Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (84)

B1  ·  De indirecte rede

De tijd verschuiven

Thema 62 van 84 · ca. 4 min

Je doel

Je kunt een uitspraak uit het verleden doorgeven, schuift de tijden een stap terug en maakt van tomorrow the next day.

“I am leaving tomorrow.” → She said she was leaving the next day.Ze zei dat ze de volgende dag zou vertrekken.

“We have finished.” → They said they had finished.Ze zeiden dat ze klaar waren.

“I cannot come.” → He said he could not come.Hij zei dat hij niet kon komen.

Gehaald bij 8 van 10, waarvan 3 van 4 zelf geschreven · ca. 5 min.

Uitlegvideo

Eerst kijken, dan oefenen

Het belangrijkste

OnthoudInleiding in het verleden — alles gaat een stap terug.

Elke tijd gaat een stap terug.

Signaalwoorden
  • said
  • told
  • that day
  • the day before
  • the next day
  • there

De vorm

Zo maak je de vormen

Elke rij geeft eerst de betekenis en dan de vorm in het Engels. De kleuren tonen wat er van vorm tot vorm verandert.

stam (regelmatig) stam (onregelmatig) hulpwerkwoord

“Present” → “Past”“I am busy.” → He said he was busy.
“Past” → “Past Perfect”“I saw her.” → He said he had seen her.
“will” → “would”“I will call.” → He said he would call.
“can” → “could”“I can help.” → He said he could help.
geen verandering“I had left.” → He said he had left.
ik (zijn)I was
jij (zijn)you were
hij, zij, het (zijn)he/she/it was
wij (zijn)we were
jullie (zijn)you were
zij (zijn)they were
ik (zien — eerder)I had seen
jij (zien — eerder)you had seen
hij, zij, het (zien — eerder)he/she/it had seen
wij (zien — eerder)we had seen
jullie (zien — eerder)you had seen
zij (zien — eerder)they had seen
ik (bellen — zou nog komen)I would call
jij (bellen — zou nog komen)you would call
hij, zij, het (bellen — zou nog komen)he/she/it would call
wij (bellen — zou nog komen)we would call
jullie (bellen — zou nog komen)you would call
zij (bellen — zou nog komen)they would call

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaatHet woord dat erom vraagt

  1. Elke tijd gaat een stap terug als het inleidende werkwoord in de verleden tijd staat.

    “We are ready.” → They said they were ready.Ze zeiden dat ze klaar waren.

  2. Past Perfect en de modale werkwoorden would, could, should, might blijven hetzelfde.

    “I would go.” → She said she would go.Ze zei dat ze zou gaan.

  3. Aanduidingen van plaats, tijd en persoon veranderen mee met de tijd.

    “I saw him here yesterday.” → She said she had seen him there the day before.Ze zei dat ze hem daar de dag ervoor had gezien.

Meer regels (1)
  1. Wat nog steeds geldt, mag in de tegenwoordige tijd blijven.

    He said that water boils at 100 degrees.Hij zei dat water bij 100 graden kookt.

Voorbeeldzinnen

Meer voorbeeldzinnen (6)

“I bought it here.” → She said she had bought it there.Ze zei dat ze het daar had gekocht.

“I am busy” → He said he was busy.“Ik heb het druk” → Hij zei dat hij het druk had.

“I saw her” → He said he had seen her.“Ik heb haar gezien” → Hij zei dat hij haar had gezien.

“I will come” → She said she would come.“Ik kom” → Ze zei dat ze zou komen.

“I can help” → He said he could help.“Ik kan helpen” → Hij zei dat hij kon helpen.

“We are leaving tomorrow” → They said they were leaving the next day.“We vertrekken morgen” → Ze zeiden dat ze de volgende dag vertrokken.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

In gesproken Nederlands verschuif je de tijd vaak niet: “Ze zei dat ze morgen belt.” Wie dat letterlijk vertaalt, zegt She said she calls tomorrow. In het Engels is dat fout; She said she will call kan alleen als het telefoontje nog steeds voor ons ligt. Anders is would nodig: She said she would call.

Fout:She said she will call me back later that day.
Goed:She said she would call me back later that day.

Les

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

Als het inleidende werkwoord in de verleden tijd staat — en dat is bijna altijd zo, want het is eerder gezegd — gaat de tijd van de doorgegeven uitspraak een stap terug. Present Simple wordt Past Simple, Past Simple wordt Past Perfect, will wordt would, can wordt could, may wordt might.

Past Perfect blijft Past Perfect, want verder terug kan niet. Ook would, could, should en might blijven zoals ze zijn.

Samen met de tijd verandert alles wat van het standpunt afhangt: I wordt he of she, here wordt there, this wordt that, today wordt that day, tomorrow wordt the next day, yesterday wordt the day before, ago wordt before.

Een uitzondering die je moet kennen: wat nog steeds waar is, hoeft niet te verschuiven. He said the earth is round is net zo goed als was — de eerste versie benadrukt dat het nog steeds klopt.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: be · have · go · come · see · leave · buy · finish

Verwante thema’s

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 3, getypt en meteen gecontroleerd.