Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van waschen

  • Betekenis wassen
  • Niveau A2
  • Patroon onregelmatig
  • Hulpwerkwoord haben

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

PlusquamperfektPlusquamperfekt (voltooid verleden tijd)

ichhatte gewaschen
duhattest gewaschen
er/​sie/​eshatte gewaschen
wirhatten gewaschen
ihrhattet gewaschen
sie/​Siehatten gewaschen

Meer hierover: Het Plusquamperfekt: wat daarvoor al gebeurd was

Futur IIvoltooid toekomende tijd

ichwerde gewaschen haben
duwirst gewaschen haben
er/​sie/​eswird gewaschen haben
wirwerden gewaschen haben
ihrwerdet gewaschen haben
sie/​Siewerden gewaschen haben

Vormen van de Konjunktiv

Konjunktiv IKonjunktiv I, indirecte rede

ichwasche
duwaschest
er/​sie/​eswasche
wirwaschen
ihrwaschet
sie/​Siewaschen

Konjunktiv IIKonjunktiv II, het onwerkelijke

ichwüsche
duwüschest
er/​sie/​eswüsche
wirwüschen
ihrwüschet
sie/​Siewüschen

Meer hierover: Konjunktiv II: de Duitse “zou”-vorm

Gebiedende wijs

Imperativgebiedende wijs, bevestigend

duwasch
ihrwascht
Siewaschen Sie

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • Wer wäscht heute ab?Wie wast er vandaag af?

    wäscht – Präsens · er/sie/es

  • Ich wasche mich schnell.Ik was me even snel.

    wasche – Präsens · ich; Konjunktiv I · ich

  • Das Hemd bei 40 Grad waschen.Het overhemd op 40 graden wassen.

    waschen – Präsens · wir; Präsens · sie/Sie

  • Sie hat sich das Gesicht gewaschen.Ze heeft haar gezicht gewassen.

    gewaschen – Partizip II

  • Ich wasche mir die Hände.Ik was mijn handen.

    wasche – Präsens · ich; Konjunktiv I · ich

  • Ich wasche die Wäsche am Wochenende.Ik doe de was in het weekend.

    wasche – Präsens · ich; Konjunktiv I · ich

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.