Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

A2  ·  Ontkenning  ·  ca. 4 min

Nog niet en niet meer: “noch nicht”, “nicht mehr”

“Er ist noch nicht da. Er ist nicht mehr da.”

Noch nicht, nicht mehr en kein … mehr zijn woord voor woord “nog niet”, “niet meer” en “geen … meer”.

Deze woorden heb je nodig1

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • das Stückhet stuk

Oefen als flitskaarten

Begrijpen

OnthoudKein ervoor, mehr erachter — zoals “geen … meer”.

Signaalwoorden
  • schon
  • noch
  • nicht mehr
  • noch nicht
  • kein
  • mehr
  • erst

De vorm

De patronen in één oogopslag

Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Duits.

ontkenning

schon — alEr ist schon da.
noch nicht — nog nietEr ist noch nicht da.
noch — nogEr ist noch da.
nicht mehr — niet meerEr ist nicht mehr da.
kein … mehr — geen … meerWir haben kein Brot mehr.
noch ein — nog eenNoch einen Kaffee, bitte.

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaat

  1. Schon en noch nicht zijn elkaars tegenpolen.

    Bist du schon fertig? — Nein, noch nicht.Ben je al klaar? — Nee, nog niet.

  2. Noch en nicht mehr zijn elkaars tegenpolen.

    Wohnst du noch dort? — Nein, nicht mehr.Woon je daar nog? — Nee, niet meer.

  3. Bij een zelfstandig naamwoord is de vorm kein … mehr, om het woord heen.

    Ich habe keine Zeit mehr.Ik heb geen tijd meer.

  4. Met noch ein vraag je om nog een exemplaar van iets.

    Möchtest du noch ein Stück?Wil je nog een stuk?

Voorbeeldzinnen

Ich bin noch nicht fertig.Ik ben nog niet klaar.

Sie arbeitet nicht mehr hier.Ze werkt hier niet meer.

Hast du schon gegessen?Heb je al gegeten?

Meer voorbeeldzinnen (8)

Es ist noch früh.Het is nog vroeg.

Wir haben keinen Zucker mehr.We hebben geen suiker meer.

Der Laden ist noch offen.De winkel is nog open.

Der Laden ist nicht mehr offen.De winkel is niet meer open.

Ich kenne ihn schon lange.Ik ken hem al lang.

Es gibt keine Karten mehr.Er zijn geen kaartjes meer.

Noch einen Moment, bitte.Nog even geduld, alsjeblieft.

Der Brief ist noch nicht angekommen.De brief is nog niet aangekomen.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

De fout Ich habe nicht mehr Zeit zou je in het Nederlands meteen herkennen: “ik heb niet meer tijd” is een vergelijking, “ik heb niet méér tijd dan jij”. Het Duits werkt net zo. Wie bedoelt dat de tijd op is, zegt Ich habe keine Zeit mehr, “ik heb geen tijd meer”, met kein voor het zelfstandig naamwoord en mehr erachter. De fout ontstaat meestal doordat je aan nicht mehr denkt als vaste groep en die onveranderd voor het woord plakt. Volg gewoon het Nederlandse “geen … meer”.

Fout:Ich habe nicht mehr Zeit.
Goed:Ich habe keine Zeit mehr.

Snelle check

Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.

Oefenen

Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Gelukt

Hoe goed zit dit thema?

Verder op het leerpad: 66 · Ergens vandaan komen: aus en vonTerug naar het leerpad

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

Vier kleine woorden vormen twee paren tegenstellingen. Schon (“al”) staat tegenover noch nicht (“nog niet”): Er ist schon da tegenover er ist noch nicht da. Noch (“nog”) staat tegenover nicht mehr (“niet meer”): Er ist noch da tegenover er ist nicht mehr da. Het Nederlands bouwt precies dezelfde paren.

Bij een zelfstandig naamwoord gebruik je kein … mehr, met het zelfstandig naamwoord ertussen: Wir haben kein Brot mehr, “we hebben geen brood meer”. Ook dat is gelijk aan het Nederlands, met als enig verschil dat kein een uitgang krijgt: keinen Zucker mehr, keine Zeit mehr.

Noch ein betekent “nog een”: Noch einen Kaffee, bitte, “nog een koffie, graag”. Let op twee dingen. Het Nederlandse “al” vertaal je hier met schon, niet met alle. En verwar noch niet met het Nederlandse “noch” uit “noch … noch”: dat heet in het Duits weder … noch.

Goed om te weten2
  1. Goed om te weten

    Vergelijking met het Nederlands: noch mal is “nog een keer”

    In de spreektaal hoor je voortdurend noch mal of nochmal, “nog een keer”, “opnieuw”: Sag das noch mal! Het Nederlandse “nog eens” of “nog een keer” is de directe vertaling. Het formelere woord is noch einmal, en wieder betekent “weer”.

    Kannst du das noch mal sagen?Kun je dat nog een keer zeggen?

  2. Goed om te weten

    Schon in een vraag

    In een vraag betekent schon vaak “al” in de zin van “intussen”: Hast du schon gegessen?, “heb je al gegeten?”. Het antwoord “nee” is dan Nein, noch nicht, precies zoals je in het Nederlands “nee, nog niet” zegt. In een bewering kan schon ook betekenen dat iets eerder gebeurt dan verwacht.

    Hast du schon gegessen? — Nein, noch nicht.Heb je al gegeten? — Nee, nog niet.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · haben · arbeiten · mögen · wohnen

Verwante thema’s