Huurcontract, borg, bezichtiging — op zoek naar een woning.
Oefen deze lijst
Uit deze woorden (43), zoveel per ronde als je wilt — tot en met allemaal: eerst wat vandaag te herhalen is, dan nieuwe. Eerst kies je, dan vul je in, dan schrijf je het zelf. Fouten komen al snel terug.
Meer over deze lijst
In een Duitse advertentie staan meestal twee bedragen: die Kaltmiete (kale huur) en die Warmmiete (inclusief verwarming en bijkomende kosten). De borg, die Kaution, is wettelijk maximaal drie maanden kale huur. Bij een bezichtiging nemen veel zoekers een map mee met hun gegevens, loonstroken en een kredietrapport, die Schufa-Auskunft. Een gedeelde woning heet die Wohngemeinschaft, kort WG.
De woorden
Weergave
Werkwoord (6)
besichtigenbezichtigenWerkwoordB1
Wir haben gestern drei Wohnungen besichtigt.We hebben gisteren drie woningen bezichtigd.
einziehenerin trekken, intrekkenWerkwoordB1
Wir ziehen zum Ersten ein.We trekken er op de eerste in.
ausziehenverhuizen (eruit), vertrekkenWerkwoordB1
Die Vormieter sind schon ausgezogen.De vorige huurders zijn al vertrokken.
Ook “uittrekken” van kleren.
renovierenopknappen, renoverenWerkwoordB1
Vor dem Einzug wird noch renoviert.Voor de intrek wordt er nog opgeknapt.
streichenverven, schilderenWerkwoordB1
Die Wände müssen wir noch streichen.De muren moeten we nog verven.
Ook “schrappen”: einen Satz streichen.
übergebenoverhandigen, overdragenWerkwoordB1
Am Freitag übergeben wir die Schlüssel.Op vrijdag dragen we de sleutels over.
Zelfstandig naamwoord (34)
die Wohnungssuchehet zoeken naar een woningZelfstandig naamwoordB1
Die Wohnungssuche dauert hier Monate.Een woning zoeken duurt hier maanden.
der Vermieterde verhuurderZelfstandig naamwoordB1
Der Vermieter wohnt im selben Haus.De verhuurder woont in hetzelfde huis.
der Mieterde huurderZelfstandig naamwoordB1
Die neuen Mieter ziehen im Mai ein.De nieuwe huurders trekken er in mei in.
der Mietvertraghet huurcontractZelfstandig naamwoordB1
Der Mietvertrag ist unbefristet.Het huurcontract is voor onbepaalde tijd.
die Kautionde borg, de waarborgZelfstandig naamwoordB1
Die Kaution beträgt drei Monatsmieten.De borg is drie maanden huur.
die Kaltmietede kale huurZelfstandig naamwoordB1
Die Kaltmiete liegt bei neunhundert Euro.De kale huur is ongeveer negenhonderd euro.
die Nebenkostende bijkomende kosten, de servicekostenZelfstandig naamwoordB1
Die Nebenkosten sind nicht enthalten.De bijkomende kosten zijn niet inbegrepen.
die Warmmietede huur inclusiefZelfstandig naamwoordB1
Die Warmmiete ist alles zusammen.De huur inclusief is alles bij elkaar.
die Besichtigungde bezichtigingZelfstandig naamwoordB1
Zur Besichtigung kamen dreißig Leute.Er kwamen dertig mensen naar de bezichtiging.
der Maklerde makelaarZelfstandig naamwoordB1
Über einen Makler geht es schneller.Via een makelaar gaat het sneller.
die Provisionde provisie, de courtageZelfstandig naamwoordB1
Die Provision zahlt derjenige, der den Makler beauftragt.De courtage betaalt wie de makelaar inschakelt.
der Quadratmeterde vierkante meterZelfstandig naamwoordB1
Die Wohnung hat achtzig Quadratmeter.De woning is tachtig vierkante meter.
das Stockwerkde verdiepingZelfstandig naamwoordB1
Wir wohnen im vierten Stockwerk.We wonen op de vierde verdieping.
das Erdgeschossde begane grond, het gelijkvloersZelfstandig naamwoordB1
Die Praxis ist im Erdgeschoss.De praktijk is op de begane grond.
der Aufzugde liftZelfstandig naamwoordA2
Der Aufzug ist mal wieder kaputt.De lift is weer eens kapot.
die Wohngemeinschafthet studentenhuis, de woongroepZelfstandig naamwoordB1
Er wohnt in einer Wohngemeinschaft.Hij woont in een gedeelde woning.
