Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

B1VerhaalDagelijks leven1 min.

Der Garten im Hof

Een grijze binnenplaats, het idee van één buurman en een huis dat zichzelf leert kennen.

Een tekst over een groep mensen, met veel woorden voor delen van een groep: man, manche, andere, jede Familie, ein paar Leute. Let ook op sich kümmern um, “zorgen voor” — een wederkerend werkwoord met een vast voorzetsel dat niet op het Nederlands lijkt. Leer het als één geheel.

Hinter unserem Haus gab es jahrelang nur einen grauen Hof mit Mülltonnen und ein paar alten Stühlen. Im letzten Frühjahr hatte Herr Hoffmann aus dem Erdgeschoss eine Idee: Warum machen wir daraus nicht einen Garten?

Zuerst waren nicht alle begeistert. Manche meinten, das mache nur Arbeit, andere hatten keine Lust auf schmutzige Hände. Trotzdem trafen sich an einem Samstag im April acht Nachbarn mit Schaufeln und Erde.

Heute wachsen dort Tomaten, Kräuter und Blumen. Jede Familie kümmert sich eine Woche lang um das Gießen, und die Kinder dürfen die Erdbeeren ernten, sobald sie rot sind.

Das Schönste ist aber etwas anderes. Früher kannte man sich im Haus kaum. Jetzt sitzen im Sommer abends oft ein paar Leute im Hof zusammen, und wer in den Urlaub fährt, bekommt Bilder von seinen Pflanzen geschickt.

Woorden
132
Zinnen
10
Woorden per zin
13,2
in de woordenschat
100 %
gemeten niveau
B1
Leestijd
1 min.

De woorden vanaf B1 in deze tekst

Niet de moeilijke woorden in het algemeen, maar die van jouw niveau: allemaal (7) van de verschillende woorden in deze tekst (109) staan op B1 of hoger. Al het andere ken je al als je hier aankomt.

De woordenlijsten bij deze tekst

De woorden van deze tekst staan op woordenlijsten van deze site (lijsten: 20); het getal erachter zegt hoeveel woorden uit welke lijst komen. Wie de tekst gelezen heeft, heeft net deze woorden nodig gehad – en kan precies die overhoren.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · haben · machen · geben · dürfen · fahren · sitzen · treffen

Begripsvragen

Vragen bij de tekst: 4. Bij elk antwoord verschijnt de zin waarin het staat – een vraag waarvan je het antwoord niet in de tekst terugvindt, toetst niets.

1. Wie sah der Hof früher aus?

2. Was meinten manche Nachbarn am Anfang?

3. Wer gießt die Pflanzen?

4. Was ist nach Meinung des Erzählers das Schönste?