Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

A2  ·  Lidwoorden  ·  ca. 4 min

Geen lidwoord bij beroep, stof en meervoud

“Ich bin Lehrer. Ich trinke Kaffee.”

Beroepen, nationaliteiten, stoffen en het onbepaalde meervoud staan vaak zonder lidwoord — bijna overal zoals in het Nederlands.

Deze woorden heb je nodig2

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • der Studentde student
  • der Kochde kok

Oefen als flitskaarten

Begrijpen

OnthoudKaal beroep, maar een bijvoeglijk naamwoord brengt ein terug.

Signaalwoorden
  • sein
  • werden
  • als
  • aus
  • ohne

De vorm

De patronen in één oogopslag

Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Duits.

beroepSie ist Ärztin.
nationaliteitEr ist Österreicher.
materiaal, stofDas ist aus Holz.
abstract, algemeenLiebe ist kompliziert.
onbepaald meervoudWir haben Fragen.

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaatHet woord dat erom vraagt

  1. Geen lidwoord na sein of werden bij een beroep, nationaliteit of godsdienst.

    Er wird Arzt.Hij wordt arts.

  2. Een bijvoeglijk naamwoord brengt het lidwoord terug.

    Er ist ein guter Arzt.Hij is een goede arts.

  3. Stofnamen en abstracte begrippen in algemene zin staan zonder lidwoord.

    Wir brauchen Geduld.We hebben geduld nodig.

  4. Het onbepaalde meervoud heeft geen lidwoord; de ontkenning ervan is keine.

    Ich habe Fragen. — Ich habe keine Fragen.Ik heb vragen. — Ik heb geen vragen.

Voorbeeldzinnen

Ich bin Studentin.Ik ben studente.

Sie arbeitet als Übersetzerin.Ze werkt als vertaalster.

Der Tisch ist aus Eiche.De tafel is van eikenhout.

Meer voorbeeldzinnen (8)

Zeit ist Geld.Tijd is geld.

Hast du Kinder?Heb je kinderen?

Meine Schwester ist Ingenieurin.Mijn zus is ingenieur.

Er ist Deutscher, sie ist Italienerin.Hij is Duitser, zij is Italiaanse.

Wir essen gern Fisch.We eten graag vis.

Sie hat Angst vor Hunden.Ze is bang voor honden.

Das Haus ist aus Stein.Het huis is van steen.

Ich brauche keine Hilfe.Ik heb geen hulp nodig.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

Met Ich bin ein Lehrer zeg je iets anders dan je bedoelt: het klinkt als “ik ben een van de leraren hier”, alsof je jezelf uit een groep aanwijst. Het Nederlands werkt precies zo — “ik ben een leraar” klinkt als antwoord op “wat doe je?” ook vreemd. Vertrouw dus op je eigen taal en zeg Ich bin Lehrer. En ook hier geldt: met een bijvoeglijk naamwoord is het lidwoord weer goed, Ich bin ein schlechter Lehrer, “ik ben een slechte leraar”.

Fout:Ich bin ein Lehrer.
Goed:Ich bin Lehrer.

Snelle check

Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.

Oefenen

Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Gelukt

Hoe goed zit dit thema?

Verder op het leerpad: 42 · Het middenveld: bekend voor nieuwTerug naar het leerpad

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

Het Duits laat het lidwoord in een klein aantal situaties weg, en het goede nieuws is dat het Nederlands dat bijna op dezelfde plekken doet. De belangrijkste: een beroep, een nationaliteit of een godsdienst na sein of werden. Ich bin Lehrer — “ik ben leraar”. Je hoeft hier niets af te leren; je moet alleen het Engelse “I am a teacher” niet laten meespreken.

De tweede groep zijn stofnamen en abstracte begrippen in algemene zin. Ich trinke Kaffee gaat over koffie in het algemeen; ich trinke den Kaffee over die ene kop. Dat is precies het verschil tussen “ik drink koffie” en “ik drink de koffie”. Bij materiaal gebruikt het Duits aus: aus Holz, waar jij “van hout” zegt.

En het onbepaalde meervoud heeft nooit een lidwoord, omdat ein geen meervoud heeft — net als “een” in het Nederlands. Ein Buch wordt gewoon Bücher, “een boek” wordt “boeken”. Alleen in de ontkenning komt er een woord terug: keine Bücher, “geen boeken”.

Goed om te weten2
  1. Goed om te weten

    Vergelijking met het Nederlands: als kind is als Kind

    Ook na als in de betekenis “in de rol van” blijft het lidwoord weg, in beide talen: als Kind habe ich hier gewohnt, “als kind heb ik hier gewoond”; sie arbeitet als Journalistin, “ze werkt als journaliste”. Een letterlijke vertaling werkt hier dus. Let alleen op de vrouwelijke beroepsnaam: het Duits zegt bijna altijd -in (Journalistin, Lehrerin), ook waar het Nederlands de mannelijke vorm voor iedereen gebruikt (“zij is arts”).

    Sie ist Ärztin.Zij is arts.

  2. Goed om te weten

    Muziekinstrumenten en maaltijden

    Na spielen staat een instrument meestal zonder lidwoord: Sie spielt Klavier, “ze speelt piano”. Een maaltijd als lijdend voorwerp ook: Wir essen Abendbrot. Na een voorzetsel komt het lidwoord terug: nach dem Frühstück, “na het ontbijt”. Ook hier lopen beide talen grotendeels gelijk.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · haben · werden · brauchen · arbeiten

Verwante thema’s