Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

B1  ·  Zelfstandige naamwoorden: geslacht, meervoud, samenstellingen  ·  ca. 4 min

Leenwoorden en hun meervoud

“das Auto, die Autos”; “das Thema, die Themen”

Het meervoud op -s hoort bij leenwoorden, en Griekse en Latijnse woorden houden hun eigen uitgangen.

Deze woorden heb je nodig6

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • das Hotelhet hotel
  • das Zentrumhet centrum
  • der Computerde computer
  • der Laptopde laptop
  • das Handyde mobiele telefoon
  • das Programmhet programma

Oefen als flitskaarten

Begrijpen

OnthoudEngels en Frans krijgen -s; Latijn en Grieks houden hun eigen uitgang.

Signaalwoorden
  • -s
  • -um
  • -a
  • -us
  • -ion
  • Fremdwort

De vorm

Van de grondvorm naar de nieuwe vorm

Elke rij zegt eerst wat de vorm uitdrukt en toont hem dan in het Duits: voor de pijl de grondvorm, erachter wat ervan wordt.

-sdas Auto → die Autos
-um → -endas Museum → die Museen
-um → -adas Praktikum → die Praktika
-a → -endas Thema → die Themen
-us → -ender Rhythmus → die Rhythmen
onveranderdder Computer → die Computer

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaat

  1. Leenwoorden uit het Engels en Frans krijgen -s.

    zwei Hotels, drei Restaurantstwee hotels, drie restaurants

  2. Latijnse woorden op -um krijgen -en of -a.

    das Zentrum → die Zentrenhet centrum → de centra

  3. Een woord op -er, -en of -el blijft meestal onveranderd.

    der Computer → die Computerde computer → de computers

  4. Het geslacht moet je met het woord leren.

    die E-Mail, der Laptop, das Handyde e-mail, de laptop, de mobiele telefoon

Voorbeeldzinnen

Wir haben zwei Autos.We hebben twee auto’s.

Die Museen sind montags zu.De musea zijn op maandag dicht.

Sie schreibt drei E-Mails.Ze schrijft drie e-mails.

Meer voorbeeldzinnen (8)

Die Themen stehen im Programm.De onderwerpen staan in het programma.

Er macht zwei Praktika.Hij loopt twee stages.

Es gibt zwei Restaurants im Ort.Er zijn twee restaurants in het dorp.

Die Visa sind fertig.De visa zijn klaar.

Beide Zentren sind geschlossen.Beide centra zijn gesloten.

Wir brauchen neue Laptops.We hebben nieuwe laptops nodig.

Die Diskussionen dauerten lange.De discussies duurden lang.

Zwei Kilos? Nein: zwei Kilo.Twee kilo’s? Nee: twee kilo.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

In het Nederlands is “-s” een heel gewone meervoudsuitgang (“tafels”, “computers”, “lepels”), en daarom plakken Nederlandstaligen hem makkelijk aan Duitse woorden. Maar -s hoort in het Duits bij Engelse en Franse leenwoorden; die Computer, die Löffel en die Themen hebben er geen. Leer het meervoud met het woord.

Fout:die Themas, die Museums
Goed:die Themen, die Museen

Snelle check

Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.

Oefenen

Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Gelukt

Hoe goed zit dit thema?

Verder op het leerpad: 105 · Zelfstandig gebruikte bezittelijke voornaamwoordenTerug naar het leerpad

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

Het Duits heeft vier eigen meervoudspatronen en een vijfde dat met leenwoorden kwam: -s. Het staat bij woorden uit het Engels en Frans en bij afkortingen: das Auto → die Autos, das Hotel → die Hotels, die CD → die CDs. Gewone Duitse woorden krijgen het bijna nooit — anders dan in het Nederlands.

Woorden uit het Latijn en Grieks houden vaak hun eigen meervoud: das Thema → die Themen, das Museum → die Museen, das Praktikum → die Praktika. Het Nederlands doet dat soms ook (“museum – musea”), maar het Duits vaker.

Het geslacht van een leenwoord moet je leren. Een neiging: het leenwoord krijgt vaak het geslacht van het Duitse woord dat er het dichtst bij ligt: die E-Mail naar die Post, der Laptop naar der Rechner.

Nader bekeken

De woorden die het Duits niet leende

Het Duits bouwt graag zijn eigen woord in plaats van er een te lenen: Fernseher, Kühlschrank, Krankenhaus, Wörterbuch. Het Nederlands doet dat ook vaak (“koelkast”, “ziekenhuis”, “woordenboek”), dus veel ervan herken je.

Waar beide bestaan, zijn het vaak geen synoniemen. Das Handy is een mobiele telefoon en is geen Engels; der Beamer is een projector. Dit zijn Duitse woorden van Engelse onderdelen.

Uitzonderingen en bijzondere gevallen2
  1. Uitzondering

    Als een familienaam in het meervoud staat

    dan krijgt hij -s.

    die Müllersde familie Müller

    Waarom? Het -s-meervoud verspreidde zich van leenwoorden naar namen.

  2. Uitzondering

    Als een leenwoord al lang in het Duits is

    dan krijgt het vaak een Duits meervoud.

    die Filme, die Bankende films, de banken

    Waarom? Oudere leenwoorden passen zich aan: der Film → die Filme, niet Films.

Goed om te weten2
  1. Goed om te weten

    De apostrof

    Het meervoud op -s schrijf je in het Duits zonder apostrof: die Autos, die CDs. Het Nederlands schrijft “auto’s” met apostrof — een gewoonte die je niet moet meenemen. Duitsers noemen de fout spottend Deppenapostroph.

  2. Goed om te weten

    Maten blijven enkelvoud

    Mannelijke en onzijdige maten krijgen na een getal geen meervoud: zwei Kilo, drei Glas Wasser, fünf Euro. Vrouwelijke wel: zwei Flaschen.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · haben · stehen · machen · schreiben

Verwante thema’s