Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van bestehen

  • Betekenis slagen voor; bestaan uit
  • Niveau B1
  • Patroon onregelmatig · wordt vervoegd als stehen
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte bestanden
duhattest bestanden
er/​sie/​eshatte bestanden
wirhatten bestanden
ihrhattet bestanden
sie/​Siehatten bestanden

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde bestanden haben
duwirst bestanden haben
er/​sie/​eswird bestanden haben
wirwerden bestanden haben
ihrwerdet bestanden haben
sie/​Siewerden bestanden haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichbestehe
dubestehest
er/​sie/​esbestehe
wirbestehen
ihrbestehet
sie/​Siebestehen

Konjunktiv IIKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichbestände
dubeständest
er/​sie/​esbestände
wirbeständen
ihrbeständet
sie/​Siebeständen

Meer hierover: Konjunktiv II: de Duitse “zou”-vorm

Konjunktiv II mit würdeKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichwürde bestehen
duwürdest bestehen
er/​sie/​eswürde bestehen
wirwürden bestehen
ihrwürdet bestehen
sie/​Siewürden bestehen

Meer hierover: Konjunktiv II met hulpwerkwoord of met eigen vorm

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

dubesteh
ihrbesteht
Siebestehen Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Akut besteht keine Gefahr.Er is geen acuut gevaar.

    besteht – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Er hat die Prüfung bestanden.Hij is geslaagd voor het examen.

    bestanden – Präteritum · wir; Präteritum · sie/Sie

  • Sie lernt, um die Prüfung zu bestehen.Ze studeert om het examen te halen.

    bestehen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie · Doel: um … zu, damit

  • Es besteht keine Gefahr mehr.Er is geen gevaar meer.

    besteht – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Die Möglichkeit besteht.De mogelijkheid bestaat.

    besteht – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr · De drie geslachten

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.