· Lijsten: 4 · woorden: 162
Eten en drinken
Levensmiddelen, keuken, koken, uit eten.
Wat deze lijsten bij elkaar houdt
Eten is de plek waar een taal het vroegst begint en waar je het snelst ziet dat een woord kennen iets anders is dan het gebruiken: een menukaart lezen vraagt andere woorden dan bestellen, en een recept bestaat bijna alleen uit werkwoorden. In een recept staat het werkwoord als hele werkwoord aan het eind: die Zwiebeln klein schneiden. Veel woorden lijken op het Nederlands, maar niet allemaal betekenen ze hetzelfde: der Kuchen is taart of cake, das Brötchen is een broodje, en die Kost is voedsel, geen prijs. “Wat kost het?” is Was kostet das?. Een kassabon heet der Kassenbon, de rekening in een restaurant die Rechnung.
Bijvoorbeeld: essen (eten), die Zutat (het ingrediënt), die Gaststätte (het restaurant, de herberg), das Brötchen kaufen (broodjes kopen)
De lijsten (vier)
- A1Eten en drinkenWoorden: 43
- B1KokenWoorden: 45
- B1Uit etenWoorden: 35
- B1Meer levensmiddelenWoorden: 39
Verdeeld over de niveaus
De categorie loopt door alle niveaus heen — het is een gebied en geen moeilijkheidsgraad. Als je haar oefent, kun je bovenaan de oefenpagina ook een niveau kiezen; dan krijg je alleen het deel dat daar staat.
| Niveau | Woorden | Aandeel |
|---|---|---|
| A1 | 52 | 32 % |
| A2 | 44 | 27 % |
| B1 | 66 | 41 % |
Oefen deze categorie
Meerkeuze en invullen, uit alle lijsten (vier) en alle woorden (162). Wat je fout beantwoordt, komt morgen terug.