A2 · Voornaamwoorden · ca. 4 min
Onbepaalde voornaamwoorden: iemand, niemand, alles
“jemand, niemand, etwas, nichts, alle”
Een klein rijtje woorden voor onbepaalde personen en zaken, waarvan sommige nog een naamvalsuitgang krijgen.
Ken je dit al?
“Nieuw voor mij”: eerst de uitleg, dan oefenen. “Ik test mezelf”: korte vragen (2) – heb je er minstens twee goed, dan ga je meteen door naar de moeilijkere oefeningen.
Deze woorden heb je nodig3
Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.
- alleallemaal, iedereen
- jemandiemand
- einverstandenakkoord, het eens
Begrijpen
OnthoudMensen: alle sind. Zaken: alles ist.
- Signaalwoorden
- jemand
- niemand
- etwas
- nichts
- alle
- alles
- jeder
- man
- irgend-
De vorm
De patronen in één oogopslag
Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Duits.
ontkenning
| iemand, niemand | jemand, niemand |
| Akkusativ en Dativ | jemanden, jemandem |
| iets, niets | etwas, nichts |
| allen, alles | alle, alles |
| ieder, elk — verbogen als dieser | jeder, jede, jedes |
| men, mensen in het algemeen | man |
De regels één voor één
De vorm waar dit thema over gaatHet woord dat erom vraagt
alle is meervoud en gaat over mensen; alles is enkelvoud en gaat over zaken als geheel.
Alle sind da. Alles ist bereit.Iedereen is er. Alles is klaar.
jemand en niemand krijgen een uitgang in de Akkusativ en de Dativ.
Ich habe niemanden gesehen.Ik heb niemand gezien.
jeder wordt verbogen als dieser en is altijd enkelvoud.
Jeder kann mitmachen.Iedereen kan meedoen.
Een bijvoeglijk naamwoord na etwas of nichts krijgt een hoofdletter en de uitgang -es.
etwas Neues, nichts Gutesiets nieuws, niets goeds
Voorbeeldzinnen
Hat jemand angerufen?Heeft er iemand gebeld?
Niemand weiß es.Niemand weet het.
Ich habe nichts gehört.Ik heb niets gehoord.
Meer voorbeeldzinnen (8)
Alle waren einverstanden.Iedereen was het ermee eens.
Jeder Tag ist anders.Elke dag is anders.
Ist da jemand?Is daar iemand?
Er hat niemandem etwas gesagt.Hij heeft niemand iets verteld.
Alles klar?Alles goed?
Jede Woche das Gleiche.Elke week hetzelfde.
Irgendjemand muss es gewesen sein.Het moet iemand geweest zijn.
Möchtest du noch etwas?Wil je nog iets?
De valkuil voor Nederlandstaligen
Let op
Eén letter beslist hier tussen mensen en dingen, en het werkwoord verraadt de keuze: alle is meervoud en neemt sind, alles is enkelvoud en neemt ist. Het Nederlands helpt hier niet. “Iedereen is gekomen” heeft een enkelvoud, en het Nederlandse “alles” lijkt sprekend op het Duitse woord. Zo ontstaat Alles sind gekommen, een zin die het werkwoord en het voornaamwoord tegen elkaar laat vechten. Denk bij alle aan het deftige “allen zijn gekomen” — dat is meervoud, net als in het Duits.
Snelle check
Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.
Oefenen
Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.
Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.
Gelukt
Hoe goed zit dit thema?
Na het oefenen wordt dit automatisch ingevuld. Je kunt het hier altijd zelf aanpassen.
Verder op het leerpad: 51 · Vergelijken: “so … wie” en “als”Terug naar het leerpad
Uitgebreid uitgelegd
Lees de hele uitleg · ca. 1 min
Voor onbepaalde personen heeft het Duits jemand en niemand, voor onbepaalde zaken etwas en nichts. Alle en allesstaan voor iedereen en allesjedervoor ieder afzonderlijk Voor jou liggen ze dicht bij huis: “iemand”, “niemand”, “iets”, “niets”, “alles”, “ieder”. In de spreektaal hoor je naast etwas ook vaak het korte was: Hast du was gehört?
Het paar dat aandacht vraagt, is alle tegenover alles. Alle is meervoud en gaat over mensen of telbare dingen: Alle sind da. Alles is enkelvoud en gaat over alles als één geheel: Alles ist fertig. Het Nederlands zegt bij mensen meestal “iedereen”, en dat is enkelvoud: “iedereen is er”. Daardoor ligt alles ist voor de hand, terwijl het Duits alle sind wil.
Jemand en niemand kunnen nog een naamvalsuitgang krijgen: jemandenin de Akkusativ (vierde naamval)jemandemin de Dativ (derde naamval) In de spreektaal laat men die uitgang vaak weg; beide vormen zijn goed, maar in geschreven tekst staat meestal de vorm met uitgang. Jeder wordt verbogen als dieser: jeden Tag, mit jedem Kind.
Na etwas en nichts krijgt een bijvoeglijk naamwoord de uitgang -es en een hoofdletter: etwas Neues, nichts Gutes. Het Nederlands doet bijna hetzelfde met een -s: “iets nieuws”, “niets goeds”. Je hoeft alleen de e en de hoofdletter toe te voegen.
Goed om te weten2
Goed om te weten
Vergelijking met het Nederlands: iets nieuws, niets goeds
Het Nederlands zet na “iets”, “niets”, “veel” en “weinig” een bijvoeglijk naamwoord met een -s: “iets moois”, “niets bijzonders”. Het Duits heeft dezelfde constructie met -es en een hoofdletter, omdat het bijvoeglijk naamwoord hier een zelfstandig naamwoord is geworden: etwas Schönes, nichts Besonderes, viel Gutes. Ook na jemand werkt het zo: jemand Neues, “iemand nieuws”.
Gibt es etwas Neues?Is er iets nieuws?
Goed om te weten
Vergelijking met het Nederlands: niets en niet
Het Duitse paar nichts en nicht werkt als het Nederlandse “niets” en “niet”. Nichtsis een voornaamwoord en staat op de plaats van een voorwerpnichtontkent de zin Ook de regel dat er geen tweede ontkenning bij komt, ken je: na niemand of nichts komt er geen nicht meer.
Ich habe nichts gesagt.Ik heb niets gezegd.
De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · haben · können · sehen · anrufen