Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Duitse uitspraak: minimale paren om te beluisteren (24)

Een minimaal paar zijn twee woorden die in precies één klank verschillen. Wie ze uit elkaar houdt, heeft de klank. Wie dat niet doet, zegt jarenlang hetzelfde woord en vraagt zich af waarom mensen steeds terugvragen.

Hardop spreken traint mond en oor.

Deze lijst is korter dan gebruikelijk, omdat ze één regel volgt: er staan alleen de verschillen op die het Nederlands niet maakt. Een verschil dat je eigen taal al maakt, hoor je zonder moeite; oefenen moet je de verschillen die ze niet maakt – bijvoorbeeld de ch van ich tegenover die van ach, of de g van gut, die geen Nederlandse g is.

Daarom zegt elk van de groepen (7) eerst wat iemand die Nederlands spreekt in plaats daarvan doet. Dat is de eigenlijke informatie; de woorden eronder zijn het bewijs. Een fonetisch schrift staat hier niet: wie de tekens kent, heeft deze pagina niet nodig, en wie ze niet kent, zeggen ze niets.

“Tür” of “Tour”

Lange en korte ü [yː ʏ] en ö [øː œ] — tegenover u, o, i en e.

Wat er gebeurt: De klanken zelf ken je al: de Duitse ü is je “uu” uit “muur”, de lange ö je “eu” uit “keuken”. Het probleem zit in de letters eromheen. De Duitse u is geen Nederlandse “u”, maar een “oe”: Mutter klinkt als “moetter”, gut als “goet”. Wie Mutter op zijn Nederlands leest, met de “u” van “put”, zegt bijna Mütter — en praat over twee moeders. Hetzelfde met eu: in het Duits is dat geen “eu”, maar een “oi” zoals in “hoi”. heute is “hoite”, Freund is “froint”. De echte “eu”-klank schrijft het Duits als ö: schön, hören. Let ook op de lengte: de Nederlandse “uu” is kort, behalve voor een r; de Duitse lange ü in Tür of für houd je echt aan. En de v is in de meeste Duitse woorden een f (Vater, viel, vergessen), zodat vier en für met dezelfde klank beginnen.

Het enebetekentHet anderebetekent
Tourtour, rondleidingTürdeur

Die Tour beginnt vor der Tür des Museums.De rondleiding begint voor de deur van het museum.

Tour komt uit het Frans en heeft een lange “oe” [uː], net als het Nederlandse “tour”. Tür heeft je “uu” uit “duur”, maar langer aangehouden.
MuttermoederMüttermoeders

Eine Mutter, zwei Mütter.Eén moeder, twee moeders.

Alleen de twee puntjes maken hier het meervoud, zoals in Bruder en Brüder. De val voor jou is de enkelvoudsvorm: de u in Mutter is een “oe”. Met de Nederlandse “u” van “put” klinkt het al als Mütter.
viervierfürvoor

Vier Karten für heute Abend, bitte.Vier kaartjes voor vanavond, graag.

Beide woorden beginnen met een f: de v van vier is een f, zoals veel Nederlanders “vier” ook zeggen. Alleen de lippen verschillen: gespreid voor vier, rond voor für.
schonalschönmooi

Es ist schon spät, aber der Abend war schön.Het is al laat, maar het was een mooie avond.

schönheeft je “eu” uit “sneu”schoneen lange zuivere o En beide beginnen met “sj”, niet met s-ch.
kennenkennenkönnenkunnen

Sie kennen das Lied, aber sie können es nicht singen.Ze kennen het lied, maar ze kunnen het niet zingen.

Hier staat de ö tegenover een e. De korte ö [œ] ligt dicht bij de “u” van “put” — hier mag je de Nederlandse “u” dus wel gebruiken.
druckendrukken, printendrückendrukken, duwen, op een knop drukken

Sie müssen zweimal drücken, um zu drucken.Je moet twee keer drukken om af te drukken.

Het Nederlands heeft voor allebei “drukken”, het Duits maakt het verschil met de twee puntjes: druckenmet “oe”drückenmet de “u” van “put”

“Stadt” of “Staat”

Korte en lange klinker: [a] en [aː], [ɛ] en [eː], [ɪ] en [iː], [ɔ] en [oː].

