Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Taal in de praktijk

Duits voor op reis

Stations, hotels, restaurants en de weg naar de oude stad: Duits dat je onderweg meteen helpt.

Zinnen: 29 · Dialogen: 3 · Woorden: 17

Waarom dit terrein

Veel mensen in de Duitstalige landen spreken goed Engels, maar een paar zinnen Duits veranderen meteen de toon — aan het loket, bij de receptie, in een klein restaurant of in een dorp waar minder Engels gesproken wordt. En wie Nederlands spreekt, wordt in het Duits vaak al goed begrepen.

Reizen herhaalt zich: kaartjes, perrons, vertragingen, kamers, de rekening. Leer de tientallen zinnen die elke dag terugkomen, en je komt met weinig grammatica een hele reis door.

Dit kun je daarna

Doelen per niveau. Vink af wat je al kunt — het vinkje blijft alleen in deze browser.

Kernwoordenschat

Woorden uit de woordenlijsten: 17, geordend per niveau. Een gekleurde rand laat zien wat je al geoefend hebt.

  • der Zugde treinA1
  • die Fahrkartehet kaartje, het vervoersbewijsA1
  • der Bahnhofhet stationA1
  • die Haltestellede halteA1
  • geradeausrechtdoorA1
  • linkslinksA1
  • rechtsrechtsA1
  • das Gleishet spoor, het perronA2
  • die Verspätungde vertragingA2
  • umsteigenoverstappenA2
  • die Rückfahrkartehet retourtjeA2
  • der Kofferde kofferA2
  • das Doppelzimmerde tweepersoonskamerA2
  • die Rezeptionde receptieA2
  • reservierenreserverenA2
  • der Anschlussde aansluitingB1
  • die Unterkunfthet onderdak, de accommodatieB1

Typische situaties

Korte dialogen om mee te lezen en na te zeggen. Spreek eerst de ene rol, dan de andere.

Aan het loket

A2

Je koopt een treinkaartje naar Bonn.

  1. Reiziger

    Guten Tag. Eine Rückfahrkarte nach Bonn, bitte.Goedendag. Een retourtje Bonn, alstublieft.

  2. Loket

    Für heute?Voor vandaag?

  3. Reiziger

    Ja, und zurück am Sonntag.Ja, en zondag terug.

  4. Loket

    Haben Sie eine Ermäßigung?Hebt u een kortingskaart?

  5. Reiziger

    Nein. Muss ich umsteigen?Nee. Moet ik overstappen?

  6. Loket

    Ja, einmal in Köln. Der Zug fährt um 9:12 Uhr von Gleis 4.Ja, één keer in Keulen. De trein vertrekt om 9.12 uur van spoor 4.

  7. Reiziger

    Vielen Dank!Hartelijk dank!

Inchecken

B1

Je komt ’s avonds aan bij je hotel.

  1. Receptie

    Guten Abend und willkommen! Haben Sie reserviert?Goedenavond en welkom! Hebt u gereserveerd?

  2. Gast

    Ja, ein Doppelzimmer auf den Namen Miller, für zwei Nächte.Ja, een tweepersoonskamer op naam van Miller, voor twee nachten.

  3. Receptie

    Richtig. Darf ich kurz Ihren Ausweis sehen?Klopt. Mag ik even uw identiteitsbewijs zien?

  4. Gast

    Bitte schön. Ab wann gibt es Frühstück?Alstublieft. Vanaf hoe laat is er ontbijt?

  5. Receptie

    Von sieben bis zehn Uhr im Erdgeschoss. Hier ist Ihre Zimmerkarte.Van zeven tot tien uur op de begane grond. Hier is uw kamerkaart.

  6. Gast

    Danke. Kann ich morgen nach dem Auschecken mein Gepäck hier lassen?Dank u. Kan ik morgen na het uitchecken mijn bagage hier laten?

  7. Receptie

    Natürlich, wir bewahren es an der Rezeption auf.Natuurlijk, we bewaren het bij de receptie.

Een gemiste aansluiting

B1

Je trein had vertraging en je aansluiting is weg.

  1. Reiziger

    Entschuldigung, mein Zug hatte Verspätung, und ich habe meinen Anschluss verpasst.Pardon, mijn trein had vertraging en ik heb mijn aansluiting gemist.

  2. Treinpersoneel

    Wohin möchten Sie denn?Waar wilt u naartoe?

  3. Reiziger

    Nach Salzburg.Naar Salzburg.

  4. Treinpersoneel

    Der nächste Zug fährt in vierzig Minuten von Bahnsteig 7. Ihre Fahrkarte gilt weiter.De volgende trein vertrekt over veertig minuten van perron 7. Uw kaartje blijft geldig.

  5. Reiziger

    Muss ich einen neuen Platz reservieren?Moet ik een nieuwe plaats reserveren?

  6. Treinpersoneel

    Nein, Sie können einfach einsteigen.Nee, u kunt gewoon instappen.

Zinnen om mee te spreken

Het label zegt waar een zin thuishoort. De luidspreker ernaast leest hem voor.

  1. Entschuldigung, wo ist der Bahnhof?Pardon, waar is het station?

    A1beleefd

  2. Eine Fahrkarte nach Hamburg, bitte.Een kaartje naar Hamburg, alstublieft.

    A1neutraal

  3. Wann fährt der Zug?Wanneer vertrekt de trein?

    A1neutraal Hier is wann het vraagwoord “wanneer”; in een voorwaarde is het wenn.

