Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (84)

B1  ·  De indirecte rede

Vragen doorgeven

Thema 70 van 84 · ca. 4 min

Je doel

Je kunt de vraag van een ander als bijzin doorgeven — met de volgorde van een mededelende zin, zonder do — zoals She asked me why I had left.

She asked me why I had left early.Ze vroeg me waarom ik vroeg was weggegaan.

I wonder if he got the message.Ik vraag me af of hij het bericht heeft gekregen.

Could you tell me where the lift is?Mag ik vragen waar de lift is?

Gehaald bij 8 van 10, waarvan 3 van 4 zelf geschreven · ca. 5 min.

Uitlegvideo

Eerst kijken, dan oefenen

Het belangrijkste

OnthoudDoorgegeven vraag: onderwerp voor het werkwoord, zonder do.

Een doorgegeven vraag is geen vraag meer — en zo bouw je hem ook niet.

Signaalwoorden
  • ask
  • wonder
  • want to know
  • if
  • whether
  • Do you know …?
  • Could you tell me …?

De vorm

De patronen in één oogopslag

Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Engels.

vraagvorm

met vraagwoordHe asked where I lived.
ja/nee-vraagShe asked if I had time.
beleefd ingeleidDo you know when the shop opens?
directe vraag ter vergelijkingWhen does the shop open?

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaatHet woord dat erom vraagt

  1. In een indirecte vraag staat de volgorde van een mededelende zin.

    I do not know where she is.Ik weet niet waar ze is.

  2. In een indirecte vraag staat geen do, does of did.

    He asked what I wanted.Hij vroeg wat ik wilde.

  3. Zonder vraagwoord staat if of whether.

    She asked whether we were coming.Ze vroeg of we zouden komen.

Meer regels (1)
  1. whether staat voor or not en na voorzetsels, if niet.

    It depends on whether they agree.Het hangt ervan af of ze akkoord gaan.

Voorbeeldzinnen

Meer voorbeeldzinnen (6)

They wanted to know how much it cost.Ze wilden weten hoeveel het kost.

She asked where I lived.Ze vroeg waar ik woonde.

He asked if I had time.Hij vroeg of ik tijd had.

They wanted to know when the train left.Ze wilden weten wanneer de trein vertrok.

I asked whether she was coming.Ik vroeg of ze zou komen.

He asked me what I thought.Hij vroeg me wat ik ervan vond.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

De fout is de bewaarde vraagvolgorde: Do you know where is the station? De Nederlandse ja/nee-vraag met “of” gaat meestal goed; de fout komt van het Engelse hulpwerkwoord dat blijft hangen: She asked me where did I live. Goed is Do you know where the station is? en She asked me where I lived.

Fout:Do you know where is the station?
Goed:Do you know where the station is?

Les

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

Zodra een vraag wordt doorgegeven, verliest ze de vraagvolgorde: geen omkering van onderwerp en werkwoord, geen do, geen vraagteken. She asked where I lived — niet where did I live.

Bij een vraag met een vraagwoord blijft het vraagwoord als verbindingswoord staan. Bij een ja/nee-vraag neemt if of whether die plaats in — het Nederlandse “of”: He asked if I had time.

Dezelfde regel geldt in beleefde vragen van alledag: Could you tell me where the station is? Ook hier niet is the station. Het Nederlands helpt je hier: “waar het station is” heeft ook het onderwerp voor het werkwoord. Let alleen op dat je het werkwoord niet helemaal naar het eind schuift als er meer volgt.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: ask · be · know · want · have · do · come · get

Verwante thema’s

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Deze woorden heb je nodig2

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • whetherof (in een indirecte vraag)
  • messagebericht

Oefen als flitskaarten

Mis je een woord? Zoek het op in het woordenboek