A2BerichtDagelijks leven1 min.
Kannst du die Blumen gießen?
Voor de vakantie: wie geeft de planten water en zorgt voor de kat?
Een chat tussen twee buren. Lees het als een lijst taken: wat moet Anna doen, hoe vaak, en waar ligt de sleutel?
Hallo Anna! Ich fahre am Samstag für zehn Tage in den Urlaub. Kannst du in der Zeit meine Blumen gießen?
Klar, mache ich gern. Wie oft?
Die Blumen auf dem Balkon jeden Tag, weil es so heiß ist. Die Pflanzen in der Küche nur zweimal.
Gut. Und die Katze? Wer gibt ihr Essen?
Meine Schwester nimmt die Katze mit. Du musst nur die Blumen machen.
Gut. Wo bekomme ich den Schlüssel?
Ich bringe ihn dir am Freitag um acht. Bist du dann zu Hause?
Ja, bin ich. Wohin fährst du denn?
Ans Meer! Ich bringe dir etwas mit.
Das musst du nicht. Schönen Urlaub!
Hallo Anna! Ich bin zehn Tage im Urlaub. Kannst du meine Blumen gießen?
Ja, gern. Wie oft?
Die Blumen draußen jeden Tag. Die Blumen in der Küche nur zweimal.
Und die Katze?
Meine Schwester nimmt die Katze mit.
Gut. Und der Schlüssel?
Ich bringe ihn dir am Freitag um acht.
Gut. Wohin fährst du?
Zu meiner Oma!
Schön! Schönen Urlaub!
Klik op een woord om het op te zoeken in de woordenschat van deze site.
- Woorden
- 104
- Zinnen
- 22
- Woorden per zin
- 4,7
- in de woordenschat
- 100 %
- gemeten niveau
- A2
- Leestijd
- 1 min.
Grammatica in deze tekst
Deze vormen komen in de tekst in echt gebruik voor. Met “Toon grammatica” boven de tekst worden ze in kleur gemarkeerd.
weil es so heiß ist
weil stuurt het werkwoord naar het eind: weil es so heiß ist. Een reden geven: weil, da, denn →
Ich bringe ihn dir
Met twee voornaamwoorden komt de Akkusativ eerst: Ich bringe ihn dir (hem — aan jou), zoals “ik breng hem je”. Twee voorwerpen in één zin →
in den Urlaub · Ans Meer
Waarheen? in den Urlaub, Ans Meer — Akkusativ na een wisselvoorzetsel. En das Meer is de zee, niet het meer. Ergens heen gaan: “nach”, “zu”, “in”, “auf” →
De woorden vanaf A2 in deze tekst
Niet de moeilijke woorden in het algemeen, maar die van jouw niveau: allemaal (4) van de verschillende woorden in deze tekst (74) staan op A2 of hoger. Al het andere ken je al als je hier aankomt.
das Meer
de zee
A2der Balkon
het balkon
A2gießen
gieten; water geven (planten)
B1pflanzen
planten
A2
De woordenlijsten bij deze tekst
De woorden van deze tekst staan op woordenlijsten van deze site (lijsten: 12); het getal erachter zegt hoeveel woorden uit welke lijst komen. Wie de tekst gelezen heeft, heeft net deze woorden nodig gehad – en kan precies die overhoren.
De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · müssen · machen · fahren · bringen · können · geben · nehmen
Begripsvragen
Vragen bij de tekst: 4. Bij elk antwoord verschijnt de zin waarin het staat – een vraag waarvan je het antwoord niet in de tekst terugvindt, toetst niets.
1. Wie lange ist Ines im Urlaub?
Ines schreibt es in der ersten Nachricht.
Achte auf das Wort „Tage“.
für zehn Tage
2. Wie oft muss Anna die Blumen auf dem Balkon gießen?
Ines antwortet auf „Wie oft?“.
Achte auf „jeden Tag“.
Die Blumen auf dem Balkon jeden Tag
3. Wer kümmert sich um die Katze?
Anna fragt: „Und die Katze?“
Achte auf das Wort „Schwester“.
Meine Schwester nimmt die Katze mit
4. Wann bekommt Anna den Schlüssel?
Anna fragt nach dem Schlüssel.
Achte auf den Tag.
Ich bringe ihn dir am Freitag um acht