Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Taal in de praktijk

Duits om je te vestigen: woning, bank en instanties

Je adres inschrijven, een woning bekijken, een rekening openen en de buren leren kennen: Duits voor de eerste weken.

Zinnen: 30 · Dialogen: 3 · Woorden: 22

Waarom dit terrein

Wie naar een Duitstalig land verhuist, heeft een paar weken papierwerk: adres inschrijven, woning zoeken, bankrekening openen, je aanmelden bij een zorgverzekeraar en een huisarts. Veel daarvan gebeurt in het Duits, op formulieren en aan loketten.

Die gesprekken volgen een patroon — dezelfde vragen over documenten, termijnen en kosten. Wie ze vooraf kent, maakt van een gespannen afspraak een routine, en de buren zijn veel vriendelijker als je ze in het Duits groet.

Dit kun je daarna

Doelen per niveau. Vink af wat je al kunt — het vinkje blijft alleen in deze browser.

Kernwoordenschat

Woorden uit de woordenlijsten: 22, geordend per niveau. Een gekleurde rand laat zien wat je al geoefend hebt.

  • die Wohnungde woning, het appartementA1
  • der Nachbarde buurmanA1
  • der Arztde arts, de dokterA1
  • die Mietede huurA2
  • das Formularhet formulierA2
  • ausfülleninvullenA2
  • unterschreibenondertekenenA2
  • der Ausweishet identiteitsbewijsA2
  • die Heizungde verwarmingA2
  • das Pakethet pakketA2
  • die Anmeldungde aanmelding, de inschrijvingB1
  • das Bürgeramthet burgerzaken-loket (gemeente)B1
  • der Antragde aanvraagB1
  • der Vermieterde verhuurderB1
  • die Kautionde borg, de waarborgB1
  • die Nebenkostende bijkomende kosten, de servicekostenB1
  • der Mietvertraghet huurcontractB1
  • das Kontode rekeningB1
  • die Krankenkassede zorgverzekeraar, het ziekenfondsB1
  • der Hausarztde huisartsB1
  • die Mülltrennunghet afval scheidenB1
  • die Ruhezeitde rusttijdB1

Typische situaties

Korte dialogen om mee te lezen en na te zeggen. Spreek eerst de ene rol, dan de andere.

De buren leren kennen

A2

Je bent net verhuisd en belt aan bij de buren.

  1. Daniel

    Guten Tag! Ich bin Daniel. Ich wohne seit gestern im dritten Stock.Goedendag! Ik ben Daniel. Ik woon sinds gisteren op de derde verdieping.

  2. Frau Huber

    Ach, herzlich willkommen! Ich bin Frau Huber.Ach, van harte welkom! Ik ben mevrouw Huber.

  3. Daniel

    Freut mich. Darf ich Sie kurz etwas fragen?Aangenaam. Mag ik u even iets vragen?

  4. Frau Huber

    Natürlich.Natuurlijk.

  5. Daniel

    Wo sind die Mülltonnen?Waar zijn de vuilnisbakken?

  6. Frau Huber

    Im Hof, gleich hinter der Tür. Auf jeder Tonne steht, was hineinkommt.Op de binnenplaats, meteen achter de deur. Op elke bak staat wat erin moet.

  7. Daniel

    Danke! Und wenn Sie mal etwas brauchen, klingeln Sie einfach.Dank u! En als u eens iets nodig hebt, belt u gewoon aan.

Je adres inschrijven

B1

Je hebt een afspraak bij de gemeente om je nieuwe adres in te schrijven.

  1. Medewerker

    Guten Tag. Was kann ich für Sie tun?Goedendag. Wat kan ik voor u doen?

  2. Aanvrager

    Ich möchte mich anmelden. Ich bin vor einer Woche umgezogen.Ik wil me inschrijven. Ik ben een week geleden verhuisd.

  3. Medewerker

    Haben Sie Ihren Pass und die Bestätigung vom Vermieter dabei?Hebt u uw paspoort en de bevestiging van de verhuurder bij u?

