Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van haben

  • Betekenis hebben
  • Niveau A1
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte gehabt
duhattest gehabt
er/​sie/​eshatte gehabt
wirhatten gehabt
ihrhattet gehabt
sie/​Siehatten gehabt

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde gehabt haben
duwirst gehabt haben
er/​sie/​eswird gehabt haben
wirwerden gehabt haben
ihrwerdet gehabt haben
sie/​Siewerden gehabt haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichhabe
duhabest
er/​sie/​eshabe
wirhaben
ihrhabet
sie/​Siehaben

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

duhab
ihrhabt
Siehaben Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Da hast du recht.Daar heb je gelijk.

    hast – Präsens · du

  • Wer hat angerufen?Wie heeft er gebeld?

    hat – Präsens · er/sie/es

  • Haben Sie Schmerzen?Heeft u pijn?

    Haben – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

  • Heute habe ich frei.Vandaag heb ik vrij.

    habe – Präsens · ich; Konjunktiv I · ich

  • Habt ihr schon gegessen?Hebben jullie al gegeten?

    Habt – Präsens · ihr; Imperativ · ihr

  • Ich hätte gern einen Kaffee.Ik wil graag een koffie.

    hätte – Konjunktiv II · ich; Konjunktiv II · er/sie/es

Typische valkuil

Fout Ich habe das Buch gelest.

Goed Ich habe das Buch gelesen.

Een deelwoord op -t bij een sterk werkwoord, zoals gelest, ontstaat door het patroon van de zwakke werkwoorden te ver door te trekken. Als Nederlandstalige heb je hier een voordeel: “gelezen” eindigt ook op “-en”, dus gelesen voelt goed. Jouw risico zit eerder in de klinker. Je hoort “geschreven”, “gebleven”, “gegeten” en maakt er geschreben, gebleben of gegeten van, terwijl het geschrieben, geblieben en gegessen moet zijn. Vertrouw op de uitgang uit het Nederlands, maar controleer de klinker altijd.

Sterke werkwoorden: drie vormen met wisselende klinker

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.