Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

A1DialoogStudie1 min.

In der Bibliothek

Twee studenten in de bibliotheek: de een heeft een boek nodig, de ander rust.

Een kort gesprek tussen studenten. Ze zeggen du tegen elkaar. Let op hoe ze iets vragen: Hast du …?, Kann ich …?

Tom

Hallo! Ist der Platz hier frei?

Emma

Ja, bitte. Aber hier ist es sehr ruhig.

Tom

Kein Problem. Ich lerne Deutsch. Und du?

Emma

Ich lese ein Buch für meine Arbeit. Morgen habe ich einen Test.

Tom

Hast du einen Stift für mich? Mein Stift ist kaputt.

Emma

Ja, hier. Ich habe zwei.

Tom

Danke! Wann gehst du nach Hause?

Emma

Um sechs. Warum?

Tom

Kann ich dich dann etwas fragen? Ich brauche Hilfe in Deutsch.

Emma

Gern. Aber jetzt lernen wir, ja?

Meer zinnen hierover in “Taal in de praktijk”: Duits voor de studie

Woorden
74
Zinnen
21
Woorden per zin
3,5
in de woordenschat
100 %
gemeten niveau
A1
Leestijd
1 min.

Grammatica in deze tekst

Deze vormen komen in de tekst in echt gebruik voor. Met “Toon grammatica” boven de tekst worden ze in kleur gemarkeerd.

De woorden vanaf A1 in deze tekst

Niet de moeilijke woorden in het algemeen, maar die van jouw niveau: allemaal (23) van de verschillende woorden in deze tekst (55) staan op A1 of hoger. Al het andere ken je al als je hier aankomt.

De woordenlijsten bij deze tekst

De woorden van deze tekst staan op woordenlijsten van deze site (lijsten: 10); het getal erachter zegt hoeveel woorden uit welke lijst komen. Wie de tekst gelezen heeft, heeft net deze woorden nodig gehad – en kan precies die overhoren.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: sein · haben · lernen · können · gehen · brauchen · fragen · lesen

Begripsvragen

Vragen bij de tekst: 3. Bij elk antwoord verschijnt de zin waarin het staat – een vraag waarvan je het antwoord niet in de tekst terugvindt, toetst niets.

1. Was lernt Tom?

2. Was braucht Tom?

3. Wann geht Emma nach Hause?