  4. Aanvrager

    Ja, hier. Das Formular habe ich schon ausgefüllt.Ja, hier. Het formulier heb ik al ingevuld.

  5. Medewerker

    Sehr gut. Unterschreiben Sie bitte hier unten.Heel goed. Wilt u hier onderaan tekenen?

  6. Aanvrager

    Brauche ich sonst noch etwas?Heb ik verder nog iets nodig?

  7. Medewerker

    Nein. Hier ist Ihre Meldebescheinigung. Gut aufbewahren!Nee. Hier is uw bewijs van inschrijving. Goed bewaren!

Een woning bekijken

B1

Je bekijkt een woning en praat met de verhuurder.

  1. Verhuurder

    Kommen Sie rein. Die Wohnung hat zwei Zimmer und einen Balkon.Komt u binnen. De woning heeft twee kamers en een balkon.

  2. Lucía

    Sehr schön. Wie hoch sind die Nebenkosten?Heel mooi. Hoe hoog zijn de servicekosten?

  3. Verhuurder

    Die stehen in der Anzeige. Heizung und Wasser sind schon dabei.Die staan in de advertentie. Verwarming en water zitten er al bij.

  4. Lucía

    Und wie hoch ist die Kaution?En hoe hoog is de borg?

  5. Verhuurder

    Drei Monatsmieten, ohne Nebenkosten. Das ist hier üblich.Drie maanden huur, zonder servicekosten. Dat is hier gebruikelijk.

  6. Lucía

    Ab wann könnte ich einziehen?Vanaf wanneer zou ik erin kunnen?

  7. Verhuurder

    Ab dem ersten Mai. Schicken Sie mir einfach Ihre Unterlagen.Vanaf één mei. Stuurt u me gewoon uw papieren.

Zinnen om mee te spreken

Het label zegt waar een zin thuishoort. De luidspreker ernaast leest hem voor.

  1. Ich wohne in einer kleinen Wohnung.Ik woon in een kleine woning.

    A1neutraal

  2. Ich bin neu hier.Ik ben hier nieuw.

    A1neutraal

  3. Wo ist hier eine Apotheke?Waar is hier een apotheek?

    A1neutraal

  4. Ich brauche einen Arzt.Ik heb een dokter nodig.

    A1neutraal

  5. Hallo, ich bin Ihr neuer Nachbar.Hallo, ik ben uw nieuwe buurman.

    A1beleefd

  6. Mein Name ist Okafor. Ich buchstabiere: O-K-A-F-O-R.Mijn naam is Okafor. Ik spel: O-K-A-F-O-R.

    A1neutraal Oefen het alfabet: instanties en klantenservices laten je alles spellen. Let op de Duitse namen van de letters: j is “jot”, v is “fau”, w is “wee”.

  7. Wie ist Ihre Adresse?Wat is uw adres?

    A1neutraal

  8. Ich verstehe das nicht. Können Sie das bitte wiederholen?Ik begrijp het niet. Kunt u dat alstublieft herhalen?

    A1beleefd

  9. Wie hoch ist die Miete?Hoe hoog is de huur?

    A2neutraal Een huur of prijs is hoch, net als “hoog”.

  10. Ich muss dieses Formular ausfüllen.Ik moet dit formulier invullen.

    A2neutraal

  11. Wo muss ich unterschreiben?Waar moet ik tekenen?

    A2neutraal

  12. Hier ist mein Ausweis.Hier is mijn identiteitsbewijs.

    A2neutraal

  13. Die Heizung funktioniert nicht.De verwarming doet het niet.

    A2neutraal

  14. Ich habe ein Paket für Sie angenommen.Ik heb een pakketje voor u aangenomen.

    A2neutraal Buren nemen vaak pakjes voor elkaar aan; een briefje in je brievenbus zegt waar het jouwe is.

