Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van erledigen

  • Betekenis afhandelen, regelen
  • Niveau B1
  • Patroon regelmatig (-en) · wordt vervoegd als machen
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte erledigt
duhattest erledigt
er/​sie/​eshatte erledigt
wirhatten erledigt
ihrhattet erledigt
sie/​Siehatten erledigt

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde erledigt haben
duwirst erledigt haben
er/​sie/​eswird erledigt haben
wirwerden erledigt haben
ihrwerdet erledigt haben
sie/​Siewerden erledigt haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

icherledige
duerledigest
er/​sie/​eserledige
wirerledigen
ihrerlediget
sie/​Sieerledigen

Konjunktiv II mit würdeKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichwürde erledigen
duwürdest erledigen
er/​sie/​eswürde erledigen
wirwürden erledigen
ihrwürdet erledigen
sie/​Siewürden erledigen

Meer hierover: Konjunktiv II met hulpwerkwoord of met eigen vorm

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

duerledige
ihrerledigt
Sieerledigen Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Das kann man auch online erledigen.Dat kan ook online geregeld worden.

    erledigen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

  • Das muss heute noch erledigt werden.Dat moet vandaag nog geregeld worden.

    erledigt – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr

  • Das kann heute noch erledigt werden.Dat kan vandaag nog worden afgehandeld.

    erledigt – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr · Lijdende vorm met “werden”

  • Ich habe das gestern schon erledigt.Dat heb ik gisteren al geregeld.

    erledigt – Präsens · er/sie/es; Präsens · ihr · De zinsklem

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.