Kort: die WG.
der Umzugde verhuizingZelfstandig naamwoordB1
Der Umzug war anstrengender als gedacht.De verhuizing was zwaarder dan gedacht.
die Heizungde verwarmingZelfstandig naamwoordA2
Die Heizung funktioniert nicht richtig.De verwarming werkt niet goed.
der Stromde stroom, de elektriciteitZelfstandig naamwoordB1
Den Strom muss man selbst anmelden.De stroom moet je zelf aanmelden.
der Hausmeisterde huismeester, de conciërgeZelfstandig naamwoordB1
Der Hausmeister hat einen Zweitschlüssel.De huismeester heeft een reservesleutel.
die Hausordnunghet huishoudelijk reglementZelfstandig naamwoordB1
Laut Hausordnung ist ab zweiundzwanzig Uhr Ruhe.Volgens het reglement is het vanaf tien uur ’s avonds stil.
die Nebenkostenabrechnungde afrekening servicekostenZelfstandig naamwoordB1
Die Nebenkostenabrechnung kommt einmal im Jahr.De afrekening van de servicekosten komt één keer per jaar.
der Grundrissde plattegrondZelfstandig naamwoordB1
Im Grundriss sieht das größer aus.Op de plattegrond lijkt het groter.
die Zusagede toezeggingZelfstandig naamwoordB1
Die Zusage kam noch am selben Abend.De toezegging kwam nog dezelfde avond.
die Absagede afwijzingZelfstandig naamwoordB1
Nach zehn Absagen wird man müde.Na tien afwijzingen word je moe.
die Bewerbungsmappede map met documentenZelfstandig naamwoordB1
Bringen Sie eine Bewerbungsmappe zur Besichtigung mit.Neemt u een map met uw documenten mee naar de bezichtiging.
die Schufa-Auskunfthet kredietrapportZelfstandig naamwoordB1
Ohne Schufa-Auskunft bekommt man hier nichts.Zonder kredietrapport krijg je hier niets.
De Schufa is een Duits bureau dat kredietgegevens bijhoudt.
der Vormieterde vorige huurderZelfstandig naamwoordB1
Der Vormieter hat die Küche dagelassen.De vorige huurder heeft de keuken achtergelaten.
die Ablösede overnamesomZelfstandig naamwoordB1
Für die Küche will er zweitausend Euro Ablöse.Voor de keuken wil hij tweeduizend euro overnamesom.
die Kündigungsfristde opzegtermijnZelfstandig naamwoordB1
Die Kündigungsfrist beträgt drei Monate.De opzegtermijn is drie maanden.
der Nachmieterde nieuwe huurder, de opvolgerZelfstandig naamwoordB1
Wenn du einen Nachmieter findest, geht es schneller.Als je een opvolger vindt, gaat het sneller.
die Genossenschaftde wooncoöperatieZelfstandig naamwoordB1
Bei einer Genossenschaft zahlt man Anteile statt Kaution.Bij een coöperatie betaal je aandelen in plaats van borg.
der Neubaude nieuwbouwZelfstandig naamwoordB1
Wir wohnen in einem Neubau am Stadtrand.We wonen in een nieuwbouwhuis aan de rand van de stad.
der Kaufpreisde koopprijsZelfstandig naamwoordB1
Der Kaufpreis der Wohnung ist sehr hoch.De koopprijs van het appartement is heel hoog.
Bijvoeglijk naamwoord (3)
möbliertgemeubileerdBijvoeglijk naamwoordB1
Die Wohnung wird möbliert vermietet.De woning wordt gemeubileerd verhuurd.