Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Het leerpad

Alle grammaticathema’s (84) in de volgorde waarin ze op elkaar voortbouwen — genummerd van 1 tot 84.

Je voortgang in één oogopslag

Elk blad is een categorie: binnenin de makkelijke thema’s, aan de buitenkant de moeilijke. Tik op een blad om alleen de thema’s daarvan te zien.

  1. A1Jezelf voorstellen, vragen stellen, alledaagse dingen zeggen.
  2. Eenheid 1Zinsbouw
  3. Eerst de woorden · 7Het alfabet en spellen1 · Alfabet en uitspraakDezelfde 26 letters — maar veel heten anders.
  4. Eerst de woorden · 9 · 1/2Eerst de woorden · 9 · 2/2Persoonlijke voornaamwoorden2 · VoornaamwoordenTwee rijen: een voor het onderwerp, een voor de rest.
  5. Eerst de woorden · 8 · 1/2Eerst de woorden · 7 · 2/2“to be”3 · Werkwoordstijden en duurvormenHet belangrijkste werkwoord van de taal — en het onregelmatigste.
  6. Eerst de woorden · 10 · 1/4Eerst de woorden · 10 · 2/4Eerst de woorden · 10 · 3/4Eerst de woorden · 8 · 4/4Present Simple4 · Werkwoordstijden en duurvormenWat altijd geldt, wat regelmatig terugkomt, wat een feit is.
  7. Eerst de woorden · 6 · 1/2Eerst de woorden · 5 · 2/2Vragen maken5 · ZinsbouwHet hulpwerkwoord naar voren — en als er geen is, komt do.
  8. Eerst de woorden · 7Ontkenning6 · Zinsbouwnot hoort bij het hulpwerkwoord — en als er geen is, komt ook hier do.
  9. Eerst de woorden · 8 · 1/3Eerst de woorden · 8 · 2/3Eerst de woorden · 7 · 3/3Woordvolgorde: onderwerp, werkwoord, voorwerp7 · ZinsbouwWie, wat hij doet, met wie of wat — en dan pas de rest.
  10. Een verhaal om te lezenMia’s First Day · A1
  11. Eenheid 2Alfabet en uitspraak
  12. Eerst de woorden · 9 · 1/2Eerst de woorden · 9 · 2/2Het meervoud8 · Zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en hoeveelhedenBijna altijd -s, en een tiental uitzonderingen.
  13. Eerst de woorden · 9 · 1/2Eerst de woorden · 8 · 2/2Voorzetsels van tijd9 · VoorzetselsVan groot naar klein: at is een punt, in een periode.
  14. Eerst de woorden · 6 · 1/2Eerst de woorden · 6 · 2/2Klinkers: kort, lang, zwak10 · Alfabet en uitspraakVijf klinkerletters, maar veel meer klanken.
  15. Eerst de woorden · 9 · 1/3Eerst de woorden · 9 · 2/3Eerst de woorden · 7 · 3/3Present Continuous11 · Werkwoordstijden en duurvormenWat nu bezig is — of in deze weken.
  16. Eerst de woorden · 7Medeklinkers: “th”, “w”, “v”, “h” en “r”12 · Alfabet en uitspraakKlanken waaraan je meteen een accent hoort.
  17. Eerst de woorden · 10Wensen: “would like”, “want”, “like”13 · Werkwoordpatronen: “-ing”, “to”, phrasal verbsI would like is “ik wil graag”, I like is “ik vind het leuk” — en voor een werkwoord staat to.
  18. Eerst de woorden · 6 · 1/2Eerst de woorden · 5 · 2/2“there is” en “it is”14 · VoornaamwoordenHet Nederlandse “er is” en “het is”, maar strenger.
  19. Eerst de woorden · 6Stomme letters15 · Alfabet en uitspraakGeschreven, maar niet uitgesproken: knife, write, night.
  20. Een verhaal om te lezenThe Wrong Train · A1
  21. Eenheid 3Zinsbouw
  22. Eerst de woorden · 10De gebiedende wijs16 · ZinsbouwAlleen de grondvorm — en let’s voor “laten we”.
  23. Eerst de woorden · 6 · 1/2Eerst de woorden · 6 · 2/2Het onbepaald lidwoord: “a” en “an”17 · Zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en hoeveelhedenEén van velen — en de keuze hangt af van de klank.
  24. Eerst de woorden · 9Voorzetsels van plaats18 · VoorzetselsDezelfde drie woorden, dezelfde logica: punt, oppervlak, ruimte.
  25. Eerst de woorden · 9“this”, “that”, “these”, “those”19 · VoornaamwoordenDichtbij of veraf, één of meer — vier woorden zijn genoeg.
  26. Eerst de woorden · 7“have” en “have got”20 · Werkwoordstijden en duurvormenTwee keer hetzelfde — maar vraag en ontkenning zien er anders uit.
