Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van dürfen

  • Betekenis mogen
  • Niveau A2
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte gedurft
duhattest gedurft
er/​sie/​eshatte gedurft
wirhatten gedurft
ihrhattet gedurft
sie/​Siehatten gedurft

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde gedurft haben
duwirst gedurft haben
er/​sie/​eswird gedurft haben
wirwerden gedurft haben
ihrwerdet gedurft haben
sie/​Siewerden gedurft haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichdürfe
dudürfest
er/​sie/​esdürfe
wirdürfen
ihrdürfet
sie/​Siedürfen

Konjunktiv IIKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichdürfte
dudürftest
er/​sie/​esdürfte
wirdürften
ihrdürftet
sie/​Siedürften

Meer hierover: Konjunktiv II: de Duitse “zou”-vorm

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Darf ich schon abräumen?Mag ik al afruimen?

    Darf – Präsens · ich; Präsens · er/sie/es

  • Hier darfst du nicht überholen.Hier mag je niet inhalen.

    darfst – Präsens · du

  • Das hat er nicht gedurft.Dat mocht hij niet.

    gedurft – Partizip II

  • Kinder dürfen hier nicht allein spielen.Kinderen mogen hier niet alleen spelen.

    dürfen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie · Niet hoeven of niet mogen: “nicht müssen” en “nicht dürfen”

  • Darf ich das anprobieren?Mag ik dit passen?

    Darf – Präsens · ich; Präsens · er/sie/es

  • Hier darf man nicht parken.Hier mag je niet parkeren.

    darf – Präsens · ich; Präsens · er/sie/es

Typische valkuil

Fout Du musst hier nicht rauchen.

Goed Du darfst hier nicht rauchen.

De foute zin is grammaticaal correct Duits en betekent “je bent niet verplicht hier te roken” — waar voor bijna iedereen, maar niet wat een rookverbod bedoelt. De fout komt rechtstreeks uit het Nederlands: “je moet hier niet roken” klinkt als een verbod, dus du musst hier nicht rauchen lijkt dat ook. In het Duits is een verbod altijd nicht dürfen: Du darfst hier nicht rauchen. Een handige toets: kun je in het Nederlands “hoeven” zeggen, dan mag het müssen zijn; bedoel je “niet mogen”, dan is het dürfen.

Niet hoeven of niet mogen: “nicht müssen” en “nicht dürfen”

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.