  15. Ich bin letzten Monat aus Spanien hergezogen.Ik ben vorige maand uit Spanje hierheen verhuisd.

    A2neutraal

  16. Können Sie bitte langsamer sprechen?Kunt u alstublieft langzamer praten?

    A2beleefd

  17. Muss ich einen Termin machen?Moet ik een afspraak maken?

    A2neutraal

  18. Ich möchte meinen Wohnsitz anmelden.Ik wil mijn woonadres inschrijven.

    B1formeel

  19. Ich brauche einen Termin beim Bürgeramt.Ik heb een afspraak bij het gemeenteloket nodig.

    B1neutraal

  20. Für die Anmeldung brauche ich eine Bestätigung vom Vermieter.Voor de inschrijving heb ik een bevestiging van de verhuurder nodig.

    B1neutraal

  21. Wie hoch ist die Kaution?Hoe hoog is de borg?

    B1neutraal

  22. Sind die Nebenkosten in der Miete enthalten?Zijn de servicekosten bij de huur inbegrepen?

    B1neutraal

  23. Ich möchte ein Konto eröffnen.Ik wil een rekening openen.

    B1beleefd

  24. Bei welcher Krankenkasse sind Sie versichert?Bij welke zorgverzekeraar bent u verzekerd?

    B1neutraal Een zorgverzekering is verplicht, en artsen, werkgevers en universiteiten stellen allemaal deze vraag.

  25. Ich suche einen Hausarzt, der neue Patienten aufnimmt.Ik zoek een huisarts die nieuwe patiënten aanneemt.

    B1neutraal

  26. Wo muss ich den Antrag einreichen?Waar moet ik de aanvraag indienen?

    B1neutraal

  27. Der Mietvertrag ist unbefristet.Het huurcontract is voor onbepaalde tijd.

    B1neutraal

  28. Welcher Müll kommt in welche Tonne?Welk afval moet in welke bak?

    B1neutraal

  29. In unserem Haus gilt ab 22 Uhr die Ruhezeit.In ons gebouw geldt vanaf tien uur ’s avonds de rusttijd.

    B1neutraal

  30. Die Mülltrennung nehmen hier alle sehr ernst.Afval scheiden neemt hier iedereen heel serieus.

    B1neutraal

Waar het om gaat

  • Na een verhuizing moet je je adres meestal binnen korte tijd bij de gemeente inschrijven (Anmeldung).

    Zonder het bewijs daarvan zijn een bankrekening of een belastingnummer veel lastiger te regelen.

    Anmeldung

  • Kaltmiete is de kale huur; Warmmiete bevat verwarming en andere servicekosten (Nebenkosten).

    Vraag altijd welke van de twee een advertentie bedoelt.

    KaltmieteWarmmieteNebenkosten

  • Rusttijden (Ruhezeiten) staan vaak in het huisreglement — ’s nachts en in veel gebouwen op zondag.

    Buren merken het echt.

    Ruhezeiten

  • Afval wordt over meerdere bakken verdeeld, strenger dan in de meeste Nederlandse gemeenten.

    Het fout doen is een van de snelste manieren om je buren te leren kennen.

Korte quiz

Vragen over woorden en zinnen van dit terrein: 6. De woordvragen tellen in je voortgang mee zoals elke oefening.

Probeer het zelf

Lees de betekenis, zeg de zin hardop in het Duits en klap hem dan open om te vergelijken.

  1. Ik woon in een kleine woning.

    Ich wohne in einer kleinen Wohnung.

  2. Ik begrijp het niet. Kunt u dat alstublieft herhalen?

    Ich verstehe das nicht. Können Sie das bitte wiederholen?

  3. Ik ben vorige maand uit Spanje hierheen verhuisd.

    Ich bin letzten Monat aus Spanien hergezogen.

  4. Zijn de servicekosten bij de huur inbegrepen?

    Sind die Nebenkosten in der Miete enthalten?

Verder leren

Meer terreinen

Alle zinnen op deze pagina zijn voor EveryLingua geschreven. Er staan hier geen citaten uit films, series, boeken of liedjes en geen titels of namen van artiesten — de pagina laat zien hoe men op dit terrein praat, niet wat iemand ooit gezegd heeft.