  27. Eerst de woorden · 5Klemtoon in het woord21 · Alfabet en uitspraakGeen teken laat hem zien — je leert hem samen met het woord.
  28. Eerst de woorden · 6 · 1/2Eerst de woorden · 5 · 2/2Zinnen verbinden: “and”, “but”, “or”, “so”, “because”22 · ZinsbouwVijf kleine woorden — en de woordvolgorde blijft zoals ze was.
  29. Een verhaal om te lezenHello from Your New Colleague · A1
  30. A2Vertellen wat er gebeurd is en zeggen wat er komt.
  31. Eenheid 4Werkwoordstijden en duurvormen
  32. Eerst de woorden · 9Present Simple of Present Continuous?23 · Werkwoordstijden en duurvormenDezelfde tijd, twee vormen — en een verschil in betekenis.
  33. Eerst de woorden · 7Telbaar of ontelbaar24 · Zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en hoeveelhedenHet onderscheid waarvan bijna alle woorden voor hoeveelheid afhangen.
  34. Eerst de woorden · 6 · 1/2Eerst de woorden · 5 · 2/2“going to”25 · Over de toekomst pratenWat al besloten is — of wat zich al aankondigt.
  35. Eerst de woorden · 7 · 1/2Eerst de woorden · 6 · 2/2Bijvoeglijk naamwoord of bijwoord?26 · Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoordenWaar het Nederlands één woord heeft, heeft het Engels er twee.
  36. Eerst de woorden · 7 · 1/2Eerst de woorden · 7 · 2/2De apostrof27 · Spelling en leestekensBezit en samentrekking — verder nergens.
  37. Eerst de woorden · 4Modale werkwoorden: de basisregels28 · Modale werkwoordenGeen -s, geen to, geen do — en geen tijden.
  38. Een verhaal om te lezenThe New Card · A2
  39. Eenheid 5Voorwaarden en wensen
  40. Eerst de woorden · 9 · 1/2Eerst de woorden · 8 · 2/2Zin met “if”, type 029 · Voorwaarden en wensen“Als” betekent hier: altijd wanneer.
  41. Eerst de woorden · 8Past Simple30 · Werkwoordstijden en duurvormenWat in een afgesloten tijd in het verleden gebeurd is.
  42. Eerst de woorden · 10Het bepaald lidwoord: “the”31 · Zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en hoeveelhedenAls beide kanten weten welke bedoeld wordt.
  43. Eerst de woorden · 5“will”32 · Over de toekomst pratenWat je vermoedt, nu besluit of belooft.
  44. Eerst de woorden · 2Onregelmatige werkwoorden33 · Werkwoordpatronen: “-ing”, “to”, phrasal verbsZo’n tweehonderd werkwoorden — en juist de meest gebruikte.
  45. Eerst de woorden · 9Bezittelijke voornaamwoorden34 · VoornaamwoordenTwee rijen — een voor het zelfstandig naamwoord, een in plaats ervan.
  46. Een verhaal om te lezenThe Interview · A2
  47. Eenheid 6Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden
  48. Eerst de woorden · 6Trappen van vergelijking35 · Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoordenKorte woorden krijgen -er, lange more.
  49. Eerst de woorden · 6 · 1/2Eerst de woorden · 6 · 2/2Voorzetsels van beweging36 · VoorzetselsWaarheen — niet waar.
  50. Eerst de woorden · 5Waar bijwoorden staan37 · ZinsbouwFrequentie in het midden, wijze aan het eind.
  51. Eerst de woorden · 5Hoofdletters38 · Spelling en leestekensDagen, maanden en talen met een hoofdletter, I altijd.
  52. Eerst de woorden · 9Past Continuous39 · Werkwoordstijden en duurvormenWat op een bepaald moment in het verleden aan de gang was.
  53. Eerst de woorden · 4Hoeveelheden aangeven40 · Zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en hoeveelhedenOf het woord past, hangt af van telbaar of ontelbaar.
  54. Eerst de woorden · 5“can”, “could”, “be able to”41 · Modale werkwoordenDezelfde drie woorden voor drie verschillende dingen.
  55. Een verhaal om te lezenA Room on the Quiet Side · A2
  56. Eenheid 7Voorwaarden en wensen
