Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (84)

A1  ·  Voornaamwoorden

“this”, “that”, “these”, “those”

Thema 19 van 84 · ca. 4 min

Je doel

Je kunt naar dingen dichtbij en veraf wijzen, één of meer, met this, that, these en those.

Who is that over there?Wie is dat daar?

These are the documents you asked for.Dit zijn de documenten waar u om vroeg.

That was a good idea.Dat was een goed idee.

Gehaald bij 8 van 10 · ca. 4 min.

Uitlegvideo

Eerst kijken, dan oefenen

Het belangrijkste

Onthoudthis hier, that daar — in het meervoud these en those.

Dichtbij of veraf, één of meer — vier woorden zijn genoeg.

Signaalwoorden
  • this
  • that
  • these
  • those
  • this week

De vorm

De vormen naast elkaar

Alle vormen in één overzicht: eerst waar elke vorm voor staat, dan de vorm in het Engels. Zo kun je ze direct vergelijken.

vraagvorm

dichtbij, enkelvoudthis book
dichtbij, meervoudthese books
veraf, enkelvoudthat book
veraf, meervoudthose books
aan de telefoonThis is Anna. Is that Peter?

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaatHet woord dat erom vraagt

  1. this en these wijzen naar wat dichtbij is, that en those naar wat veraf is.

    This is my desk and that is hers.Dit is mijn bureau en dat is het hare.

  2. Het meervoud van this is these, van that those.

    These shoes are cheaper than those.Deze schoenen zijn goedkoper dan die.

  3. Bij tijdsaanduidingen betekent this de lopende periode.

    I am busy this week.Deze week heb ik veel werk.

Meer regels (1)
  1. that leidt ook bijzinnen in — dat is een andere taak.

    I know that you are right.Ik weet dat je gelijk hebt.

Voorbeeldzinnen

Meer voorbeeldzinnen (7)

I will call you this afternoon.Ik bel je vanmiddag.

This is my sister.Dit is mijn zus.

Those shoes are too small.Die schoenen zijn te klein.

I will take these.Ik neem deze.

That was a long day.Dat was een lange dag.

Is this seat free?Is deze plaats vrij?

Who are those people?Wie zijn die mensen?

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

Het Nederlandse “deze” is zowel enkelvoud (“deze stoel”) als meervoud (“deze stoelen”), en “die” ook. Daardoor blijft het Engelse woord vaak in het enkelvoud hangen: this books, that shoes. In het Engels verandert het hele woord: this → these, that → those. Is het zelfstandig naamwoord meervoud, dan het aanwijzend voornaamwoord ook.

Fout:This shoes are too small.
Goed:These shoes are too small.

Les

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

this en these wijzen naar wat dichtbij is, that en those naar wat verder weg is — in ruimte, tijd of gedachten: this book (dit boek hier), that book (dat boek daar), these books, those books. Het Nederlandse “deze/dit” en “die/dat” verdelen de wereld net zo, alleen zonder de-woorden en het-woorden.

De afstand kan ook in de tijd liggen: this weekis de lopende weekthat weekeen week in het verleden Aan de telefoon zeg je in het Brits This is Anna om je voor te stellen — niet “met Anna” — en Is that Peter? om naar de ander te vragen.

that heeft nog een tweede taak, die niets met aanwijzen te maken heeft: het leidt een bijzin in zoals “dat” (I think that you are right — “ik denk dat je gelijk hebt”) en staat in betrekkelijke bijzinnen zoals “die”. Twee taken, één woord — net als in het Nederlands.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: be · ask · know · call

Verwante thema’s

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 3, getypt en meteen gecontroleerd.

Deze woorden heb je nodig9

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • deskbureau
  • herhaar
  • shoeschoen
  • cheapgoedkoop
  • busydruk, bezig; druk (plek)
  • documentdocument
  • to askvragen
  • afternoonmiddag
  • to fitpassen (van maat)

Oefen als flitskaarten

Mis je een woord? Zoek het op in het woordenboek