Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

A2

Duits A2: Basis

Op dit niveau komt de tijd erbij. Je kunt vertellen wat er gebeurd is en aankondigen wat je van plan bent. De zinnen worden langer, omdat ze aan elkaar vast gaan zitten: de eerste verbindingswoorden – “en”, “maar”, “omdat”, “als” – doen mee.

De woordenschat beslaat het dagelijks leven: werk, wonen, reizen, gezondheid, het weer. Wat onbekend is, blijft lastig; wat bekend is, gaat al soepel.

Tijden en Konjunktiv6

Tijden

5

Konjunktiv

1

Werkwoorden: vervoeging, modale werkwoorden, lijdende vorm5

Het werkwoord: tegenwoordige tijd en stam

3

Modale werkwoorden

2

Naamvallen, zelfstandige naamwoorden en lidwoorden16

De vier naamvallen

1

Zelfstandige naamwoorden: geslacht, meervoud, samenstellingen

3

Lidwoorden

2

Voornaamwoorden

3

Voorzetsels

4

Bijvoeglijke naamwoorden

3

Zinsbouw8

Woordvolgorde

2

Bijzinnen

3

Ontkenning

3

Stijl en details1

Afwerking

1

Woordenlijsten van niveau A2

Lijsten: 8 · woorden: 381

Leesteksten van niveau A2

Zinnen uit de thema’s van dit niveau

Er hat mir sehr geholfen.Hij heeft me erg geholpen.

Der Autoschlüssel liegt in der Küche.De autosleutel ligt in de keuken.

Wir haben ein Häuschen am See.We hebben een huisje aan het meer.

Die Rechnung liegt auf dem Tisch.De rekening ligt op tafel.

Oefen alleen niveau A2