  57. Eerst de woorden · 5Zin met “if”, type 142 · Voorwaarden en wensenHeel goed mogelijk dat het zo gaat.
  58. Eerst de woorden · 6Present Continuous voor afspraken43 · Over de toekomst pratenEen afspraak met anderen — al vastgelegd.
  59. Eerst de woorden · 10“too”, “enough” en “so”44 · Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoordenDrie woorden voor “te veel”, “genoeg” en een gevolg.
  60. Eerst de woorden · 5Getallen, datum en tijd45 · Spelling en leestekensDe decimale komma is een punt — en de datum staat anders.
  61. Eerst de woorden · 3Present Perfect46 · Werkwoordstijden en duurvormenVerleden dat telt voor het heden.
  62. Eerst de woorden · 6Bezit: de genitief47 · Zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en hoeveelhedenMensen krijgen een apostrof met s, dingen of.
  63. B1Verbanden uitleggen, redenen geven, verslag doen.
  64. Eenheid 8Werkwoordstijden en duurvormen
  65. Eerst de woorden · 9Werkwoorden zonder duurvorm48 · Werkwoordstijden en duurvormenSommige werkwoorden beschrijven geen handeling — en staan daarom niet met -ing.
  66. Eerst de woorden · 9“must”, “have to”, “need”49 · Modale werkwoordenWie zegt dat het nodig is? En wat betekent het als het niet nodig is?
  67. Eerst de woorden · 3Uitspraken doorgeven50 · De indirecte redeWat iemand zei — zonder aanhalingstekens.
  68. Eerst de woorden · 9Wederkerende voornaamwoorden51 · Voornaamwoorden“Zich” — en veel Engelse werkwoorden die het niet nodig hebben.
  69. Eerst de woorden · 3Present Simple voor dienstregelingen52 · Over de toekomst pratenVertrek, begin, openingstijden — niet jouw besluit.
  70. Eerst de woorden · 10Beperkende betrekkelijke bijzinnen53 · Bijzinnen en zinnen verbindenDe bijzin zegt om wie of wat het gaat — en kan niet wegvallen.
  71. Eerst de woorden · 7Hoe je de lijdende vorm maakt54 · De lijdende vormEén patroon, alle tijden.
  72. Een verhaal om te lezenA Talk Without a Screen · B1
  73. Eenheid 9Werkwoordpatronen: “-ing”, “to”, phrasal verbs
  74. Eerst de woorden · 8Werkwoorden met “-ing”55 · Werkwoordpatronen: “-ing”, “to”, phrasal verbsWaar het Engels -ing eist en het Nederlands een infinitief heeft.
  75. Eerst de woorden · 4Zelfstandige naamwoorden zonder lidwoord56 · Zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en hoeveelhedenHet algemene, het abstracte, maaltijden, talen — allemaal zonder the.
  76. Eerst de woorden · 8“interesting” of “interested”?57 · Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoordenHet ene beschrijft een ding, het andere een mens.
  77. Eerst de woorden · 4Werkwoorden met een vast voorzetsel58 · VoorzetselsHier helpt geen regel — alleen de combinatie zelf.
  78. Question tags59 · ZinsbouwHet Nederlandse “toch?” — maar het Engels heeft er een rekensommetje voor nodig.
  79. Eerst de woorden · 4Present Perfect Continuous60 · Werkwoordstijden en duurvormenHoe lang iets al bezig is — en dat het nog steeds bezig is.
  80. Eerst de woorden · 6“may”, “might”, “be allowed to”61 · Modale werkwoordenMogen — en een voorzichtig vermoeden.
  81. De tijd verschuiven62 · De indirecte redeElke tijd gaat een stap terug.
  82. Een verhaal om te lezenThe Heating Is Not Working · B1
  83. Eenheid 10Voornaamwoorden
  84. Eerst de woorden · 5Onbepaalde voornaamwoorden63 · VoornaamwoordenEen bouwdoos uit twee delen — en allemaal enkelvoud.
  85. Eerst de woorden · 2Present Perfect of Past Simple?64 · Werkwoordstijden en duurvormenTelt het moment of het resultaat?
  86. Eerst de woorden · 4Geen “will” na “when” en “if”65 · Over de toekomst pratenDe bijzin blijft in de tegenwoordige tijd, ook als hij over de toekomst gaat.
  87. Eerst de woorden · 2Zin met “if”, type 266 · Voorwaarden en wensenAls het zo was — maar het is niet zo.
