· Lijsten: 3 · woorden: 133
Reizen en verkeer
Stad, de weg vragen, trein en bus, auto, garage.
Wat deze lijsten bij elkaar houdt
Onderweg lees je Duits vaker dan je het hoort: een bord, een kaartautomaat, een omroepbericht op het perron, de verkeersregels. Snel lezen is iets anders dan praten. Al het eerste bord laat het verschil zien: der Ausgangis de uitgang voor voetgangersdie Ausfahrtde afslag of uitrit voor voertuigen Belangrijk zijn de voorzetsels van richting: nach Berlin, maar zum Bahnhof en in die Stadt, waar het Nederlands telkens “naar” zegt. Voor automobilisten: een rotonde is der Kreisverkehr, een boete das Bußgeld, en die Spur is de rijstrook.
Bijvoorbeeld: die Stadt (de stad), die Reise (de reis), der Gebrauchtwagen (de tweedehands auto)
De lijsten (drie)
- A1De stad en de weg vindenWoorden: 53
- A2Reizen en verkeerWoorden: 48
- B1Auto en garageWoorden: 32
Verdeeld over de niveaus
De categorie loopt door alle niveaus heen — het is een gebied en geen moeilijkheidsgraad. Als je haar oefent, kun je bovenaan de oefenpagina ook een niveau kiezen; dan krijg je alleen het deel dat daar staat.
| Niveau | Woorden | Aandeel |
|---|---|---|
| A1 | 35 | 26 % |
| A2 | 55 | 41 % |
| B1 | 43 | 32 % |
Oefen deze categorie
Meerkeuze en invullen, uit alle lijsten (drie) en alle woorden (133). Wat je fout beantwoordt, komt morgen terug.