Getallen, tijd en datum in het Duits
Duitse getallen zijn voor jou bijna thuiskomen: “einundzwanzig” bouwt het Duits zoals “eenentwintig”, en “halb drei” is net als bij jou half drie. Juist daardoor glippen de kleine verschillen er makkelijk doorheen: “uur” als duur is “Stunde”, “kwart over” is “Viertel nach”, “op maandag” is “am Montag”, en een datum zeg je met een rangtelwoord. De regels zijn weinig; het lastige is dat de Nederlandse gewoonte terugkomt als je haast hebt — aan de telefoon, aan de kassa, op het perron of bij het maken van een afspraak.
Alles hier is berekend, niet getypt
Elk uitgeschreven getal op deze pagina ontstaat bij het bouwen uit een regel, en dezelfde regel maakt de oefeningen hieronder. Een tabel met honderd overgetypte getallen zou honderd kansen zijn op een fout die niemand vindt. Alles wordt nagerekend met een tweede, onafhankelijk geschreven versie – elk getal tot 2000, elke minuut van de dag en elke dag van het jaar.
De plekken waar je eigen taal in de weg zit: 17
De pagina is daarnaar geordend en niet naar soorten getallen: tot twintig tellen kan iedereen die hier aankomt. Eén ding hoef je niet nieuw te leren: eenheden voor tientallen, zoals in “einundzwanzig”, doet het Nederlands net zo (eenentwintig).
“ein Uhr”, niet “eins Uhr”
Bij het tellen is één eins: eins, zwei, drei. Staat er een zelfstandig naamwoord of een verder getal achter, dan valt de -s weg: ein Uhr, ein Euro, einundzwanzig. Staat er niets achter, dan komt hij terug: halb eins, Es ist eins. Tweede val: eine Uhr is “een klok” of “een horloge”, geen uur.
“drei Stunden”: “uur” als duur is “Stunde”
Het Nederlands gebruikt “uur” voor twee dingen: het tijdstip (“om drie uur”) en de duur (“drie uur wachten”). Het Duits heeft er twee woorden voor. Uhr is alleen het tijdstip op de klok: um drei Uhr. Een duur is die Stunde, met meervoud: eine Stunde, drei Stunden, eine halbe Stunde. Ich habe drei Uhr gewartet is fout: het noemt een tijdstip waar je een duur bedoelt. Een kwartier is eine Viertelstunde.
“25 Jahre alt”: meervoud na een getal
Leeftijd werkt in het Duits precies zoals in het Nederlands: Ich bin 25 Jahre alt. of kort Ich bin 25., en de vraag is Wie alt bist du? Alleen het meervoud verschilt. Het Nederlands zegt na een getal “jaar”, “uur” en “keer” in het enkelvoud; het Duits zet tijdseenheden in het meervoud: 25 Jahre, drei Stunden, zehn Minuten, zwei Wochen. Maten en geld blijven wel enkelvoud, net als bij jou: drei Kilo, zehn Euro, fünf Prozent.
“dreißig”: het enige tiental met een scherpe s
De tientallen eindigen op -zig: zwanzig, vierzig, fünfzig — ongeveer zoals het Nederlandse “-tig”. Eén tiental wijkt af: dertig is dreißig, met ß en zonder z. Wie dreizig schrijft, maakt de fout die het Duitse oog meteen ziet. Zonder toets voor de ß schrijf je dreissig. Let ook op twintig: zwanzig, niet zweizig.
“siebzig” en “sechzig”: korter dan je denkt
In het Nederlands blijft het getal heel: “zeven” wordt “zeventien” en “zeventig”, “zes” wordt “zestien” en “zestig”. Het Duits kort twee getallen in: sieben wordt siebzehn en siebzig, zonder -en; sechs wordt sechzehn en sechzig, zonder de s van sechs. siebenundzwanzig en sechsundzwanzig blijven wel heel, omdat daar het getal zelf staat.
“halb drei” is half drie
Hier is het Duits precies het Nederlands: halb drei is 2.30 uur, de helft van de weg naar drie, net als “half drie”. Je kunt dus letterlijk vertalen. Pas op met Engelstaligen: het Britse “half three” betekent 3.30 uur. Ook de eenentwintig werkt zoals bij jou, met de eenheden eerst: einundzwanzig is “eenentwintig”, siebenundvierzig is “zevenenveertig” — alleen met und in plaats van “en” en zonder trema: zweiundvierzig, “tweeënveertig”.