Wat er gebeurt: Hier helpt het Nederlands je echt: ook bij jou verandert de lengte van een klinker de betekenis (“man” en “maan”), en de Duitse spelling werkt grotendeels zoals de jouwe. Een dubbele klinker is lang (Staat, Beet, Boot — net als “staat”, “beet”, “boot”), een dubbele medeklinker maakt de klinker ervoor kort (Bett, offen). Het Duits heeft daarnaast nog een stomme h na de klinker om lengte aan te geven (Höhle, Uhr) en een ie die echt lang is: Miete houd je aan, niet kort zoals “niet”. Twee dingen moet je afleren. Ten eerste maken veel Nederlanders van een lange ee en oo een tweeklank: “been” klinkt dan bijna als “bein”. De Duitse lange e en o blijven zuiver en strak, van begin tot eind dezelfde klank. Ten tweede zijn veel Duitse klinkers in een gesloten lettergreep toch lang, waar jouw spelling een dubbele klinker zou schrijven: Tag, gut, Weg. En st en sp aan het begin van een woord of stam zijn “sjt” en “sjp”: Stadt klinkt als “sjtat”, spielen als “sjpielen”.

Het enebetekentHet anderebetekent
StadtstadStaatstaat

Die Stadt bekommt Geld vom Staat.De stad krijgt geld van de staat.

De spelling dt zegt niets over de lengte: de klinker in Stadt is kort, zoals in “stad”. Staat schrijf en zeg je als in het Nederlands, maar met “sjt” aan het begin.
offenopenOfenoven, kachel

Die Tür vom Ofen ist noch offen.De ovendeur staat nog open.

Je spellingregel klopt hier: dubbele f, korte o; enkele f in een open lettergreep, lange o. Houd de o van Ofen wel strak en rond, zonder “ou”-staart.
MittemiddenMietehuur

Die Miete ist Mitte des Monats fällig.De huur moet halverwege de maand betaald worden.

ie is een lange “ie”, langer dan in het Nederlandse “niet”. De korte i van Mitte is je gewone korte i uit “wit”.
Schiffschipschiefscheef

Nach dem Sturm lag das Schiff schief im Hafen.Na de storm lag het schip scheef in de haven.

Twee woorden die je in het Nederlands al hebt. Begin wel met “sj”: Schiff is geen “schif”.

“Beeren” of “Bären”

Lange e [eː] en lange ä [ɛː].

Wat er gebeurt: Een korte ä klinkt precies als een korte e: Wände en Wende klinken hetzelfde, ongeveer als de e in “bed”. De lange vormen zijn twee verschillende klinkers. De lange e [eː] van Beeren is je “ee” uit “beer”, maar zonder dat hij naar een “ei” wegglijdt. De lange ä [ɛː] kent het Nederlands alleen uit leenwoorden: de klinker van “crème” of “serre”, een open e die je aanhoudt. Wie Bären met een gewone “ee” zegt, praat over bessen in plaats van over beren. Let ook op het oog: ä is een soort e, geen a — Bären is niet “baren”. In Noord-Duitsland laten veel mensen de twee klanken zelf samenvallen; de standaardtaal houdt ze uit elkaar.

Het enebetekentHet anderebetekent
BeerenbessenBärenberen

Im Herbst fressen die Bären viele Beeren.In de herfst eten de beren veel bessen.

Beerenheeft je “ee” uit “beer”Bärende open e van “crème” Het Nederlandse “beren” helpt dus niet: het hoort bij de verkeerde klank.

“Kirche” of “Kirsche”

De twee klanken van ch, [x] en [ç], tegenover sch en k.

Wat er gebeurt: Na a, o, u en au is de Duitse [x] je eigen ch uit “lachen” of “nacht” — alleen zachter dan de schurende g en ch van veel Nederlanders boven de rivieren; in Vlaanderen en het zuiden zit je er al dichtbij. Nacht, Buch en auch kosten je dus geen moeite. Nieuw is de tweede klank, [ç], na i, e, ä, ö, ü, na ei en eu, na l, n en r en in -chen: ich, Milch, Mädchen. Zo vind je hem: zeg de j van “ja”, maar fluister hem, zonder stem. De tong ligt plat vooraan tegen het gehemelte, de lippen zijn gespreid. Wie hier een Nederlandse ch zegt, wordt verstaan, maar klinkt meteen vreemd. Het grootste gevaar is echter de spelling: sch is in het Duits geen s plus ch zoals in “school”, maar één klank, “sj”, met ronde, naar voren gestulpte lippen. Wie Kirsche leest als “kirs-che”, zegt bijna Kirche en verkoopt kerken in plaats van kersen. En nog iets: de Duitse g is geen keelklank, maar een harde [g] zoals in “goal”. gut begint niet met een Nederlandse g.

