A2VerhaalDagelijks leven1 min.
Die Überraschung
Twee vrienden organiseren een feestje voor een derde, die het niet mag weten.
Plannen en afspraken. Net als het Nederlands praat het Duits over de toekomst vaak in de tegenwoordige tijd met een tijdsbepaling: Nächsten Freitag wird Lena dreißig. Let op de bijzin met ob, het Nederlandse “of”: ob sie kurz zu ihr kommen kann — met kann helemaal achteraan, waar het Nederlands “kan komen” zegt.
Nächsten Freitag wird Lena dreißig. Ihre Freunde Ben und Clara wollen eine Party für sie machen, aber Lena soll nichts davon wissen.
Die Party ist bei Clara. Ihre Wohnung ist klein, aber für acht Personen reicht sie. Ben kauft etwas zu trinken, und Clara backt eine Torte.
Als Geschenk kaufen sie ein Buch über Italien, denn Lena möchte im Sommer nach Rom fahren.
Am Freitag um acht ruft Clara Lena an und fragt, ob sie kurz zu ihr kommen kann. Als Lena ins Wohnzimmer kommt, rufen alle: „Alles Gute zum Geburtstag!“ Lena ist sehr überrascht.
Klik op een woord om het op te zoeken in de woordenschat van deze site.
- Woorden
- 95
- Zinnen
- 9
- Woorden per zin
- 10,6
- in de woordenschat
- 100 %
- gemeten niveau
- A2
- Leestijd
- 1 min.
De woorden vanaf A2 in deze tekst
Niet de moeilijke woorden in het algemeen, maar die van jouw niveau: allemaal (5) van de verschillende woorden in deze tekst (65) staan op A2 of hoger. Al het andere ken je al als je hier aankomt.
backen
bakken
A2die Party
het feest, de party
A2die Torte
de taart
A2sollen
moeten (van iemand), horen te
A2überrascht
verrast
B1
De woordenlijsten bij deze tekst
De woorden van deze tekst staan op woordenlijsten van deze site (lijsten: 12); het getal erachter zegt hoeveel woorden uit welke lijst komen. Wie de tekst gelezen heeft, heeft net deze woorden nodig gehad – en kan precies die overhoren.
De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · kommen · kaufen · rufen · werden · können · machen · sollen
Begripsvragen
Vragen bij de tekst: 3. Bij elk antwoord verschijnt de zin waarin het staat – een vraag waarvan je het antwoord niet in de tekst terugvindt, toetst niets.
1. Wie alt wird Lena?
Nächsten Freitag wird Lena dreißig
2. Warum kaufen sie ein Buch über Italien?
denn Lena möchte im Sommer nach Rom fahren
3. Wo ist die Party?
Die Party ist bei Clara