Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Niveautest Engels

Eerst een vraag over jezelf, dan om en om grammatica en woordenschat. Elk antwoord verschuift de schatting, en de volgende vraag komt van de plek waar die op dat moment staat. Aan het eind zie je je niveau – en waar je verder kunt.

Goed kijken loont.

Hoe deze test schat

Adaptief in plaats van vast. De test begint bij je eigen inschatting en vraagt dan daar waar de schatting staat – een tikje makkelijker dan het midden, zodat je de meeste vragen kunt oplossen. Hij stopt zodra één niveau voor minstens drie kwart waarschijnlijk is, maar nooit voor de tiende vraag.

Een uitslag met zijn onzekerheid. Ligt het niveau ernaast dichtbij, dan staat het erbij, en grammatica en woordenschat worden apart getoond. De test telt niet mee voor je herhalingen: alleen het niveau wordt opgeslagen, en het leerpad begint daar.

Voorbeeldzinnen

A1 The rule is simple and it always works.Deze regel is eenvoudig en werkt altijd.

A1 His wife runs a small shop.Zijn vrouw heeft een kleine winkel.

A1 This is a good place to wait.Dit is een goede plek om te wachten.

A1 My parents are on holiday.Mijn ouders zijn op vakantie.

A2 We are planning a trip to Ireland.We plannen een reisje naar Ierland.

A2 A return costs twenty pounds.Een retourtje kost twintig pond.

A2 How do you spell that?Hoe schrijf je dat?

A2 There is a tip jar by the till.Bij de kassa staat een fooienpot.

B1 Reading aloud helps more than anything.Voorlezen helpt meer dan wat ook.

B1 There is no sender on the envelope.Er staat geen afzender op de envelop.

B1 He always has his steak well done.Hij bestelt de biefstuk altijd doorbakken.

B1 One late frost can kill the whole row.Eén late nachtvorst kan een hele rij vernietigen.