“am Montag”: niet “auf”, maar “am”
Het Nederlandse “op maandag” verleidt tot auf Montag. In het Duits krijgen dagen, dagdelen en data am (kort voor an dem): am Montag, am Wochenende, am Abend. Een uur krijgt um, zoals “om”: um acht Uhr. En “’s maandags” of “op maandag” als gewoonte wordt montags, met kleine letter.
“im Mai”: maand en seizoen met lidwoord
Het Nederlands zegt “in mei” zonder lidwoord (bij seizoenen wel: “in de winter”). Het Duits zet bij maanden en seizoenen altijd het lidwoord erbij, samengesmolten met het voorzetsel: im Mai (in dem Mai), im Winter, im Sommer. in Mai klinkt voor een Duitser als een vergissing.
“Viertel nach drei”: “over” is “nach”
De kwartieren tellen in dezelfde richting als in het Nederlands: Viertel vor drei is kwart voor drie (2.45 uur), Viertel nach drei kwart over drie (3.15 uur). De val zit in het woordje: “over” is hier niet über, maar nach. Zo ook met minuten: zehn nach acht is tien over acht, zehn vor acht tien voor acht. In Oost- en Zuid-Duitsland en in Oostenrijk hoor je ook viertel vier voor 3.15 uur; dat hoef je alleen te begrijpen.
“am dritten Mai”: de datum met een rangtelwoord
Het Nederlands noemt de dag met een hoofdtelwoord: “op drie mei”, “op één januari”. Het Duits gebruikt een rangtelwoord, zoals in “de derde mei”: am dritten Mai, am ersten Januar. Na am krijgt het de uitgang -en; als onderwerp staat er der en -e: Heute ist der dritte Mai. De maand zelf verandert niet. Datums in cijfers schrijft het Duits met punten: 03.05.2024, waar het Nederlands vaak 3-5-2024 schrijft.
“der 3. Mai”: een punt achter het rangtelwoord
Een Nederlandse datum heeft geen punt: “3 mei”, en een rangtelwoord in cijfers schrijf je met “-e”: “3e plaats”. In het Duits is de punt verplicht, want hij maakt van het cijfer een rangtelwoord: der 3. Mai, gelezen als der dritte Mai, en ook der 3. Platz. Zonder punt leest een Duitser een gewoon getal.
“tausendzweihundert”: alles aan elkaar
Tot duizend schrijven het Nederlands en het Duits getallen op dezelfde manier aan elkaar: dreihundertzweiundvierzig, “driehonderdtweeënveertig”. Na “duizend” laat het Nederlands een spatie: “duizend tweehonderd”, “drieduizend vijfhonderd”. Het Duits schrijft elk getal onder een miljoen als één woord: tausendzweihundert, dreitausendfünfhundert. Vanaf Million is elke eenheid een eigen zelfstandig naamwoord met hoofdletter: zwei Millionen fünfhunderttausend. In het dagelijks leven schrijft men cijfers; voluit alleen op cheques, in contracten en formulieren.
“anderthalb”: met een t
“Anderhalf” heeft in het Duits een extra t: anderthalb. Even gewoon is eineinhalb: eineinhalb Stunden. En let op het meervoud erna: anderthalb Stunden, niet anderthalb Stunde — anders dan het Nederlandse “anderhalf uur”.
“neunzehnhundertvierundachtzig”: het jaar met “hundert”
In het Nederlands zeg je een jaartal vaak zonder “honderd”: “negentien vierentachtig”. Het Duits telt de jaren van 1100 tot 1999 altijd in honderdtallen, mét het woord hundert: neunzehnhundertvierundachtzig. Zonder hundert begrijpt een Duitser je misschien, maar het klinkt als een fout. Vanaf 2000 is het jaar weer een gewoon getal: zweitausendvierundzwanzig. Je geboortejaar hoor je bij elke instantie, dus oefen het één keer hardop.
