meerdere zulke personen (jullie), en Sie voor alle anderen, één of meer (‘u’). Dat systeem kent het Nederlands ook.

Het verschil zit in het werkwoord. Het Nederlandse “u” neemt de vorm van het enkelvoud: “u komt”. Het Duitse Sie neemt de vorm van de derde persoon meervoud: Sie kommen, precies als “zij komen”. Alleen de hoofdletter en de context maken het verschil, en Sie krijgt die hoofdletter altijd.

De vuistregel: gebruik Sie bij elke volwassene die je niet kent, en wissel pas als de ander het aanbiedt — Wir können uns gern duzen. Meestal biedt de oudere of hogergeplaatste het aan. Duitsers zeggen vaker en langer Sie dan Nederlanders “u” zeggen; Vlamingen zitten er dichter bij.

Nader bekeken

Waar de grens vandaag ligt

De grens verschuift. Kinderen en studenten zeggen onderling du; in sport, verenigingen en steeds meer technologiebedrijven ook. Winkels, kantoren, instanties, artsen en onbekende buren blijven Sie. Vergeleken met Nederland ligt de grens duidelijk aan de formele kant.

De veilige strategie: spiegel wat je krijgt. Zegt iemand Sie, antwoord dan met Sie; zegt hij eerst du, dan mag jij ook. Een fout hier is geen grammaticafout — ze klinkt als te familiair of te stijf.

Uitzonderingen en bijzondere gevallen2
  1. Uitzondering

    Als je een groep aanspreekt waarvan sommigen du en anderen Sie zijn

    dan gebruikt het Duits Sie voor de hele groep.

    Kommen Sie alle bitte herein.Komt u allemaal binnen.

    Waarom? De formele vorm dekt iedereen; de informele zou mensen buitensluiten.

  2. Uitzondering

    Als een tekst een onbekende lezer aanspreekt

    dan gebruiken reclame en apps vaak bewust du, om dichtbij te klinken.

    Melde dich jetzt an.Meld je nu aan.

    Waarom? Het is een keuze van toon, geen regel — en een recente. In het Nederlands is dat al langer gewoon.

Goed om te weten2
  1. Goed om te weten

    De werkwoorden ervoor

    Het Duits heeft werkwoorden voor de handeling zelf: duzen en siezen, zoals het Nederlandse “tutoyeren” en “vousvoyeren”, maar veel gewoner. Wir duzen uns is “we zeggen je en jij tegen elkaar”.

  2. Goed om te weten

    Ihr betekent twee dingen

    Kleine ihr is “jullie”, en ook het bezittelijke “haar” of “hun”; hoofdletter Ihr is het formele “uw”. Aan het begin van een zin valt de hoofdletter weg, dus Ihr Buch kan dan haar, hun of ‘uw’ boek zijn.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: haben · können · kommen · wollen · schreiben · helfen · warten · melden

Verwante thema’s