Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van gehen

  • Betekenis gaan, lopen
  • Niveau A1
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord sein

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichwar gegangen
duwarst gegangen
er/​sie/​eswar gegangen
wirwaren gegangen
ihrwart gegangen
sie/​Siewaren gegangen

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde gegangen sein
duwirst gegangen sein
er/​sie/​eswird gegangen sein
wirwerden gegangen sein
ihrwerdet gegangen sein
sie/​Siewerden gegangen sein

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichgehe
dugehest
er/​sie/​esgehe
wirgehen
ihrgehet
sie/​Siegehen

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

dugeh
ihrgeht
Siegehen Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Geh schon mal hinein.Ga maar alvast naar binnen.

    Geh – Imperativ · du

  • Hallo, wie geht es dir?Hallo, hoe gaat het met je?

    geht – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Sie ging wortlos hinaus.Ze ging zonder iets te zeggen naar buiten.

    ging – Präteritum · ich; Präteritum · er/sie/es

  • Wir gehen oft spazieren.We gaan vaak wandelen.

    gehen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

  • Wir sind zu Fuß gegangen.We zijn te voet gegaan.

    gegangen – Partizip II

  • Morgen gehe ich zum Zahnarzt.Morgen ga ik naar de tandarts.

    gehe – Präsens · ich; Konjunktiv I · ich

Typische valkuil

Fout Ich muss zu gehen.

Goed Ich muss gehen.

Het Nederlands zet “te” voor bijna elke infinitief en laat het weg na de modale werkwoorden — dezelfde verdeling als in het Duits. Een verschil zit bij “helpen” en “leren”: in het Nederlands vaak met “te”, in het Duits meestal zonder. Een losse zu na lassen is een van de hoorbaarste fouten op dit niveau.

Infinitief met en zonder zu

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.