Ir al contenido
EveryLingua Todos los idiomasDiccionario
ES

Conjugación de studeren

  • Significado estudiar (en la universidad; para un examen)
  • Nivel A2
  • Modelo regular (-de) · se conjuga como wonen
  • Auxiliar hebben

Lo que tiene de especial este verbo

En negrita y subrayado: la terminación. ◆ marca una forma que se aparta de la regla.

Indicativo

Onvoltooid verleden tijdpretérito

ikstudeerde
jij/​jestudeerde
hij/​zij/​hetstudeerde
wij/​westudeerden
julliestudeerden
zij/​zestudeerden

Más sobre esto: Werkte o woonde: el imperfecto regular

Voltooid verleden tijdpluscuamperfecto

ikhad gestudeerd
jij/​jehad gestudeerd
hij/​zij/​hethad gestudeerd
wij/​wehadden gestudeerd
julliehadden gestudeerd
zij/​zehadden gestudeerd

Más sobre esto: Ik had al gegeten: el pluscuamperfecto

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijdfuturo

ikzal studeren
jij/​jezult studeren
hij/​zij/​hetzal studeren
wij/​wezullen studeren
julliezullen studeren
zij/​zezullen studeren

Más sobre esto: Ik zal je bellen: zullen

Condicional

Imperativo

Formas no personales

Frases de ejemplo del curso

Cada frase procede de las listas de palabras o de los temas de gramática de este curso. La forma del verbo está marcada y debajo se indica qué tiempo y qué persona es.

  • Ze studeert rechten.Ella estudia derecho.

    studeert — Onvoltooid tegenwoordige tijd · jij/je; Onvoltooid tegenwoordige tijd · hij/zij/het

  • Sanne gaat in Leiden studeren.Sanne va a estudiar en Leiden.

    studeren — Onvoltooid tegenwoordige tijd · wij/we; Onvoltooid tegenwoordige tijd · jullie · Ik ga koken: gaan más infinitivo

  • Mijn zus heeft in Leiden gestudeerd.Mi hermana estudió en Leiden.

    gestudeerd — voltooid deelwoord

  • Onze zoon studeert in Leiden.Nuestro hijo estudia en Leiden.

    studeert — Onvoltooid tegenwoordige tijd · jij/je; Onvoltooid tegenwoordige tijd · hij/zij/het

  • Hij studeert aan de universiteit van Amsterdam.Estudia en la Universidad de Ámsterdam.

    studeert — Onvoltooid tegenwoordige tijd · jij/je; Onvoltooid tegenwoordige tijd · hij/zij/het

  • Daan studeert in Leiden.Daan estudia en Leiden.

    studeert — Onvoltooid tegenwoordige tijd · jij/je; Onvoltooid tegenwoordige tijd · hij/zij/het · El acento y los signos de acento: één, vóór

Más frases de ejemplo

  • Wat studeer jij eigenlijk?¿Qué estudias, en realidad?

  • Mijn broer studeerde rechten in Leuven.Mi hermano estudió Derecho en Lovaina.

  • Ze heeft hard gestudeerd voor haar examen.Estudió mucho para su examen.

Errores típicos de los hispanohablantes

  • Incorrecto Hij studeerte rechten in Leuven.

    Correcto Hij studeerde rechten in Leuven.

    La raíz studeer acaba en r, no en un sonido de ’t kofschip, así que el pasado acaba en -de: studeerde, gestudeerd.

Combinaciones frecuentes

  • afstuderen — graduarse
  • verder studeren — seguir estudiando
  • aan de universiteit studeren — estudiar en la universidad

Verbos que se confunden

  • leren studeren es para estudiar en la universidad o para un examen; leren es cualquier aprendizaje.

Práctica rápida

5 huecos, primero de las frases de ejemplo de arriba y luego de la tabla. Cada respuesta cuenta para tus repasos.

Sigue aprendiendo

Verbos con el mismo modelo

Temas de gramática relacionados

Las formas se calculan a partir de las reglas de la lengua, dos veces y por dos caminos independientes, y se comparan con todas las formas escritas a mano en este curso. Las frases de ejemplo son propias del curso.