Het enebetekentHet anderebetekent
Nachtnachtnacktnaakt

Es war eine warme Nacht, und die Kinder liefen nackt durch den Garten.Het was een warme nacht, en de kinderen liepen naakt door de tuin.

De [x] van Nacht is je ch uit “nacht”, maar zachter, zonder te schrapen. Vervang hem door een k en je hebt nackt.
achtachtAktakte, bedrijf (in het theater)

Der erste Akt dauert acht Minuten.Het eerste bedrijf duurt acht minuten.

KirchekerkKirschekers

Vor der Kirche verkauft sie Kirschen.Voor de kerk verkoopt ze kersen.

Na de r is ch een [ç], een gefluisterde j. En sch is “sj”: Kirsche is “kirsje”, niet “kirs-che”. Lees je sch als in “school”, dan klinkt de kers als de kerk.
TeichvijverTeigdeeg

Die Reste vom Teig bekommen die Enten am Teich.De eenden bij de vijver krijgen de resten van het deeg.

De g van der Teig staat aan het eind en wordt een k, net zoals de d van “hond” een t wordt. In de uitgang -ig gaat hij nog verder en wordt [ç]: wichtig, König.

“bitte” of “bitter”

De r achter in de mond, de r die een klinker wordt, en de zwakke e aan het eind.

Wat er gebeurt: De zwakke e aan het eind van bitte [ə] is je eigen “e” uit “lange” of “bitte” — daar hoef je niets aan te doen. Lastiger is de andere kant van het paar. Aan het begin van een lettergreep, in rot of Reise, is de Duitse r [ʁ] een zachte r achter in de mond; wie een huig-r heeft, zit goed, en een tongpunt-r wordt ook verstaan. Maar de uitgang -er is helemaal geen medeklinker: het is een korte, open klank die dicht bij een a ligt [ɐ]. bitter klinkt ongeveer als “bitta”, Lehrer als “leera”. Een gerolde r, en zeker de Nederlandse “Gooise r”, maakt van -er iets wat een Duitser niet herkent. Dan de uitgang -en. Veel Nederlanders laten de n weg en zeggen “lope” voor “lopen”. Het Duits doet dat niet: in machen [ˈmaxn̩] of haben moet de n hoorbaar zijn, en vaak verdwijnt juist de e ervoor. Zonder n wordt machen een andere vorm, en einen klinkt als eine. De klemtoon helpt: hij ligt zoals in het Nederlands meestal op de eerste lettergreep van de stam, en de uitgangen -e, -er en -en zijn nooit beklemtoond.

Het enebetekentHet anderebetekent
bittealsjeblieftbitterbitter

Der Kaffee ist bitter — noch Zucker, bitte.De koffie is bitter — nog wat suiker, alsjeblieft.

Het paar om mee te beginnen. De e van bitte ken je al; bij bitter laat je de r helemaal weg en zeg je een korte, open “a”-achtige klank.
eineeen (vrouwelijk)einereen (van hen)

Einer der Gäste hat eine Frage.Een van de gasten heeft een vraag.

De uitgang draagt de grammatica: geslacht, naamval en of er nog een zelfstandig naamwoord volgt. Het Nederlandse “een” verandert nooit; in het Duits hoort de uitgang erbij en moet je hem horen.
diesedezedieserdeze (mannelijk)

Dieser Stuhl ist bequem, diese Bank nicht.Deze stoel zit lekker, deze bank niet.

der Stuhlis mannelijkdie Bankvrouwelijk: het Nederlands zegt twee keer “deze”, het Duits laat aan de uitgang horen welk geslacht het is.
WetteweddenschapWetterweer

Ich gehe jede Wette ein, dass das Wetter hält.Ik wed om wat je wilt dat het weer goed blijft.

Wetter en “weer” zijn familie, maar de uitspraak volgt de Duitse regel: aan het eind geen r, maar een korte “a”-klank: “wetta”.
Lehreberoepsopleiding, leertijdLehrerleraar

Nach der Lehre wurde er selbst Lehrer.Na zijn opleiding werd hij zelf leraar.

