Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van anrufen

  • Betekenis opbellen
  • Niveau A1
  • Patroon onregelmatig · wordt vervoegd als rufen
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte angerufen
duhattest angerufen
er/​sie/​eshatte angerufen
wirhatten angerufen
ihrhattet angerufen
sie/​Siehatten angerufen

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde angerufen haben
duwirst angerufen haben
er/​sie/​eswird angerufen haben
wirwerden angerufen haben
ihrwerdet angerufen haben
sie/​Siewerden angerufen haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichrufe an
durufest an
er/​sie/​esrufe an
wirrufen an
ihrrufet an
sie/​Sierufen an

Konjunktiv IIKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichriefe an
duriefest an
er/​sie/​esriefe an
wirriefen an
ihrriefet an
sie/​Sieriefen an

Meer hierover: Konjunktiv II: de Duitse “zou”-vorm

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

duruf an
ihrruft an
Sierufen Sie an

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Wer hat angerufen?Wie heeft er gebeld?

    angerufen – Partizip II

  • Kannst du mich morgen anrufen?Kun je me morgen bellen?

    anrufen – Infinitiv

  • Vergiss nicht, mich anzurufen.Vergeet niet me op te bellen.

    anzurufen – Infinitiv mit zu · Infinitief met en zonder zu

  • Sie hat gestern angerufen.Ze heeft gisteren gebeld.

    angerufen – Partizip II

  • Vorhin hat jemand angerufen.Daarnet heeft er iemand gebeld.

    angerufen – Partizip II

  • Du kannst mich jederzeit anrufen.Je kunt me altijd bellen.

    anrufen – Infinitiv

Typische valkuil

Fout Ich habe getelefoniert. Ich habe geanrufen.

Goed Ich habe telefoniert. Ich habe angerufen.

De eerste fout komt rechtstreeks uit het Nederlands. Wij zeggen “getelefoneerd”, “gestudeerd” en “gereserveerd”, dus getelefoniert voelt heel natuurlijk. Maar in het Duits ligt de klemtoon bij deze werkwoorden op de uitgang -ieren, en dan komt er geen ge- voor: telefoniert, studiert, reserviert. De tweede fout, geanrufen, maken Nederlandstaligen zelden, want “opgebeld” werkt precies zo: ge- tussen voorvoegsel en stam. Vraag je steeds af waar de klemtoon ligt.

Het voltooid deelwoord vormen

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.