Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (84)

A2  ·  Zelfstandige naamwoorden, lidwoorden en hoeveelheden

Het bepaald lidwoord: “the”

Thema 31 van 84 · ca. 4 min

Je doel

Je gebruikt the als je gesprekspartner weet waar het om gaat, laat het weg bij sporten en zet het bij instrumenten.

Could you pass me the salt?Kun je me het zout aangeven?

She plays the violin.Ze speelt viool.

The Rhine flows into the North Sea.De Rijn stroomt in de Noordzee.

Gehaald bij 8 van 10 · ca. 4 min.

Uitlegvideo

Eerst kijken, dan oefenen

Het belangrijkste

OnthoudInstrumenten met the, sporten zonder.

Als beide kanten weten welke bedoeld wordt.

Signaalwoorden
  • the same
  • the first
  • the best
  • the only
  • the Alps
  • the Netherlands

De vorm

De patronen in één oogopslag

Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Engels.

al bekendI bought a book. The book was expensive.
enig in zijn soortthe sun, the government, the internet
overtreffende trapthe best solution
water, bergenthe Thames, the Alps
groep mensenthe elderly, the rich

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaatHet woord dat erom vraagt

  1. Bij de tweede vermelding staat the.

    We saw a fox. The fox ran across the road.We zagen een vos. De vos rende over de weg.

  2. Voor de overtreffende trap en een rangtelwoord staat the.

    That was the worst part.Dat was het ergste deel.

  3. Voor rivieren, zeeën, gebergten en landen in het meervoud staat the.

    They sailed across the North Sea.Ze zwommen de Noordzee over.

Meer regels (1)
  1. Een bijvoeglijk naamwoord met the duidt een hele groep aan en staat met het meervoud.

    The young often move away.Jongeren gaan vaak het huis uit.

Voorbeeldzinnen

Meer voorbeeldzinnen (8)

This is the only copy we have.Het is het enige exemplaar dat we hebben.

Close the door, please.Doe de deur alsjeblieft dicht.

The book you lent me was excellent.Het boek dat je me leende, was geweldig.

Put it back on the shelf, please.Leg het alsjeblieft op de plank.

The Rhine runs through Cologne.De Rijn stroomt door Keulen.

We took the same train as yesterday.We namen dezelfde trein als gisteren.

The sun was already up when we left.De zon was al op toen we vertrokken.

The first time was the worst.De eerste keer was het ergst.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

De vaakste Nederlandse fout met the is te veel, niet te weinig: zie het volgende onderwerp. Hier is de valkuil bij instrumenten en sporten: play the piano heeft thenodigplay footballniet En “Nederland” is the Netherlands, met lidwoord.

Fout:She plays piano and he plays the football.
Goed:She plays the piano and he plays football.

Les

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

the staat als duidelijk is welk ding bedoeld wordt — omdat het al genoemd is, omdat er maar één van is of omdat het uit de situatie blijkt: Close the door — “doe de deur dicht” (deze hier). Dat is het Nederlandse “de” en “het” — maar in het Engels één woord, zonder geslacht.

Vast the staat bij de overtreffende trap (the best), bij rangtelwoorden (the first), bij instrumenten (play the piano), bij rivieren, zeeën en gebergten (the Rhine, the Alps), bij namen van landen in het meervoud of met een staatsvorm (the Netherlands, the United Kingdom) en voor bijvoeglijke naamwoorden die een groep aanduiden (the young, the unemployed).

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: be · have · see · move · pass · run

Verwante thema’s

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Deze woorden heb je nodig10

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • acrossaan de overkant, over
  • partdeel, gedeelte
  • youngjong
  • oftenvaak
  • awayweg
  • saltzout
  • onlyalleen, maar
  • to copykopiëren, overnemen
  • teamteam, ploeg
  • minevan mij, de mijne

Oefen als flitskaarten

Mis je een woord? Zoek het op in het woordenboek