Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van funktionieren

  • Betekenis werken, functioneren
  • Niveau A2
  • Patroon regelmatig (-ieren) · wordt vervoegd als studieren
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte funktioniert
duhattest funktioniert
er/​sie/​eshatte funktioniert
wirhatten funktioniert
ihrhattet funktioniert
sie/​Siehatten funktioniert

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde funktioniert haben
duwirst funktioniert haben
er/​sie/​eswird funktioniert haben
wirwerden funktioniert haben
ihrwerdet funktioniert haben
sie/​Siewerden funktioniert haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichfunktioniere
dufunktionierest
er/​sie/​esfunktioniere
wirfunktionieren
ihrfunktionieret
sie/​Siefunktionieren

Konjunktiv IIKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichfunktionierte
dufunktioniertest
er/​sie/​esfunktionierte
wirfunktionierten
ihrfunktioniertet
sie/​Siefunktionierten

Meer hierover: Konjunktiv II: de Duitse “zou”-vorm

Konjunktiv II mit würdeKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichwürde funktionieren
duwürdest funktionieren
er/​sie/​eswürde funktionieren
wirwürden funktionieren
ihrwürdet funktionieren
sie/​Siewürden funktionieren

Meer hierover: Konjunktiv II met hulpwerkwoord of met eigen vorm

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

dufunktionier
ihrfunktioniert
Siefunktionieren Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Das funktioniert bei mir nicht.Bij mij werkt dat niet.

    funktioniert – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Das wird nicht funktionieren.Dat gaat niet werken.

    funktionieren – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie · De toekomende tijd (Futur I) en wanneer je hem niet nodig hebt

  • Die Klingel funktioniert nicht.De bel doet het niet.

    funktioniert – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Der Link funktioniert nicht mehr.De link werkt niet meer.

    funktioniert – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Die Heizung funktioniert nicht richtig.De verwarming werkt niet goed.

    funktioniert – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Der Drucker funktioniert nicht.De printer werkt niet.

    funktioniert – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr · Het geslacht raden aan de uitgang

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.