A2 · Ontkenning · ca. 4 min
Nog niet en niet meer: “noch nicht”, “nicht mehr”
“Er ist noch nicht da. Er ist nicht mehr da.”
Noch nicht, nicht mehr en kein … mehr zijn woord voor woord “nog niet”, “niet meer” en “geen … meer”.
Ken je dit al?
“Nieuw voor mij”: eerst de uitleg, dan oefenen. “Ik test mezelf”: korte vragen (2) – heb je er minstens twee goed, dan ga je meteen door naar de moeilijkere oefeningen.
Deze woorden heb je nodig1
Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.
- das Stückhet stuk
Begrijpen
OnthoudKein ervoor, mehr erachter — zoals “geen … meer”.
- Signaalwoorden
- schon
- noch
- nicht mehr
- noch nicht
- kein
- mehr
- erst
De vorm
De patronen in één oogopslag
Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Duits.
ontkenning
| schon — al | Er ist schon da. |
| noch nicht — nog niet | Er ist noch nicht da. |
| noch — nog | Er ist noch da. |
| nicht mehr — niet meer | Er ist nicht mehr da. |
| kein … mehr — geen … meer | Wir haben kein Brot mehr. |
| noch ein — nog een | Noch einen Kaffee, bitte. |
De regels één voor één
De vorm waar dit thema over gaat
Schon en noch nicht zijn elkaars tegenpolen.
Bist du schon fertig? — Nein, noch nicht.Ben je al klaar? — Nee, nog niet.
Noch en nicht mehr zijn elkaars tegenpolen.
Wohnst du noch dort? — Nein, nicht mehr.Woon je daar nog? — Nee, niet meer.
Bij een zelfstandig naamwoord is de vorm kein … mehr, om het woord heen.
Ich habe keine Zeit mehr.Ik heb geen tijd meer.
Met noch ein vraag je om nog een exemplaar van iets.
Möchtest du noch ein Stück?Wil je nog een stuk?
Voorbeeldzinnen
Ich bin noch nicht fertig.Ik ben nog niet klaar.
Sie arbeitet nicht mehr hier.Ze werkt hier niet meer.
Hast du schon gegessen?Heb je al gegeten?
Meer voorbeeldzinnen (8)
Es ist noch früh.Het is nog vroeg.
Wir haben keinen Zucker mehr.We hebben geen suiker meer.
Der Laden ist noch offen.De winkel is nog open.
Der Laden ist nicht mehr offen.De winkel is niet meer open.
Ich kenne ihn schon lange.Ik ken hem al lang.
Es gibt keine Karten mehr.Er zijn geen kaartjes meer.
Noch einen Moment, bitte.Nog even geduld, alsjeblieft.
Der Brief ist noch nicht angekommen.De brief is nog niet aangekomen.
De valkuil voor Nederlandstaligen
Let op
De fout Ich habe nicht mehr Zeit zou je in het Nederlands meteen herkennen: “ik heb niet meer tijd” is een vergelijking, “ik heb niet méér tijd dan jij”. Het Duits werkt net zo. Wie bedoelt dat de tijd op is, zegt Ich habe keine Zeit mehr, “ik heb geen tijd meer”, met kein voor het zelfstandig naamwoord en mehr erachter. De fout ontstaat meestal doordat je aan nicht mehr denkt als vaste groep en die onveranderd voor het woord plakt. Volg gewoon het Nederlandse “geen … meer”.
Snelle check
Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.
Oefenen
Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.
Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.
Gelukt
Hoe goed zit dit thema?
Na het oefenen wordt dit automatisch ingevuld. Je kunt het hier altijd zelf aanpassen.
Verder op het leerpad: 66 · Ergens vandaan komen: aus en vonTerug naar het leerpad
Uitgebreid uitgelegd
Lees de hele uitleg · ca. 1 min
Vier kleine woorden vormen twee paren tegenstellingen. Schon (“al”) staat tegenover noch nicht (“nog niet”): Er ist schon da tegenover er ist noch nicht da. Noch (“nog”) staat tegenover nicht mehr (“niet meer”): Er ist noch da tegenover er ist nicht mehr da. Het Nederlands bouwt precies dezelfde paren.
Bij een zelfstandig naamwoord gebruik je kein … mehr, met het zelfstandig naamwoord ertussen: Wir haben kein Brot mehr, “we hebben geen brood meer”. Ook dat is gelijk aan het Nederlands, met als enig verschil dat kein een uitgang krijgt: keinen Zucker mehr, keine Zeit mehr.
Noch ein betekent “nog een”: Noch einen Kaffee, bitte, “nog een koffie, graag”. Let op twee dingen. Het Nederlandse “al” vertaal je hier met schon, niet met alle. En verwar noch niet met het Nederlandse “noch” uit “noch … noch”: dat heet in het Duits weder … noch.
Goed om te weten2
Goed om te weten
Vergelijking met het Nederlands: noch mal is “nog een keer”
In de spreektaal hoor je voortdurend noch mal of nochmal, “nog een keer”, “opnieuw”: Sag das noch mal! Het Nederlandse “nog eens” of “nog een keer” is de directe vertaling. Het formelere woord is noch einmal, en wieder betekent “weer”.
Kannst du das noch mal sagen?Kun je dat nog een keer zeggen?
Goed om te weten
Schon in een vraag
In een vraag betekent schon vaak “al” in de zin van “intussen”: Hast du schon gegessen?, “heb je al gegeten?”. Het antwoord “nee” is dan Nein, noch nicht, precies zoals je in het Nederlands “nee, nog niet” zegt. In een bewering kan schon ook betekenen dat iets eerder gebeurt dan verwacht.
Hast du schon gegessen? — Nein, noch nicht.Heb je al gegeten? — Nee, nog niet.
De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · haben · arbeiten · mögen · wohnen