Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (108)

B1  ·  Bijzinnen  ·  ca. 4 min

Voegwoorden en woordvolgorde

aber, denn — dass, weil, obwohl

Vijf voegwoorden veranderen niets; alle andere sturen het werkwoord naar het eind.

Begrijpen

OnthoudVijf laten het werkwoord met rust. Alle andere sturen het naar het eind.

Signaalwoorden
  • und
  • aber
  • denn
  • sondern
  • dass
  • weil
  • obwohl
  • trotzdem
  • deshalb

De vorm

De patronen in één oogopslag

Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Duits.

geen veranderingund, aber, oder, denn, sondern
werkwoord naar het einddass, weil, wenn, ob, obwohl, damit
met dennIch bleibe da, denn es regnet.
met weilIch bleibe da, weil es regnet.
bijwoord, geen voegwoordEs regnet. Trotzdem gehe ich.

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaatHet woord dat erom vraagt

  1. und, aber, oder, denn en sondern veranderen niets.

    Ich komme später, denn ich muss noch arbeiten.Ik kom later, want ik moet nog werken.

  2. Elk ander voegwoord stuurt het vervoegde werkwoord naar het eind.

    Ich komme später, weil ich noch arbeiten muss.Ik kom later, omdat ik nog moet werken.

  3. sondern volgt alleen op een ontkenning en betekent “maar” in de zin van “wel”.

    Nicht heute, sondern morgen.Niet vandaag, maar morgen.

  4. trotzdem, deshalb en dann zijn bijwoorden; ze nemen de eerste plaats in en duwen het onderwerp achter het werkwoord.

    Es war spät. Trotzdem sind wir gegangen.Het was laat. Toch zijn we gegaan.

Voorbeeldzinnen

Wir warten noch, denn der Zug hat Verspätung.We wachten nog, want de trein heeft vertraging.

Obwohl es geregnet hat, war es schön.Hoewel het geregend heeft, was het mooi.

Sie ruft an, sobald sie da ist.Ze belt zodra ze er is.

Meer voorbeeldzinnen (10)

Ich frage nach, falls es Probleme gibt.Ik vraag het na, mocht er een probleem zijn.

Er kommt nicht, sondern schickt einen Kollegen.Hij komt niet, maar stuurt een collega.

Ich rufe an, sobald ich mehr weiß.Ik bel zodra ik meer weet.

Wir gehen, obwohl es noch früh ist.We gaan, hoewel het nog vroeg is.

Sie war müde, aber sie ist geblieben.Ze was moe, maar ze is gebleven.

Solange es regnet, bleiben wir hier.Zolang het regent, blijven we hier.

Ich sage es dir, damit du Bescheid weißt.Ik zeg het je, zodat je het weet.

Er hat nichts gesagt, sondern nur genickt.Hij heeft niets gezegd, maar alleen geknikt.

Seit sie hier wohnt, ist es lauter.Sinds ze hier woont, is het lawaaiiger.

Deshalb habe ich abgesagt.Daarom heb ik afgezegd.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

Het Nederlands heeft één “maar” voor twee Duitse woorden. Na een ontkenning die je verbetert, is het sondern: nicht heute, sondern morgen. Geeft “maar” een tegenstelling zonder verbetering, dan is het aber: nicht billig, aber gut. En net als bij “want” en “omdat”: na denn blijft het werkwoord op de tweede plaats, na weil gaat het naar het eind.

Fout:Ich bleibe zu Hause, denn es heute stark regnet.
Goed:Ich bleibe zu Hause, denn es regnet heute stark.

Snelle check

Om op te warmen, met meteen het antwoord (vragen: 2). Ze tellen niet mee voor je voortgang.

Oefenen

Oefeningen bij dit thema: 3. Je antwoorden worden in de browser gecontroleerd; niets daarvan verlaat je apparaat.

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 3, getypt en meteen gecontroleerd.

Gelukt

Hoe goed zit dit thema?

Verder op het leerpad: 92 · Tussen-s en tussen-n in samenstellingenTerug naar het leerpad

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

Duitse voegwoorden vallen in twee groepen, en het verschil zit niet in de betekenis maar in wat er met het werkwoord gebeurt. Vijf ervan — und, aber, oder, denn, sondern — verbinden twee hoofdzinnen en veranderen niets. Dat zijn “en, maar, of, want” en het tweede “maar”.

Alle andere zijn onderschikkend en sturen het vervoegde werkwoord naar het eind: dass, weil, wenn, als, ob, obwohl, damit, bevor, nachdem, während, seit, falls, sobald, solange. Je hoeft alleen de vijf te onthouden; de rest verschuift het werkwoord. Dat is dezelfde verdeling als in het Nederlands.

Twee paren vragen aandacht. Weil(omdat) schikt onderdenn(want) niet En obwohl (hoewel) schikt onder, terwijl trotzdem (toch, desondanks) een bijwoord is dat de eerste plaats inneemt en het onderwerp achter het werkwoord duwt — net als “toch kom ik”.

Nader bekeken

Waarom juist die vijf

De vijf nevenschikkende voegwoorden staan buiten de zin in plaats van er een in te leiden. Daarom tellen ze niet als eerste zinsdeel en blijft het werkwoord waar het was. Aber ich komme später heeft ich op de eerste plaats en komme op de tweede.

De test is mechanisch: zet het woord aan het begin van een zin en kijk of het onderwerp moet verschuiven. Trotzdem komme ich — het verschoof, dus trotzdem is een bijwoord. Aber ich komme — het verschoof niet. Dezelfde test werkt in het Nederlands: “toch kom ik”, “maar ik kom”.

Uitzonderingen en bijzondere gevallen2
  1. Uitzondering

    Als als in een vergelijking staat in plaats van een tijd

    dan is het geen onderschikkend voegwoord en verschuift er niets: größer als ich.

    Er ist älter als ich.Hij is ouder dan ik.

    Waarom? Als doet twee losse dingen — “toen” en “dan” — en alleen het eerste schikt onder.

  2. Uitzondering

    Als een bijzin helemaal geen voegwoord heeft

    dan komt het werkwoord eerst: Hätte ich Zeit, käme ich mit.

    Hätte ich Zeit, käme ich mit.Had ik tijd, dan kwam ik mee.

    Waarom? Een voorwaardelijke bijzin kan wenn weglaten en zich markeren door het werkwoord vooraan te zetten — zoals “had ik tijd, dan kwam ik mee”.

Goed om te weten2
  1. Goed om te weten

    sondern vraagt een ontkenning ervoor

    Sondern verbetert een voorafgaande ontkenning en kan niet zonder: nicht heute, sondern morgen. Zonder ontkenning gebruikt het Duits aber. Na een ontkenning zeggen ze iets anders: nicht billig, aber gutgeeft iets toenicht heute, sondern morgenverbetert

    Das ist kein Fehler, sondern Absicht.Dat is geen fout, maar opzet.

  2. Goed om te weten

    De komma is niet vrijblijvend

    Duitse komma’s markeren zinsgrenzen, geen pauzes. Een bijzin wordt altijd afgegrensd, ook waar het Nederlands geen komma zet (“ik weet dat je gelijk hebt”). Daardoor is een komma in het Duits een betrouwbaar teken dat er een nieuwe zin begint.

    Ich weiß, dass du recht hast.Ik weet dat je gelijk hebt.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · kommen · haben · müssen · arbeiten · gehen · geben · fragen

Verwante thema’s