· Lijsten: 3 · woorden: 151
Werk, geld en winkelen
Beroepen, werkplek, bank, winkelen.
Wat deze lijsten bij elkaar houdt
Zakelijk Duits is geschreven in een taal waar cursussen zelden aankomen: lijdende vormen, zelfstandige naamwoorden van werkwoorden en lange samenstellingen. Die samenstellingen zijn voor Nederlandstaligen gelukkig vertrouwd: die Arbeitszeit is de werktijd, der Arbeitsvertrag het arbeidscontract, en net als in het Nederlands bepaalt het laatste deel het geslacht. Valse vrienden zijn er wel: die Rente is het pensioen en niet de rente (die heet die Zinsen), das Gehalt is het salaris, en der Chef is gewoon de baas. In dit soort taal telt de vorm net zo zwaar als de woorden, en daarom zijn de zinnen hier langer dan elders.
Bijvoorbeeld: die Arbeit (het werk), das Konto (de rekening), einkaufen (boodschappen doen)
De lijsten (drie)
- B1Werk en beroepWoorden: 64
- B1Bank en geldzakenWoorden: 45
- A2Boodschappen en geldWoorden: 42
Verdeeld over de niveaus
De categorie loopt door alle niveaus heen — het is een gebied en geen moeilijkheidsgraad. Als je haar oefent, kun je bovenaan de oefenpagina ook een niveau kiezen; dan krijg je alleen het deel dat daar staat.
| Niveau | Woorden | Aandeel |
|---|---|---|
| A1 | 16 | 11 % |
| A2 | 40 | 26 % |
| B1 | 95 | 63 % |
Oefen deze categorie
Meerkeuze en invullen, uit alle lijsten (drie) en alle woorden (151). Wat je fout beantwoordt, komt morgen terug.