Twee soorten r in één woord: de eerste [ʁ] is een medeklinker, de tweede [ɐ] een klinker. De h is stom: “leera”.

“reisen” of “reißen”

Stemhebbend tussen klinkers, stemloos aan het eind; de letters s, ß en z.

Wat er gebeurt: Het einde van een woord is makkelijk: het Duits maakt een medeklinker aan het eind stemloos, precies zoals het Nederlands. Rad en Rat klinken hetzelfde, net als “rad” en “rat”; Tag eindigt op een k, lieb op een p. Het probleem zit in de letters. De Duitse s voor een klinker is een Nederlandse z: Sonne klinkt als “zonne”, en reisen klinkt bijna als het Nederlandse “reizen” — het is zelfs hetzelfde woord. ß en ss zijn altijd een scherpe s: reißen klinkt als “raisen”. Wie in Nederland gewend is de z aan het begin van een woord stemloos te zeggen (“sout” voor “zout”), moet hier opletten: in de standaardtaal van Noord- en Midden-Duitsland is die s stemhebbend. En de Duitse z is geen z, maar “ts”: Zeit klinkt als “tsait”, zehn als “tseen”, Zug als “tsoek”. Wie Zeit met een Nederlandse z leest, zegt iets wat geen Duitser verstaat. In grote delen van Zuid-Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland is de s ook voor een klinker stemloos; de paren in deze groep volgen de uitspraak van het noorden en het midden.

Het enebetekentHet anderebetekent
reisenreizenreißenscheuren, knappen

Beim Reisen kann schon mal ein Riemen reißen.Op reis kan er wel eens een riempje knappen.

Zonder uitgang verdwijnt het verschil: er reist en er reißt klinken allebei als [ʁaɪ̯st]. reisen en “reizen” zijn hetzelfde woord, met dezelfde z-klank.

“Eis” of “heiß”

De glottisslag [ʔ] voor een klinker, tegenover h en stomme h.

Wat er gebeurt: In vlot Nederlands lopen woorden in elkaar over: “heb ik” wordt “hep ik”, “op een” wordt “opeen”. Het Duits plakt een woord of stam die met een klinker begint niet vast aan wat ervoor staat: het sluit even de stembanden en opent ze weer. Dat is de glottisslag [ʔ], een licht tikje dat je ook hoort in het Nederlandse “be-eindigen” of “na-apen”. Zonder dat tikje wordt vereisen verreisen. De h is makkelijk: de Duitse h in Haus en heiß is je eigen h. Maar na een klinker spreek je de h niet uit — hij geeft alleen aan dat de klinker lang is: sehen is “zee-en”, niet “zee-hen”; Uhr, Bahn. Ook hier zit een leesval: ei is in het Duits geen Nederlandse “ei”, maar een opener “ai”, zoals in “taai”. Eis is dus niet “ijs”, al is het hetzelfde woord, maar “ais”. eu en äu zijn “oi” (heute, Häuser), en ie is een lange “ie”.

Het enebetekentHet anderebetekent
Eisijsheißheet

Wenn es heiß ist, wollen alle Eis.Als het heet is, wil iedereen ijs.

Eis is hetzelfde woord als “ijs”, maar de klinker is opener: “ais”, zoals in “taai”. heiß begint met je gewone h.
ausuitHaushuis

Um acht geht sie aus dem Haus.Om acht uur gaat ze de deur uit.

au is “au” zoals in “blauw”, nooit de “ui” van “huis”, al zijn Haus en “huis” hetzelfde woord.
Endeeinde, eindHändehanden

Am Ende des Tages hatten alle kalte Hände.Aan het eind van de dag had iedereen koude handen.

De glottisslag werkt ook tussen woorden: am Ende is [am ˈʔɛndə], nooit “amende”.

Luisteren en onderscheiden

Een van de twee woorden wordt uitgesproken en jij zegt welk. Twee mogelijkheden betekent: gokken heeft de helft goed. Daarom komt elk paar twee keer aan bod – een keer per woord. Wie de klank niet heeft, komt over beide samen op vijftig procent uit, en dat is te zien; een enkele treffer zou het niet laten zien.

Oefen deze paren in de luistertraining — met wisselende stemmen