Duitse uitdrukkingen
Uitdrukkingen die je in het dagelijks leven echt hoort (6) — met hun betekenis, het dichtstbijzijnde Nederlandse equivalent en een voorbeeldzin. Zonder de curiositeiten die op elke lijst staan en die nooit iemand zegt.
Wat hier niet staat
De meeste lijsten staan vol uitdrukkingen die niemand gebruikt. Ze zijn beeldend, laten zich mooi uitleggen en komen in een gesprek nooit voor. Deze lijst heeft een andere maatstaf: elke uitdrukking hier kan in een gewone week voorbijkomen — op het werk, in een gesprek, in een mail.
Daarom staan er bij elke uitdrukking drie dingen, en het middelste is wat elders ontbreekt:
- De betekenis als zin, niet als trefwoord.
- Het dichtstbijzijnde Nederlandse equivalent — of dat er geen is. Als je niet weet dat een uitdrukking geen Nederlands equivalent heeft, vertaal je haar woord voor woord, en dan begrijpt niemand je.
- Een voorbeeldzin waarin ze echt voorkomt.
Uitdrukkingen zijn riskanter dan woorden. Een verkeerd gebruikt woord is een fout; een verkeerd gebruikte uitdrukking klinkt alsof je haar ergens hebt opgepikt zonder haar te begrijpen. Lees je er hier een voor het eerst, gebruik haar dan pas als je haar ook van iemand anders hebt gehoord.
In het dagelijks leven
Uitdrukkingen: 2Uitdrukkingen die je in een gewoon gesprek hoort.
Iemand succes wensen bij wat hem te wachten staat — letterlijk “de duimen drukken”.
Nederlands: duimen (voor iemand)
Ich drücke dir die Daumen für morgen.Ik duim morgen voor je.
Hetzelfde gebaar, maar de grammatica verschilt: het Nederlands duimt “voor iemand”, het Duits drukt iemand de duimen, met de Dativ (derde naamval) en een lidwoord: Ich drücke dir die Daumen. En net als “duimendraaien” betekent Däumchen drehen niets doen.
Iets wat heel makkelijk is.
Nederlands: dat is kinderspel; een fluitje van een cent
Der Test war ein Kinderspiel.De toets was kinderspel.
Hetzelfde woord, maar het Duits zet er een lidwoord voor: ein Kinderspiel, waar het Nederlands gewoon “kinderspel” zegt. Het geslacht is gelijk: das Kinderspiel, “het kinderspel”.
Mensen en gevoelens
Uitdrukkingen: 1Om te beschrijven hoe iemand is of hoe het met iemand gaat.
Iemand erg storen, ergeren.
Nederlands: op iemands zenuwen werken
Das Geräusch geht mir auf die Nerven.Dat geluid werkt op mijn zenuwen.
Bijna woord voor woord, maar met twee verschillen: het werkwoord is gehen (“gaan”), niet “werken”, en waar het Nederlands “mijn” zegt, zegt het Duits mir, een Dativ: Das geht mir auf die Nerven. In Nerven klinkt de v als een f.
Tijd en gelegenheid
Uitdrukkingen: 2Te vroeg, te laat en net op tijd.
Vlak voor het einde, op het laatste moment.
Nederlands: op het laatste moment; op het nippertje
Wir haben es in letzter Minute geschafft.We hebben het op het laatste moment gehaald.
Het Duits zegt in waar het Nederlands “op” zegt, en zonder lidwoord. Daarom draagt het bijvoeglijk naamwoord de naamval: letzter is de Dativ (derde naamval) van een vrouwelijk woord, die Minute.
Iets een dag uitstellen.
Nederlands: iets naar morgen verschuiven; iets tot morgen uitstellen
Verschieben wir das auf morgen.Laten we dat naar morgen verschuiven.
Waar het Nederlands “naar morgen” of “tot morgen” zegt, zegt het Duits auf morgen. verschieben is onscheidbaar, net als “verschuiven”. “Laten we …” is in het Duits het werkwoord vooraan met wir: Verschieben wir das! Het spreekwoord kent het Nederlands ook: Was du heute kannst besorgen, das verschiebe nicht auf morgen.
Geld en moeite
Uitdrukkingen: 1Wat iets kost — en wat het waard is.
Iets wat heel duur is.
Nederlands: dat kost een vermogen; dat kost een fortuin
Die Reparatur kostet ein Vermögen.De reparatie kost een vermogen.
Hetzelfde woord en hetzelfde geslacht: das Vermögen, “het vermogen”, al wat iemand bezit. Het vermogen van een motor heet in het Duits niet zo, maar die Leistung.
Oefen de uitdrukkingen
Je krijgt de betekenis en zoekt de uitdrukking — en andersom.