  88. Eerst de woorden · 3Bijzinnen van tijd67 · Bijzinnen en zinnen verbindenWanneer iets gebeurt — en zonder will in de bijzin.
  89. Eerst de woorden · 2De komma68 · Spelling en leestekensVoor that nooit, voor and soms.
  90. Eerst de woorden · 2“should”, “ought to”, “had better”69 · Modale werkwoordenDrie stappen tussen een voorstel en een dreigement.
  91. Een verhaal om te lezenHow Should It End? · B1
  92. Eenheid 11De indirecte rede
  93. Eerst de woorden · 2Vragen doorgeven70 · De indirecte redeEen doorgegeven vraag is geen vraag meer — en zo bouw je hem ook niet.
  94. Eerst de woorden · 5“all”, “every”, “each”, “both”, “either”, “neither”, “none”71 · VoornaamwoordenHoeveel van een groep — en of het werkwoord enkelvoud is.
  95. Eerst de woorden · 1Past Perfect72 · Werkwoordstijden en duurvormenWat al voorbij was toen er iets anders gebeurde.
  96. Eerst de woorden · 6 · 1/2Eerst de woorden · 5 · 2/2Wanneer de lijdende vorm staat73 · De lijdende vormVier goede redenen — en één die het niet is.
  97. Eerst de woorden · 5Werkwoorden met “to”74 · Werkwoordpatronen: “-ing”, “to”, phrasal verbsPlan, voornemen, besluit — en het doel van een handeling.
  98. Eerst de woorden · 4Samengestelde zelfstandige naamwoorden75 · Zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en hoeveelhedenTwee zelfstandige naamwoorden naast elkaar: het eerste beschrijft, het tweede beslist.
  99. Eerst de woorden · 2“so” en “such”76 · Bijvoeglijke naamwoorden en bijwoordenso voor een bijvoeglijk naamwoord, such voor een zelfstandig naamwoord.
  100. Eerst de woorden · 6 · 1/2Eerst de woorden · 5 · 2/2Bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden met een voorzetsel77 · VoorzetselsOok hier geldt: leer ze in paren.
  101. Een verhaal om te lezenThe Last Train · B1
  102. Eenheid 12Zinsbouw
  103. Korte antwoorden: “Yes, I do”, “So do I”78 · ZinsbouwHet Engels antwoordt met een hulpwerkwoord, niet met alleen “ja” of “nee”.
  104. Eerst de woorden · 2Welke toekomstvorm wanneer?79 · Over de toekomst pratenVijf vormen, één vraag: wie heeft het besloten — en wanneer?
  105. Eerst de woorden · 5Oorzaak, gevolg, doel: “because”, “so”80 · Bijzinnen en zinnen verbindenNa because een zin, na because of een zelfstandig naamwoord.
  106. Eerst de woorden · 1Beleefd vragen en verzoeken81 · Modale werkwoordenHetzelfde verzoek, vier niveaus van beleefdheid.
  107. Eerst de woorden · 4Opdrachten en verzoeken doorgeven82 · De indirecte redeNiet that, maar de infinitief.
  108. Eerst de woorden · 5“one” en “ones”83 · VoornaamwoordenHet woord dat een al genoemd zelfstandig naamwoord vervangt.
  109. Eerst de woorden · 8Vroegere gewoonten: “used to”84 · Werkwoordstijden en duurvormenWat vroeger zo was, en nu niet meer.
  110. Een verhaal om te lezenAt the Bakery · A1

De finish: de hele grammatica

Alle thema’s (84), van de eerste zinnen tot de laatste puntjes op de i.

Zo lees je het pad. Elke stip is een grammaticathema; een klik opent het. De kleur van een stip is de categorie, de kleur van het pad de moeilijkheid — groen en makkelijk bovenaan, bessenrood en moeilijk onderaan. Binnen een niveau staan de categorieën achter elkaar, maar je hoeft ze niet op volgorde te volgen: wie aan een thema over de tijden werkt, kan ernaast een thema uit een andere categorie leren.

Op elke themapagina kun je vastleggen hoe goed het thema zit — begrepen of nog onzeker. Het pad toont dat hier en markeert het volgende open thema.

Je voortgang staat alleen in je browser. Zonder JavaScript staan alle thema’s gewoon op een rij, alleen zonder je voortgang.

Alle thema’s in een overzicht Wat elk niveau betekent