Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van rufen

  • Betekenis roepen
  • Niveau A2
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte gerufen
duhattest gerufen
er/​sie/​eshatte gerufen
wirhatten gerufen
ihrhattet gerufen
sie/​Siehatten gerufen

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde gerufen haben
duwirst gerufen haben
er/​sie/​eswird gerufen haben
wirwerden gerufen haben
ihrwerdet gerufen haben
sie/​Siewerden gerufen haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichrufe
durufest
er/​sie/​esrufe
wirrufen
ihrrufet
sie/​Sierufen

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

duruf
ihrruft
Sierufen Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Ich rufe dich morgen an.Ik bel je morgen op.

    rufe – Präsens · ich; Konjunktiv I · ich

  • Im Notfall rufen Sie 112.In een noodgeval belt u 112.

    rufen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

  • Ruf mich an, wenn du da bist.Bel me als je er bent.

    Ruf – Imperativ · du · De gebiedende wijs

  • Wir haben einen Arzt gerufen.We hebben een dokter laten komen.

    gerufen – Partizip II

  • Sie ruft an, sobald sie da ist.Ze belt zodra ze er is.

    ruft – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr · Voegwoorden en woordvolgorde

  • Rufen Sie bitte den Notarzt.Belt u alstublieft de spoedarts.

    Rufen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

Typische valkuil

Fout Ich anrufe dich morgen.

Goed Ich rufe dich morgen an.

Het splitsen zelf is voor Nederlandstaligen geen probleem; “ik bel je op” gaat vanzelf. De fout ontstaat als het Nederlandse werkwoord níet scheidbaar is. Je denkt “ik bel je morgen”, zoekt het Duitse woord, vindt anrufen en zet het in één stuk op de tweede plaats: Ich anrufe dich morgen. Hetzelfde gebeurt met einkaufen (“boodschappen doen”), zuhören (“luisteren”) en umziehen (“verhuizen”). Leer dus bij elk Duits werkwoord of het scheidbaar is, los van het Nederlands: Ich rufe dich morgen an. Het deeltje wacht tot het einde, hoe lang de zin ook wordt.

Scheidbare werkwoorden: het deeltje achteraan

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.