Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van beginnen

  • Betekenis beginnen
  • Niveau A2
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte begonnen
duhattest begonnen
er/​sie/​eshatte begonnen
wirhatten begonnen
ihrhattet begonnen
sie/​Siehatten begonnen

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde begonnen haben
duwirst begonnen haben
er/​sie/​eswird begonnen haben
wirwerden begonnen haben
ihrwerdet begonnen haben
sie/​Siewerden begonnen haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichbeginne
dubeginnest
er/​sie/​esbeginne
wirbeginnen
ihrbeginnet
sie/​Siebeginnen

Konjunktiv IIKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichbegänne
dubegännest
er/​sie/​esbegänne
wirbegännen
ihrbegännet
sie/​Siebegännen

Meer hierover: Konjunktiv II: de Duitse “zou”-vorm

Konjunktiv II mit würdeKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichwürde beginnen
duwürdest beginnen
er/​sie/​eswürde beginnen
wirwürden beginnen
ihrwürdet beginnen
sie/​Siewürden beginnen

Meer hierover: Konjunktiv II met hulpwerkwoord of met eigen vorm

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

dubeginn
ihrbeginnt
Siebeginnen Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Der Kurs beginnt im Januar.De cursus begint in januari.

    beginnt – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Der Film hat schon begonnen.De film is al begonnen.

    begonnen – Partizip II

  • Die Saison beginnt im August.Het seizoen begint in augustus.

    beginnt – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Die Vorlesung beginnt um Viertel nach.Het college begint om kwart over.

    beginnt – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Die Ruhezeit beginnt um zweiundzwanzig Uhr.De rusttijd begint om tien uur ’s avonds.

    beginnt – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Am Montag beginnt der Kurs.Maandag begint de cursus.

    beginnt – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr · Het werkwoord op de tweede plaats

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.