Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

 ·  Lijsten: 3  ·  woorden: 133

Reizen en verkeer

Stad, de weg vragen, trein en bus, auto, garage.

Wat deze lijsten bij elkaar houdt

Onderweg lees je Duits vaker dan je het hoort: een bord, een kaartautomaat, een omroepbericht op het perron, de verkeersregels. Snel lezen is iets anders dan praten. Al het eerste bord laat het verschil zien: der Ausgangis de uitgang voor voetgangersdie Ausfahrtde afslag of uitrit voor voertuigen Belangrijk zijn de voorzetsels van richting: nach Berlin, maar zum Bahnhof en in die Stadt, waar het Nederlands telkens “naar” zegt. Voor automobilisten: een rotonde is der Kreisverkehr, een boete das Bußgeld, en die Spur is de rijstrook.

Bijvoorbeeld: die Stadt (de stad), die Reise (de reis), der Gebrauchtwagen (de tweedehands auto)

De lijsten (drie)

Verdeeld over de niveaus

De categorie loopt door alle niveaus heen — het is een gebied en geen moeilijkheidsgraad. Als je haar oefent, kun je bovenaan de oefenpagina ook een niveau kiezen; dan krijg je alleen het deel dat daar staat.

NiveauWoordenAandeel
A13526 %
A25541 %
B14332 %

Oefen deze categorie

Meerkeuze en invullen, uit alle lijsten (drie) en alle woorden (133). Wat je fout beantwoordt, komt morgen terug.