Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

A2  ·  Modale werkwoorden  ·  ca. 4 min

“sollen”: opdrachten en wat men zegt

“Ich soll morgen kommen.”

Een verplichting die van iemand anders komt, en een tweede gebruik dat doorvertelt wat er gezegd wordt.

Deze woorden heb je nodig5

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • das Formularhet formulier
  • ausfülleninvullen
  • schließensluiten, dichtgaan
  • klappenlukken
  • der Chefde baas, de chef

Oefen als flitskaarten

Begrijpen

OnthoudAchter sollen zit iemand, achter müssen een situatie.

Signaalwoorden
  • soll
  • sollst
  • sollen
  • sollte
  • angeblich

De vorm

Zo maak je de vormen

Elke rij geeft eerst de betekenis en dan de vorm in het Duits. De kleuren tonen wat er van vorm tot vorm verandert.

stam (regelmatig) tijdskenmerk persoonsuitgang vraagvorm

ik moet (van iemand)ich soll
jij moet (van iemand)du sollst
hij, zij, het moet (van iemand)er, sie, es soll
wij moeten (van iemand)wir sollen
jullie moeten (van iemand)ihr sollt
zij moeten (van iemand); “u moet” (Sie)sie, Sie sollen
ik moest (van iemand)ich sollte
jij moest (van iemand)du solltest
hij, zij, het moest (van iemand)er, sie, es sollte
wij moesten (van iemand)wir sollten
jullie moesten (van iemand)ihr solltet
zij moesten (van iemand); “u moest” (Sie)sie, Sie sollten
hulp aanbiedenSoll ich helfen?

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaat

  1. sollen noemt een verplichting die van een ander komt.

    Ich soll das Formular ausfüllen.Ik moet het formulier invullen.

  2. müssen noemt een noodzaak die in de situatie zelf zit.

    Ich muss zum Zug.Ik moet mijn trein halen.

  3. sollen met een derde persoon geeft door wat men zegt.

    Der Film soll gut sein.De film schijnt goed te zijn.

  4. Soll ich? biedt hulp aan.

    Soll ich das Fenster schließen?Zal ik het raam dichtdoen?

Voorbeeldzinnen

Du sollst deine Mutter anrufen.Je moet je moeder bellen.

Was soll ich sagen?Wat moet ik zeggen?

Sie soll sehr freundlich sein.Ze schijnt heel vriendelijk te zijn.

Meer voorbeeldzinnen (8)

Soll ich mitkommen?Zal ik meekomen?

Das sollte eigentlich klappen.Dat zou eigenlijk moeten lukken.

Wann soll ich da sein?Hoe laat moet ik er zijn?

Du solltest zum Arzt gehen.Je zou naar de dokter moeten gaan.

Das Wetter soll besser werden.Het weer schijnt beter te worden.

Ich soll Ihnen etwas ausrichten.Ik moet u iets doorgeven.

Soll das ein Witz sein?Moet dat een grap voorstellen?

Er sollte um acht hier sein.Hij had om acht uur hier moeten zijn.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

Beide zinnen zijn correct Duits, maar ze zeggen iets anders. Omdat het Nederlands overal “moeten” gebruikt — “ik moet morgen komen”, of de baas het nu gevraagd heeft of niet — grijpen Nederlandstaligen bijna altijd naar müssen. Müssen legt de noodzaak in de omstandigheden: de trein vertrekt om zeven uur, dus ik moet gaan. Sollen legt haar bij een persoon die het zo besloten heeft. Zou je in het Nederlands “van iemand” kunnen toevoegen — “ik moet van mijn baas morgen komen” —, dan is sollen de betere keuze.

Fout:Ich muss morgen kommen. (weil der Chef es gesagt hat)
Goed:Ich soll morgen kommen.

Snelle check

Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.

Oefenen

Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Gelukt

Hoe goed zit dit thema?

Verder op het leerpad: 58 · Aanwijzen in het Duits: dichtbij en verafTerug naar het leerpad

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

Sollen drukt een verplichting uit die van iemand anders komt. Ich soll morgen kommen betekent dat iemand me dat gevraagd of opgedragen heeft. Vergelijk Ich muss morgen kommen, waar de noodzaak in de situatie zelf zit. Het Nederlands gebruikt in beide gevallen “moeten” en voegt hooguit “van de baas” toe; het Duits kiest een ander werkwoord.

Laat je niet misleiden door de klank: sollen is meestal niet het Nederlandse “zullen”. “Je zult het zien” is toekomst, du sollst is een opdracht. Alleen in de vraag waarmee je hulp aanbiedt, lopen de twee mooi gelijk: “zal ik helpen?” is Soll ich helfen?. En een advies — “je zou meer moeten slapen” — is de Konjunktiv II du solltest, de Duitse tegenhanger van de “zou”-vorm.

Het werkwoord heeft nog een tweede taak: doorvertellen wat men zegt, zonder ervoor in te staan. Er soll sehr reich sein betekent “hij schijnt heel rijk te zijn” of, in krantentaal, “hij zou heel rijk zijn”. Dat Nederlandse “zou” van het gerucht is een goede brug: waar een Nederlandse krant “de verdachte zou het geld hebben gestolen” schrijft, schrijft een Duitse soll.

Goed om te weten2
  1. Goed om te weten

    Vergelijking met het Nederlands: het “zou” van het gerucht

    Nederlandse kranten schrijven “de minister zou van het plan hebben geweten” om een bewering door te geven zonder haar over te nemen. Het Duits gebruikt daar sollen voor: Er soll das Geld genommen haben — “hij zou het geld hebben gepakt”. Wie Duits nieuws leest zonder dit te herkennen, houdt beschuldigingen voor feiten.

    Er soll das Geld genommen haben.Hij zou het geld hebben gepakt.

  2. Goed om te weten

    Was soll das? als complete zin

    Was soll das? betekent ongeveer “wat moet dat voorstellen?” of “wat heeft dat voor zin?” en drukt ergernis uit. Was soll’s is de berustende versie: “ach, wat maakt het uit”. Beide gebruiken het werkwoord zonder tweede werkwoord, wat bij Duitse modale werkwoorden heel gewoon is.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sollen · müssen · sagen · schließen · anrufen

Verwante thema’s