  4. Wo ist die Haltestelle?Waar is de halte?

    A1neutraal

  5. Gehen Sie geradeaus und dann links.Gaat u rechtdoor en dan links.

    A1neutraal

  6. Was kostet das?Wat kost dat?

    A1neutraal

  7. Die Rechnung, bitte.De rekening, alstublieft.

    A1neutraal

  8. Ist hier noch frei?Is deze plaats nog vrij?

    A1neutraal De gewone vraag voor je aan een tafel of in de trein gaat zitten waar al iemand zit.

  9. Von welchem Gleis fährt der Zug nach Wien?Van welk spoor vertrekt de trein naar Wenen?

    A2neutraal

  10. Der Zug hat zehn Minuten Verspätung.De trein heeft tien minuten vertraging.

    A2neutraal

  11. Muss ich umsteigen?Moet ik overstappen?

    A2neutraal

  12. Eine Rückfahrkarte nach Köln, bitte.Een retourtje Keulen, alstublieft.

    A2neutraal

  13. Ich habe ein Doppelzimmer reserviert.Ik heb een tweepersoonskamer gereserveerd.

    A2neutraal

  14. Wo ist die Rezeption?Waar is de receptie?

    A2neutraal

  15. Kann ich meinen Koffer hier lassen?Kan ik mijn koffer hier laten?

    A2neutraal

  16. Ist das Frühstück im Preis inbegriffen?Is het ontbijt bij de prijs inbegrepen?

    A2neutraal

  17. Ein Wasser ohne Kohlensäure, bitte.Een plat water, alstublieft.

    A2neutraal

  18. Ich möchte einen Tisch für zwei Personen reservieren.Ik wil graag een tafel voor twee personen reserveren.

    A2beleefd

  19. Zusammen oder getrennt?Samen of apart?

    A2neutraal Wat de ober vraagt als je betaalt. Getrennt betekent dat iedereen voor zichzelf betaalt.

  20. Ich habe meinen Anschluss verpasst. Was kann ich tun?Ik heb mijn aansluiting gemist. Wat kan ik doen?

    B1neutraal

  21. Der Zug fährt heute von einem anderen Bahnsteig ab.De trein vertrekt vandaag van een ander perron.

    B1neutraal

  22. Ab wann kann ich einchecken?Vanaf hoe laat kan ik inchecken?

    B1neutraal

  23. Wir suchen eine günstige Unterkunft in der Nähe der Altstadt.We zoeken een betaalbaar onderkomen in de buurt van de oude stad.

    B1neutraal günstig is voordelig, zonder de bijklank van billig.

  24. Welche Sehenswürdigkeiten würden Sie empfehlen?Welke bezienswaardigheden zou u aanraden?

    B1beleefd

  25. Die Altstadt lohnt sich, vor allem am Abend.De oude stad is de moeite waard, vooral ’s avonds.

    B1neutraal

  26. Gilt meine Fahrkarte auch für den nächsten Zug?Is mijn kaartje ook geldig voor de volgende trein?

    B1neutraal

  27. Die Klimaanlage in meinem Zimmer ist kaputt.De airco in mijn kamer is kapot.

    B1neutraal

  28. Könnten Sie mir ein Taxi rufen?Zou u een taxi voor me kunnen bellen?

    B1beleefd

  29. Wenn der Zug ausfällt, nehme ich den Bus.Als de trein uitvalt, neem ik de bus.

    B1neutraal Het Nederlandse “als” is hier wenn.

Waar het om gaat

  • Omroepen op het station noemen het spoor (Gleis) en vaak een spoorwijziging:

    let op heute von Gleis …, “vandaag van spoor …”.

    Gleisheute von Gleis …

  • In restaurants betaal je meestal aan tafel, en de ober vraagt Zusammen oder getrennt? Apart betalen is heel gewoon.

    Zusammen oder getrennt?

  • Kraanwater is goed te drinken, maar in een restaurant betekent “water” meestal flessenwater — vaak met prik, tenzij je still of ohne Kohlensäure vraagt.

    stillohne Kohlensäure

  • In Oostenrijk en Zwitserland zijn sommige alledaagse woorden anders; de standaardduitse worden altijd begrepen.

Korte quiz

Vragen over woorden en zinnen van dit terrein: 6. De woordvragen tellen in je voortgang mee zoals elke oefening.

Probeer het zelf

Lees de betekenis, zeg de zin hardop in het Duits en klap hem dan open om te vergelijken.

  1. Pardon, waar is het station?

    Entschuldigung, wo ist der Bahnhof?

  2. Is deze plaats nog vrij?

    Ist hier noch frei?

  3. Kan ik mijn koffer hier laten?

    Kann ich meinen Koffer hier lassen?

  4. Vanaf hoe laat kan ik inchecken?

    Ab wann kann ich einchecken?

Verder leren

Meer terreinen

Alle zinnen op deze pagina zijn voor EveryLingua geschreven. Er staan hier geen citaten uit films, series, boeken of liedjes en geen titels of namen van artiesten — de pagina laat zien hoe men op dit terrein praat, niet wat iemand ooit gezegd heeft.