Voor een jaartal staat geen voorzetsel
Het Nederlandse “in 1984” geeft je in 1984. In het Duits staat het jaar alleen: Ich bin 1984 geboren. Wil je een voorzetsel, dan zeg je im Jahr 1984, met im en het woord Jahr. in 1984 hoor je in het zakelijk Duits onder Engelse invloed wel, maar de meeste Duitstaligen vinden het nog steeds fout.
“Wilhelm II.”: een punt achter het nummer
Het Nederlands schrijft het nummer van een vorst zonder punt: Willem II, Lodewijk XIV. In het Duits staat er een punt achter, want het is een rangtelwoord: Wilhelm II., gelezen als Wilhelm der Zweite. Het telwoord verbuigt als een bijvoeglijk naamwoord: unter Wilhelm dem Zweiten. Eeuwen telt het Duits met een rangtelwoord en een punt: das 20. Jahrhundert.
“die zweitgrößte Stadt”: één woord
Het Nederlands zegt het omschrijvend: “de op één na grootste stad”, “de op twee na beste plaats”. Het Duits plakt het rangtelwoord zonder uitgang aan de overtreffende trap: die zweitgrößte Stadt, der drittbeste Platz, das zweitälteste Kind. Los geschreven verandert de betekenis niet, maar het is een fout — een die zelfs in zorgvuldige teksten voorkomt.
Getallen
Eerst de eenheden, dan “und” en de tientallen — zoals in het Nederlands; alles onder een miljoen is één woord, ook na duizend. Een rangtelwoord is een cijfer met een punt; tot 19 krijgt het de uitgang “-te”, vanaf 20 “-ste”. Duizendtallen scheidt men meestal met een punt, zoals bij jou.
| In cijfers | Voluit | Rangtelwoord |
|---|---|---|
| 1 | eins | 1. – erste |
| 2 | zwei | 2. – zweite |
| 3 | drei | 3. – dritte |
| 7 | sieben | 7. – siebte |
| 8 | acht | 8. – achte |
| 11 | elf | 11. – elfte |
| 16 | sechzehn | 16. – sechzehnte |
| 17 | siebzehn | 17. – siebzehnte |
| 20 | zwanzig | 20. – zwanzigste |
| 21 | einundzwanzig | 21. – einundzwanzigste |
| 30 | dreißig | 30. – dreißigste |
| 45 | fünfundvierzig | 45. – fünfundvierzigste |
| 54 | vierundfünfzig | 54. – vierundfünfzigste |
| 67 | siebenundsechzig | 67. – siebenundsechzigste |
| 100 | hundert | 100. – hundertste |
| 101 | hunderteins | 101. – hunderterste |
| 342 | dreihundertzweiundvierzig | 342. – dreihundertzweiundvierzigste |
| 1.000 | tausend | 1000. – tausendste |
| 1.001 | tausendeins | 1001. – tausenderste |
| 21.000 | einundzwanzigtausend | 21000. – einundzwanzigtausendste |
Miljoenen en meer
Vanaf een miljoen is elke eenheid een zelfstandig naamwoord: hoofdletter, apart woord en meervoud. Miljoen, miljard en biljoen heten zoals in het Nederlands: “eine Billion” is een biljoen, geen miljard zoals het Engelse “billion”.
| In cijfers | Voluit |
|---|---|
| 1.000.000 (miljoen) | eine Million |
| 2.000.000 | zwei Millionen |
| 2.500.000 | zwei Millionen fünfhunderttausend |
| 1.000.000.000 (miljard) | eine Milliarde |
| 2.000.000.000 | zwei Milliarden |
| 1.000.000.000.000 (biljoen) | eine Billion |
Jaartallen
Van 1100 tot 1999 in honderdtallen, altijd met het woord “hundert”, dat je in het Nederlands vaak weglaat; de rest als een gewoon getal. Zonder voorzetsel ervoor.
