Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van machen

  • Betekenis doen, maken
  • Niveau A1
  • Patroon regelmatig (-en)
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

  • Uit de woordenlijst: Vaak waar het Nederlands “doen” zegt: Was machst du?

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde gemacht haben
duwirst gemacht haben
er/​sie/​eswird gemacht haben
wirwerden gemacht haben
ihrwerdet gemacht haben
sie/​Siewerden gemacht haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichmache
dumachest
er/​sie/​esmache
wirmachen
ihrmachet
sie/​Siemachen

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

dumach
ihrmacht
Siemachen Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Ich mache es kurz.Ik zal het kort houden.

    mache – Präsens · ich; Konjunktiv I · ich

  • Mach die Augen zu.Doe je ogen dicht.

    Mach – Imperativ · du

  • Das machen wir später.Dat doen we later.

    machen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

  • Das macht richtig Spaß.Dat is echt leuk.

    macht – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Was machst du heute Abend?Wat doe je vanavond?

    machst – Präsens · du

  • Das Bett ist noch nicht gemacht.Het bed is nog niet opgemaakt.

    gemacht – Partizip II

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.