A2 · Tijden · ca. 4 min
De toekomende tijd (Futur I) en wanneer je hem niet nodig hebt
de toekomst met “werden”
Het Duits zegt de toekomst meestal in de tegenwoordige tijd en bewaart werden voor voorspellingen en beloftes.
Ken je dit al?
“Nieuw voor mij”: eerst de uitleg, dan oefenen. “Ik test mezelf”: korte vragen (3) – heb je er minstens twee goed, dan ga je meteen door naar de moeilijkere oefeningen.
Deze woorden heb je nodig5
Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.
- die Wochede week
- fangenvangen
- kaltkoud
- regnenregenen
- baldbinnenkort, gauw
Begrijpen
OnthoudEen tijdsaanduiding is de Duitse toekomst; werden is voor voorspellingen.
- Wanneer
- Voor het verleden
- Het verleden
- Verleden dat doorwerkt
- Het heden
- De toekomst
- Voltooid in de toekomst
De toekomst — Wat nog moet komen – beloofd, gepland of alleen vermoed.
- Signaalwoorden
- werde
- wirst
- wird
- werden
- morgen
- nächste Woche
- wohl
- bestimmt
De vorm
Zo maak je de vormen
Elke rij geeft eerst de betekenis en dan de vorm in het Duits. De kleuren tonen wat er van vorm tot vorm verandert.
stam (regelmatig) tijdskenmerk hulpwerkwoord
| ik zal komen | ich werde kommen |
| jij zult komen | du wirst kommen |
| hij / zij / het zal komen | er / sie / es wird kommen |
| wij zullen komen | wir werden kommen |
| jullie zullen komen | ihr werdet kommen |
| zij / Sie zullen komen | sie / Sie werden kommen |
| toekomende tijd | Ich werde morgen anrufen. |
| tegenwoordige tijd als toekomst | Ich rufe morgen an. |
| worden | Er wird Lehrer. |
| lijdende vorm | Das Haus wird gebaut. |
| vermoeden | Er wird wohl krank sein. |
De regels één voor één
De vorm waar dit thema over gaatHet woord dat erom vraagt
Werden staat op de tweede plaats, de infinitief aan het eind.
Wir werden das morgen besprechen.We zullen dat morgen bespreken.
Met een tijdsaanduiding is de tegenwoordige tijd de gewone toekomst.
Nächste Woche fange ich an.Volgende week begin ik.
Werden met wohl of sicher drukt een vermoeden over het heden uit, niet over de toekomst.
Sie wird jetzt zu Hause sein.Ze zal nu wel thuis zijn.
Werden met een zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord betekent “worden”.
Es wird kalt.Het wordt koud.
Voorbeeldzinnen
Ich werde dich nicht vergessen.Ik zal je niet vergeten.
Morgen regnet es.Morgen gaat het regenen.
Das wird nicht funktionieren.Dat gaat niet werken.
Meer voorbeeldzinnen (10)
Er wird bald sechzig.Hij wordt binnenkort zestig.
Sie wird schon wissen, was sie tut.Ze zal heus wel weten wat ze doet.
Was wirst du danach machen?Wat ga je daarna doen?
Der Termin fällt nächste Woche aus.De afspraak gaat volgende week niet door.
Es wird schon gut gehen.Het komt wel goed.
Wir ziehen im Sommer um.We verhuizen in de zomer.
Das werden Sie bereuen.Daar zult u spijt van krijgen.
Morgen wird es kälter.Morgen wordt het kouder.
Ich werde mich darum kümmern.Ik zal ervoor zorgen.
Sie wird das nicht gewollt haben.Dat zal ze niet zo bedoeld hebben.
De valkuil voor Nederlandstaligen
Let op
In de foute zin staat werden twee keer, maar het echte probleem is dat het er al staat. Wie in het Nederlands “ik ga morgen naar Berlijn” of “ik zal morgen naar Berlijn gaan” zegt, zoekt in het Duits naar een aparte toekomstvorm en plakt die er voor de zekerheid nog een keer achter. Zodra er een tijdsaanduiding als morgen of nächste Woche in de zin staat, is de tegenwoordige tijd genoeg. Pas op voor een tweede valkuil: “zullen” lijkt op sollen, maar ich soll kommen betekent “ik moet komen (van iemand)”, niet “ik zal komen”.
Snelle check
Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.
Oefenen
Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.
Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 3, getypt en meteen gecontroleerd.
Gelukt
Hoe goed zit dit thema?
Na het oefenen wordt dit automatisch ingevuld. Je kunt het hier altijd zelf aanpassen.
Verder op het leerpad: 33 · Wisselvoorzetsels: in, aufTerug naar het leerpad
Uitgebreid uitgelegd
Lees de hele uitleg · ca. 1 min
De Duitse toekomende tijd (Futur I) bestaat uit een vorm van werden op de tweede plaats en een infinitief aan het eind: Ich werde morgen anrufen. Het lijkt op ons “ik zal morgen bellen”, maar het Duits gebruikt de vorm zuiniger. De gewone manier om over morgen te praten is de tegenwoordige tijd met een tijdsaanduiding: Morgen fahre ich nach Berlin.
Ook het Nederlandse “gaan” kun je niet zomaar overzetten. “Ik ga morgen naar Berlijn” is nog goed te vertalen, omdat het daar om een echte verplaatsing gaat. Maar “ik ga het morgen doen” is geen ich gehe es morgen machen; dat bestaat niet. In het Duits zeg je ich mache es morgen, of met nadruk ich werde es morgen machen.
Werden is dus de gemarkeerde toekomst. Je hoort het bij voorspellingen (es wird regnen), bij beloftes (ich werde es nicht vergessen) en als er geen tijdsaanduiding is die het werk doet. Met wohl of schon drukt het zelfs een vermoeden over het heden uit: Sie wird jetzt zu Hause sein — “ze zal nu wel thuis zijn”.
Het Nederlands helpt je bij de andere taken van het werkwoord. Werden betekent ook “worden” (er wird Lehrer) en vormt de lijdende vorm (das Haus wird gebaut), precies zoals ons “worden”. Wat erachter staat, beslist over de betekenis: een infinitief geeft de toekomst, een voltooid deelwoord de lijdende vorm, een zelfstandig naamwoord of bijvoeglijk naamwoord betekent “worden”.
Goed om te weten2
Goed om te weten
Vergelijking met het Nederlands: zullen is niet sollen
Het Nederlandse “zullen” en het Duitse sollen klinken als familie, maar ze doen iets anders. “Ik zal het doen” is een belofte of een toekomst: ich werde es machen. Ich soll es machen betekent dat iemand anders dat van je verwacht: “ik moet het doen, dat is me gevraagd”. Ook het vragende “zal ik het raam openen?” wordt geen werde, maar juist soll, zoals in Soll ich das Fenster aufmachen.
Soll ich dir helfen?Zal ik je helpen?
Goed om te weten
Eén werkwoord, drie taken
Werden met een infinitief is de toekomst, met een voltooid deelwoord de lijdende vorm en met een zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord betekent het “worden”. Het Nederlands verdeelt dat over twee werkwoorden: “zullen” voor de toekomst, “worden” voor de rest. Omdat het beslissende woord in het Duits pas aan het eind van de zin komt, weet je soms pas daar welke betekenis bedoeld is.
Es wird gebaut. / Es wird regnen. / Es wird dunkel.Er wordt gebouwd. / Het gaat regenen. / Het wordt donker.
De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: werden · wissen · tun · fangen · regnen · vergessen · funktionieren