| Jaar | Uitspraak |
|---|---|
| 1410 | vierzehnhundertzehn |
| 1492 | vierzehnhundertzweiundneunzig |
| 1683 | sechzehnhundertdreiundachtzig |
| 1900 | neunzehnhundert |
| 1918 | neunzehnhundertachtzehn |
| 1989 | neunzehnhundertneunundachtzig |
| 1991 | neunzehnhunderteinundneunzig |
| 1999 | neunzehnhundertneunundneunzig |
| 2000 | zweitausend |
| 2024 | zweitausendvierundzwanzig |
Tijd
In gesprekken gebruikt men de klok van twaalf uur: “halb” telt naar het volgende uur, zoals “half”, en de kwartieren gaan zoals bij jou — alleen is “over” hier “nach”. Het dagdeel zeg je erbij als het niet duidelijk is. In dienstregelingen, op de radio en in officiële afspraken geldt de klok van vierentwintig uur, zonder rekenwerk. In Oost- en Zuid-Duitsland en Oostenrijk hoor je ook “viertel vier” (3.15 uur) en “drei viertel vier” (3.45 uur); dat hoef je alleen te verstaan.
| Tijd | In gesprek | Dienstregeling en radio | Dagdeel |
|---|---|---|---|
| 01:00 | ein Uhr | ein Uhr | nachts |
| 09:05 | fünf nach neun | neun Uhr fünf | morgens |
| 09:15 | Viertel nach neun | neun Uhr fünfzehn | morgens |
| 09:20 | zwanzig nach neun | neun Uhr zwanzig | morgens |
| 09:25 | fünf vor halb zehn | neun Uhr fünfundzwanzig | morgens |
| 09:30 | halb zehn | neun Uhr dreißig | morgens |
| 09:35 | fünf nach halb zehn | neun Uhr fünfunddreißig | morgens |
| 09:45 | Viertel vor zehn | neun Uhr fünfundvierzig | morgens |
| 09:50 | zehn vor zehn | neun Uhr fünfzig | morgens |
| 12:00 | zwölf Uhr | zwölf Uhr | mittags |
| 12:30 | halb eins | zwölf Uhr dreißig | mittags |
| 14:30 | halb drei | vierzehn Uhr dreißig | nachmittags |
| 20:15 | Viertel nach acht | zwanzig Uhr fünfzehn | abends |
| 00:10 | zehn nach zwölf | null Uhr zehn | nachts |
Datum
De dag eerst, zoals in het Nederlands, en in cijfers met punten. Uitgesproken met een rangtelwoord, niet met een hoofdtelwoord zoals “drie mei”; de maand verandert niet, de uitgang hangt van de zin af: “der” als de datum het onderwerp is, “am” als er op die dag iets gebeurt.
| Datum | In cijfers | Als onderwerp | Met “am” |
|---|---|---|---|
| 24 augustus 1991 | 24.08.1991 | der vierundzwanzigste August neunzehnhunderteinundneunzig | am vierundzwanzigsten August |
| 1 maart 2024 | 01.03.2024 | der erste März zweitausendvierundzwanzig | am ersten März |
| 3 oktober 1990 | 03.10.1990 | der dritte Oktober neunzehnhundertneunzig | am dritten Oktober |
| 31 december 1999 | 31.12.1999 | der einunddreißigste Dezember neunzehnhundertneunundneunzig | am einunddreißigsten Dezember |
Geld, decimalen en telefoon
Het euroteken na het bedrag, een komma voor de centen — net als bij jou. In de spreektaal staat “Euro” tussen de twee getallen en blijft onveranderd, zoals “drie euro vijftig”. Na een decimale komma lees je cijfer voor cijfer. Aan de telefoon zegt men voor twee vaak “zwo”, om het niet te verwarren met “drei”.
| Geschreven | Uitgesproken |
|---|---|
| 0,01 € | ein Cent |
| 0,75 € | fünfundsiebzig Cent |
| 1,00 € | ein Euro |
| 1,50 € | ein Euro fünfzig |
| 4,50 € | vier Euro fünfzig |
| 19,99 € | neunzehn Euro neunundneunzig |
| 21,00 € | einundzwanzig Euro |
| 1.250,50 € | tausendzweihundertfünfzig Euro fünfzig |
| CHF 3.50 | drei Franken fünfzig |
| 3,14 | drei Komma eins vier |
| 0,5 | null Komma fünf |
| 0 22 77 | null zwo zwo sieben sieben |
Probeer het zelf
Oefeningen, gemaakt uit dezelfde regels: 59. Wat je fout beantwoordt, komt morgen terug.