Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

A1  ·  Alfabet en uitspraak  ·  ca. 4 min

Medeklinkers: w, v, z, s, j en g

de letters die anders klinken

Bekende letters met een andere klank — en een g die altijd hard is.

Deze woorden heb je nodig16

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • wowaar
  • das Wasserhet water
  • der Vaterde vader
  • der Bruderde broer
  • der Zugde trein
  • kommenkomen
  • zehntien
  • jungjong
  • sagenzeggen
  • jetztnu
  • zweitwee
  • die Minutede minuut
  • langlang
  • wehpijnlijk (wehtun: pijn doen)
  • das Meerde zee
  • die Uhrde klok, het horloge; uur

Oefen als flitskaarten · 1Oefen als flitskaarten · 2

Begrijpen

OnthoudDuitse w is je v, Duitse v is je f, z is altijd ts en g altijd hard.

Signaalwoorden
  • w
  • v
  • z
  • tz
  • s
  • j
  • kn

De vorm

Hoe je het schrijft en uitspreekt

Elke rij geeft eerst de regel en dan voorbeelden in het Duits waaraan je hem ziet.

w als een duidelijke Nederlandse vWasser, wie, Wein
v in de meeste woorden als fVater, viel, vier
z en tz als tsZeit, zehn, Platz
s voor een klinker als Nederlandse zSonne, sagen, lesen
ß en ss als scherpe sheißen, Wasser
j als Nederlandse jja, Jahr, jung
de k en de p spreek je uitKnie, Psychologie

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaat

  1. W klinkt als een duidelijke Nederlandse v.

    Wo ist das Wasser?Waar is het water?

  2. V klinkt in de meeste Duitse woorden als f.

    Mein Vater hat vier Brüder.Mijn vader heeft vier broers.

  3. Z klinkt altijd als ts.

    Der Zug kommt um zehn.De trein komt om tien uur.

  4. J klinkt als de Nederlandse j.

    Ja, ich bin noch jung.Ja, ik ben nog jong.

Voorbeeldzinnen

Wie viel Zeit haben wir?Hoeveel tijd hebben we?

Ich sage jetzt nichts.Ik zeg nu niets.

Das Video ist zwei Minuten lang.De video duurt twee minuten.

Meer voorbeeldzinnen (2)

Mein Knie tut weh.Mijn knie doet pijn.

Jeden Sommer fahren wir ans Meer.Elke zomer gaan we naar zee.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

Voor jou zit de valkuil vooral in het schrijven. Omdat je Vater met een f hoort, ligt Fater voor de hand — maar het woord wordt altijd met een v geschreven, net als het Nederlandse “vader”. Een vaste regel is er helaas niet: vier is vier en vol is voll, maar vis is Fisch, voet is Fuß en vinden is finden. Leer daarom bij elk woord meteen de spelling. Bij het spreken is het omgekeerd: geef Wasser en wir geen zachte Nederlandse w, maar een duidelijke v.

Fout:Mein Fater heißt Peter.
Goed:Mein Vater heißt Peter.

Snelle check

Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.

Oefenen

Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Gelukt

Hoe goed zit dit thema?

Verder op het leerpad: 4 · ch, sch, sp, st en stemloze eindklankenTerug naar het leerpad

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 2 min

De Duitse w is een duidelijke, stemhebbende v, met de boventanden op de onderlip: Wasser, wie, Wein. De Nederlandse w, die meer met de lippen wordt gemaakt, klinkt in het Duits te zacht. De v is in de meeste Duitse woorden een f: Vater, viel, vier, von. In het noorden van Nederland hoor je bij “vader” en “veel” al bijna een f, dus de stap is klein. Alleen in woorden uit andere talen is de v een echte v: Vase, Video.

Z is altijd ts, ook aan het begin van een woord: Zeit, zehn, Zug. Na een korte klinker schrijf je dezelfde klank als tz: Platz, jetzt. Omgekeerd is de Duitse s voor een klinker stemhebbend, dus een Nederlandse z: Sonneklinkt als “zonne”sagenals “zagen”lesenals “lezen” Aan het eind van een woord of lettergreep is de s scherp: Haus, das. ß en een dubbele ss zijn altijd scherp: heißen, Wasser. In Zuid-Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland klinkt ook de s voor een klinker vaak scherp.

De g is in het Duits altijd hard, zoals in “goal” of het Franse “garçon”: gut, Garten, Geld. De Nederlandse g — zacht of hard — bestaat in het Duits alleen als ch, en wie gut met een Nederlandse g uitspreekt, zegt voor Duitse oren iets als “chut”. Dit is de klank die je het meest moet oefenen.

Veel is gelukkig gelijk. J is de Nederlandse j: ja, Jahr, jung. H spreek je aan het begin van een woord uit (Haus); na een klinker is hij stom en laat hij alleen zien dat de klinker lang is (gehen, Uhr). Qu is kw, zoals in “kwaliteit”: Qualität, bequem. En net als in “knie” spreek je de k in Knie en Knopf uit, en de p in Psychologie ook.

Goed om te weten2
  1. Goed om te weten

    Vergelijking met het Nederlands: z en s wisselen van plaats

    Tussen de twee talen bestaat een handige verschuiving. Waar het Nederlands aan het begin een z heeft, schrijft het Duits meestal een s, die je ook als z uitspreekt: zon en Sonne, zee en See, zeggen en sagen, zingen en singen. Waar het Nederlands met een t begint, heeft het Duits vaak een z — en die klinkt als ts: tien en zehn, tijd en Zeit, tand en Zahn, tong en Zunge.

    Die Sonne scheint seit zehn Uhr.De zon schijnt sinds tien uur.

  2. Goed om te weten

    Vergelijking met het Nederlands: de harde g

    Voor Nederlandstaligen is de Duitse g de grootste uitspraakklus. Oefen hem met woorden die je al met een harde g kent, zoals “goal” en “gangster”, en zeg dan gut, Geld en gehen op dezelfde manier. Aan het eind van een woord wordt de g een k (Tag, Weg), behalve in -ig — daarover meer in het volgende thema.

    Das Geld liegt im Garten.Het geld ligt in de tuin.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · haben · kommen · sagen · fahren · tun