Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (84)

B1  ·  Modale werkwoorden

“must”, “have to”, “need”

Thema 49 van 84 · ca. 4 min

Je doel

Je onderscheidt must not (verbod) van do not have to (niet hoeven) en praat over plichten met must en have to.

Passengers must show a valid ticket.Passagiers moeten een geldig kaartje laten zien.

You do not have to decide today.Je hoeft vandaag niet te beslissen.

She had to leave early.Ze moest eerder weg.

Gehaald bij 8 van 10, waarvan 3 van 4 zelf geschreven · ca. 5 min.

Uitlegvideo

Eerst kijken, dan oefenen

Het belangrijkste

Onthoudmust not verbiedt. do not have to laat de keus.

Wie zegt dat het nodig is? En wat betekent het als het niet nodig is?

Signaalwoorden
  • must
  • have to
  • had to
  • need not
  • do not have to

De vorm

Zo maak je de vormen

Elke rij geeft eerst de betekenis en dan de vorm in het Engels. De kleuren tonen wat er van vorm tot vorm verandert.

stam (regelmatig) stam (onregelmatig) persoonsuitgang hulpwerkwoord ontkenning

plicht van binnenuitI must call her today.
ik (moeten stoppen)I must stop
jij (moeten stoppen)you must stop
hij, zij, het (moeten stoppen)he, she, it must stop
wij (moeten stoppen)we must stop
jullie (moeten stoppen)you must stop
zij (moeten stoppen)they must stop
plicht van buitenafI have to work on Saturday.
ik (moeten werken)I have to work
jij (moeten werken)you have to work
hij, zij, het (moeten werken)he, she, it has to work
wij (moeten werken)we have to work
jullie (moeten werken)you have to work
zij (moeten werken)they have to work
verbodYou must not park here.
niet hoevenYou do not have to come. / You need not come.
verledenI had to wait an hour.

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaat

  1. must not is een verbod, do not have to betekent dat het niet hoeft.

    You must not touch it. — You do not have to touch it.Je mag het niet aanraken. — Je hoeft het niet aan te raken.

  2. Voor verleden en toekomst vervangt have to het werkwoord must.

    We had to change trains twice.We moesten twee keer overstappen.

  3. must kan ook een conclusie uitdrukken: zo moet het wel zijn.

    You have been travelling all day — you must be tired.Je bent de hele dag onderweg geweest — je moet wel moe zijn.

Meer regels (1)
  1. Het tegendeel van zo’n conclusie is niet must not, maar cannot.

    That cannot be right.Dat kan niet waar zijn.

Voorbeeldzinnen

Meer voorbeeldzinnen (7)

This must be the wrong address.Dat moet het verkeerde adres zijn.

I have to be at work by eight.Ik moet om acht uur op mijn werk zijn.

You must read this — it is wonderful.Je moet dit lezen — het is geweldig.

She had to cancel the appointment.Ze moest de afspraak afzeggen.

We do not have to pay in advance.We hoeven niet vooruit te betalen.

You must not open this door.Deze deur mag niet worden geopend.

Do I have to bring anything?Moet ik iets meenemen?

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

Het Nederlandse “moeten niet” is dubbelzinnig, en daar zit de val. “Je hoeft niet te wachten” wordt vaak vertaald als You must not wait — en dat betekent dat wachten verboden is. Bijna geen fout keert de betekenis zo volledig om. Denk daarom bij must not altijd aan “mag niet”, en bij “hoeft niet” aan do not have to.

Fout:You must not pay now, you can pay later.
Goed:You do not have to pay now, you can pay later.

Les

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

must en have to betekenen allebei “moeten”, maar ze komen van verschillende kanten. must is een plicht die de spreker zelf voelt of oplegt: I must stop smoking. have to is een plicht van buitenaf: I have to wear a helmet at work. In het dagelijks leven vervaagt die grens; in de ontkenning wordt ze beslissend.

Want daar betekenen ze het tegenovergestelde. must not betekent “niet mogen”. do not have to betekent “niet hoeven”. You must not tell him is een verbod; You do not have to tell him laat de keus aan jou. Het Nederlandse “je hoeft niet” is dus altijd do not have to, en “je mag niet” is must not.

must heeft geen verleden en geen toekomst — have to vervangt het: had to, will have to. En need werkt op twee manieren: als modaal werkwoord (need not) en als gewoon werkwoord (do not need to), met dezelfde betekenis.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: have · be · do · touch · decide · leave · show · travel

Verwante thema’s

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 3, getypt en meteen gecontroleerd.

Deze woorden heb je nodig9

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • to touchaanraken
  • passengerpassagier
  • to showlaten zien, tonen
  • validgeldig
  • addressadres
  • laterlater
  • importantbelangrijk
  • smokerook
  • to forbidverbieden

Oefen als flitskaarten

Mis je een woord? Zoek het op in het woordenboek