Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van sollen

  • Betekenis moeten (van iemand), horen te
  • Niveau A2
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte gesollt
duhattest gesollt
er/​sie/​eshatte gesollt
wirhatten gesollt
ihrhattet gesollt
sie/​Siehatten gesollt

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde gesollt haben
duwirst gesollt haben
er/​sie/​eswird gesollt haben
wirwerden gesollt haben
ihrwerdet gesollt haben
sie/​Siewerden gesollt haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichsolle
dusollest
er/​sie/​essolle
wirsollen
ihrsollet
sie/​Siesollen

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Das Essen soll auch gut aussehen.Het eten moet er ook goed uitzien.

    soll – Präsens · ich; Präsens · er/sie/es

  • Diesen Pilz sollte man nicht sammeln.Deze paddenstoel kun je beter niet plukken.

    sollte – Präteritum · ich; Präteritum · er/sie/es

  • Die Quittung solltest du gut aufheben.De bon moet je goed bewaren.

    solltest – Präteritum · du; Konjunktiv II · du

  • Sie sollten sich ein paar Tage ausruhen.U moet een paar dagen rust nemen.

    sollten – Präteritum · wir; Präteritum · sie/Sie

  • Das hat sie nicht gesollt.Dat had ze niet moeten doen.

    gesollt – Partizip II

  • Du sollst deine Mutter anrufen.Je moet je moeder bellen.

    sollst – Präsens · du · “sollen”: opdrachten en wat men zegt

Typische valkuil

Fout Ich muss morgen kommen. (weil der Chef es gesagt hat)

Goed Ich soll morgen kommen.

Beide zinnen zijn correct Duits, maar ze zeggen iets anders. Omdat het Nederlands overal “moeten” gebruikt — “ik moet morgen komen”, of de baas het nu gevraagd heeft of niet — grijpen Nederlandstaligen bijna altijd naar müssen. Müssen legt de noodzaak in de omstandigheden: de trein vertrekt om zeven uur, dus ik moet gaan. Sollen legt haar bij een persoon die het zo besloten heeft. Zou je in het Nederlands “van iemand” kunnen toevoegen — “ik moet van mijn baas morgen komen” —, dan is sollen de betere keuze.

“sollen”: opdrachten en wat men zegt

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.