Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van schließen

  • Betekenis sluiten, dichtgaan
  • Niveau A1
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte geschlossen
duhattest geschlossen
er/​sie/​eshatte geschlossen
wirhatten geschlossen
ihrhattet geschlossen
sie/​Siehatten geschlossen

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde geschlossen haben
duwirst geschlossen haben
er/​sie/​eswird geschlossen haben
wirwerden geschlossen haben
ihrwerdet geschlossen haben
sie/​Siewerden geschlossen haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichschließe
duschließest
er/​sie/​esschließe
wirschließen
ihrschließet
sie/​Sieschließen

Konjunktiv IIKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichschlösse
duschlössest
er/​sie/​esschlösse
wirschlössen
ihrschlösset
sie/​Sieschlössen

Meer hierover: Konjunktiv II: de Duitse “zou”-vorm

Konjunktiv II mit würdeKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichwürde schließen
duwürdest schließen
er/​sie/​eswürde schließen
wirwürden schließen
ihrwürdet schließen
sie/​Siewürden schließen

Meer hierover: Konjunktiv II met hulpwerkwoord of met eigen vorm

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

duschließ
ihrschließt
Sieschließen Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Das Postamt schließt um sechs.Het postkantoor sluit om zes uur.

    schließt – Präsens · du; Präsens · er/sie/es

  • Die Geschäfte schließen um acht.De winkels sluiten om acht uur.

    schließen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

  • Bitte einsteigen und Türen schließen.Instappen en deuren sluiten, alstublieft.

    schließen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

  • Soll ich das Fenster schließen?Zal ik het raam dichtdoen?

    schließen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie · “sollen”: opdrachten en wat men zegt

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.